zondag 1 november 2009

De zwartste dag









Monument op Westgaarde

Vandaag reed ik langs het kerkhof van mijn woonplaats in Spanje. De parkeerplaats stond bomvol met auto's en hele families, van baby 's tot grootouders, liepen te zeulen met de prachtigste boeketten om op de graven van hun dierbare overledenen te leggen.
Een mooie traditie, die hier nog sterk leeft want Allerheiligen is een officiële feestdag.

Ik dacht terug aan mijn collega's die op 27 maart 1977 omgekomen waren op de zwartste dag in de geschiedenis van de KLM, toen het zwaarste vliegtuigongeluk aller tijden tussen twee B 747 's van de KLM en PanAm in Tenerife plaatsvond. Zoals iedereen nog weet wat hij deed toen bekend werd dat President Kennedy was vermoord, zo weet iedere KLM-er waar hij was en wat hij deed toen hij/zij van dit verschrikkelijke ongeluk hoorde. Het was een zware slag voor iedereen en eentje die zelfs nu nog na dreunt en hevige emoties teweeg brengt.

Bij de flight safety als we tijdens een, gesimuleerde, afgebroken start buiten door de raampjes een rode gloed zagen en de cabine zich vulde met een dikke grijze rook, liepen we op ons gemak naar de nooduitgangen, terwijl we onderling grapjes maakten. We achtten onszelf onoverwinnelijk, er was al zo lang niets meer gebeurd en we waren zo goed en veilig en onze vliegers waren het best opgeleid van de hele wereld, dus zou het allemaal wel loslopen, dachten we. Goed, de oefeningen en de examens waren verplicht maar erg serieus werd er over het algemeen niet over gedacht.

Tot op die dag.

donderdag 29 oktober 2009

De honderd stoelen van Khatab
























Gelukkig werd het Europa-vliegen op de DC 9 soms afgewisseld met een vlucht op de DC 8. Eén van de bestemmingen was Cairo waar we vaak heen vlogen voor alleen maar een nachtstop, maar soms stonden we er een paar dagen over op weg naar Dar es Salaam. Fantastisch natuurlijk, want dat was in feite een gratis vakantie die we met beide handen aangrepen.
Omdat ik er al een aantal jaren niet geweest was, wist ik vanzelfsprekend niet dat ondertussen de kruier, Khatab, die onze koffers van het vliegtuig via de douane naar de crewbus vervoerde, een toeristenbureau was begonnen waarvan hij de manager en uitvoerende gids was.
In de aankomsthal, die er uitzag als een ouderwetse loods, waar door de hoge ramen het zonlicht stoffige banen trok en in het tegenlicht, tot onze grote hilariteit, het katoen van de witte jurken van de mannen doorschijnend bleek te zijn, volgden we hem door de chaotische menigte heen, naar buiten.
Daar vroeg hij ons, voor we naar ons hotel vertrokken, of we de komende dagen misschien een tochtje met hem wilden maken? Vier van de crewleden gingen daar op in.

De volgende morgen stond hij keurig op tijd voor het Hilton Hotel klaar met een luxe wagen, waar we gemakkelijk met zijn vieren in pasten. We wilden graag het authentieke Egyptische leven leren kennen en daarom reed hij ons naar een dorpje, waar een familielid van hem een boerenbedrijf runde in de Nijldelta.
We ondervonden het gebruikelijke fileleed om uit Cairo weg te komen, maar na een paar uur kwamen we op het platteland aan bij een oude boerderij, die er nogal primitief uitzag. Trots stelde Khatab zijn oom aan ons voor en we werden hartelijk uitgenodigd om binnen te komen en plaats te nemen in de pronkkamer. Die was kaal en afgebladderd. Langs de muur stond een bank met wat kussens erop waar we op moesten gaan zitten. Zo nu en dan kwamen wat familieleden verlegen om de hoek van de deur kijken om ons te bezichtigen alsof we marsmannetjes waren, wat voor hen waarschijnlijk ook zo was. Daarna werden er etenswaren naar binnen gebracht waarvan we niets durfden te eten, behalve ( voorzichtig) wat brood en kaas, vanwege voedselvergiftigingsgevaar, omdat we wisten dat het niet beleefd zou zijn om niets te nemen. Khatab begreep onze bezwaren wel en zag erop toe dat het water voor de thee tot 100 graden C werd gekookt en at zelf de meeste binnengebrachte lekkernijen op. Zodoende redde hij onze eer, maar misschien had hij ook niet zo goed ontbeten als wij.

Daarna reden we naar een restaurant aan de Nijl, van weer een ander familielid, dat eigenlijk die dag gesloten was maar speciaal voor ons geopend werd. We bestelden garnalen en verse vis uit de Nijl en omdat het nog wel even kon duren voordat de vis opgediend zou worden, dronken we alvast, onder goede gesprekken, uit de aangeboden flessen witte Egyptische wijn. Vanuit het raam hadden we een panoramisch uitzicht over de groene velden langs de Nijl. In de nevelige verte waren de piramides nog net zichtbaar en langs het water spoedden zich ezeltjes, met of zonder hun bejurkte begeleiders, voorbij. Ik peinsde bij het aanschouwen van deze bijna bijbelse taferelen erover, dat de tijd hier had stilgestaan en dat het er 2000 jaar geleden precies zo moet hebben uitgezien.

De volgende dag maakten we een tocht naar Memphis en de piramides van Sakkara. Vooral de buitenwijken van Cairo waar we doorheen reden lieten ons zien, dat Egypte een derdewereldland was. Alles zag er onafgemaakt, smerig en krakkemikkig uit, maar dat was omdat we er met onze Nederlandse ogen naar keken. We wisten inmiddels wel uit eigen ervaringen dat er plekken op deze aarde waren, waar de situatie nog heel wat slechter was.

Memphis is een openlucht-museum, omdat de meeste historische schatten nog steeds onder de Nijl-modder begraven liggen. We bekeken de meest opvallende overblijfselen en reden toen naar Sakkara, waar we zwetend door het hete zand van de ene naar de andere piramide liepen om in
























de grafkelders de prachtige muurschilderingen en de hieroglyphen te bewonderen. Daarvoor moesten we wel enge houten ladders op en af klimmen, maar het was de moeite waard.

Na onze toeristische tocht reden we terug naar Cairo en Khatab stond erop dat hij ons, als laatste specialiteit, zijn huis zou laten zien, voordat hij ons zou afzetten bij het hotel.
In een stille straat van een buitenwijk parkeerde hij zijn auto voor een groot modern paleis. Dat was zijn huis !! De klandizie van de KLM -bemanningen was kennelijk een goudmijntje ! We werden binnengeleid in een grote zaal waar een tafel stond met wel honderd stoelen erom heen. Wow... Had hij zoveel familieleden aan wie hij regelmatig hele banketten voorzette ? Hij stelde ons voor aan zijn zoons en dochters, waarvan de laatsten zorgden voor hapjes en drankjes. Zijn vrouw kwam ook nog even tevoorschijn om zich voor te stellen, maar zoals de gewoonte is in het Midden Oosten werd zij verondersteld onzichtbaar te zijn. Zij hoorde in de keuken thuis samen met alle andere vrouwelijke familieleden.

Op de dag van onze terugvlucht reed hij op het vliegveld met zijn kar onze koffers van de bus naar de douane en vandaar naar het vliegtuig.
We namen hartelijk afscheid van hem, hoewel we wel wisten dat zijn interesses nu natuurlijk bij de binnenkomende bemanning lagen .

zondag 25 oktober 2009

AP DC 8 /Purser DC 9



















13-7-1980 Ibiza. Captain: Jaap Steketee, Copiloot : Martin Venhuizen, stewardessen : Henriëtte Bakels, Rina Diedenhoven.

In 1978 was ik weliswaar weer als jongste stewardess in dienst getreden, maar het verschil met tien jaar daarvoor was, dat ik nu carrière kon gaan maken en om dat te doen moest ik spreekvaardigheidsdiploma 's in Engels, Frans, Duits en Spaans gaan halen.
Om in aanmerking te komen voor de functie van Purser op de DC 9 ( de eerste Eerste had eindelijk erkenning gekregen,) die tevens dienst deed als Assistent Purser op de DC 8, moest je minimaal 2 spreekvaardigheidsdiploma 's en 2 toetsen in vreemde talen halen.
Waarom de KLM dat genoeg vond om een leidinggevende functie aan boord te gaan vervullen is voor mij altijd een raadsel gebleven en de gevolgen van deze 'policy' waren soms dan ook duidelijk ( negatief) merkbaar.
Maar goed, ik besloot toch maar om die diploma's zo snel mogelijk te gaan halen en meldde me aan voor de diploma's spreekvaardigheid Engels, Duits en Frans, omdat dat de talen waren waarvan ik dacht dat ik die redelijk goed beheerste en er dus niet speciaal voor hoefde te gaan studeren.

Engels ging goed, Frans ook, maar bij het Duitse examen liep het faliekant fout. Niet omdat ik niet goed Duits sprak, maar omdat ik ruzie kreeg met de gedelegeerde, die mij op mijn eigen onderwerp, studie sociologie, een paar vragen ging stellen ( overigens in een afschuwelijk steenkolen Duits) die ik niet kon beantwoorden. Hij had zo'n typisch, uit meerdere woorden samengesteld, Duits woord van wel twintig letters ergens in een encyclopedie opgezocht en ik had echt geen flauw idee waar hij het over had. Hij beweerde dat als ik zijn vraag niet kon beantwoorden ik geen Duits sprak en ik zei dat dit geen examen sociologie was maar een examen Duits. Oei, dat was tegen het zere been. Ik kreeg een 6 voor uitspraak, een 6 voor spreken over algemene onderwerpen en een 5 voor mijn eigen onderwerp. Gezakt ! Ik hoorde later dat die man berucht was en bijna iedereen liet zakken, maar daar had ik op dat moment niets aan. Ik was zo kwaad dat ik eenmaal thuisgekomen, mijn jogging outfit heb aangetrokken en zeker 10 kilometer vreselijk hard heb gelopen totdat de adrenaline uit mijn bloed verdwenen was.

Twee maanden later heb ik het examen alsnog gedaan en slaagde toen met een 8 voor uitspraak, een 8 voor algemene onderwerpen en een 8 voor mijn eigen onderwerp. Er was gelukkig een andere gedelegeerde die heel aardig was, maar achteraf gezien lijkt het me toch niet te verdedigen dat ik in die twee maanden plotseling zo veel beter Duits was gaan spreken, dat dat het verschil in cijfers kon verklaren, omdat ik er immers niets extra's voor gedaan had?

Bij de KLM mocht je een toets doen voor de taal waar je nog niet spreekvaardig in was. In mijn geval was dat Spaans. Daar ben ik toen een cursus voor gaan volgen en na 2 maanden haalde ik die toets.

Zo kwam ik kort daarna op de cursus voor AP terecht. Henk van Dalfsen onderwees ons in het uitspreken van het Public Address, het schrijven van Service Remarks, het ontvangen van Diplomatieke Post en allerlei andere bijzonderheden die je tegenkwam als je ' baas' was.

















Mijn eerste vlucht was onder begeleiding van een ervaren collega: Annemiek de Boer- Esman naar LIN ( Milaan).
Mijn crew bestond uit : Captain: Jan Ophorst, Copiloot : Nico Wester, Cocopiloot: Jaap Boer, Stewardessen : Monique Groote en Ineke Vos.

Europa vliegen bestond in die tijd uit meestal korte vluchten, waarbij je voor de meeste erg vroeg de veren uit moest. 's Morgens om 4.30 opstaan was geen uitzondering, want ik moest uit Utrecht komen met het openbare vervoer. Niet echt iets wat ik leuk vond, maar je moet er iets voor over hebben als je carrière wilt maken. Mijn eerste week zag er dan ook als volgt uit : LIN/BOD/ZAG-BEG/OSL/CDG/ en LHR. En zo zouden er nog vier lange jaren volgen, gelukkig zo nu en dan afgewisseld met ICA vliegen, omdat er in die tijd een overschot aan vliegend personeel was, vanwege een dip in de economie ( what's new ?)

zaterdag 17 oktober 2009

Orkaan David

De telefoon rinkelde me uit een diepe slaap. Even wist ik niet waar ik was en had ik moeite om me te oriënteren. Gelukkig had ik me aangewend om in vreemde hotelkamers in de badkamer een lichtje te laten branden en de deur op een kiertje te laten staan, zodat ik als ik wakker werd, in ieder geval kon zien aan welke kant van mijn bed de lamp te vinden was. Ja, nu herinnerde ik me het weer: ik was in Lissabon, waar ik met mijn bemanning een paar uur geleden was aangekomen uit Amsterdam. Na een gezellige crewborrel, bij de captain op de kamer, lag ik net een paar uur in bed. Ik keek op mijn reiswekkertje dat 04.00 uur 's nachts aanwees. Wie wilde me nu om deze tijd opbellen? Er was toch hopelijk geen sterfgeval in mijn familie? Aarzelend nam ik de telefoon op : " Hello ?"
"Good morning, this is your calling-time, " klonk het opgewekt uit de hoorn. " This must be a mistake, my calling time is tomorrow-night." "No ma'am, your calling-time is now."
Ik geloofde mijn oren niet. Was dit een practical joke, of toch niet ? Ik besloot de purser te bellen. Die bevestigde dat het inderdaad calling time was, omdat de bemanning die van ons had overgenomen nog steeds op het vliegveld van Lissabon stond en nu niet meer mocht vertrekken omdat zij anders over de werktijdenlimiet zouden gaan. De vertraging was te wijten aan orkaan David, die precies op dat moment door het Caribische gebied raasde.














Nou, erg uitgerust waren we niet na maar een paar uur slaap en geeuwend zaten we een uur later in de bus naar het vliegveld. We vroegen ons af wat er nu met ons schema zou gebeuren, want een paar crewleden, waaronder de captain, hadden familieleden bij zich, omdat we vijf dagen in Curaçao zouden gaan slippen.

Om 8.00 uur vertrokken we dan eindelijk op weg naar Caracas.

Doodmoe zaten we 's avonds in het Macuto Sheraton, weer bij de captain op de kamer te crewborrelen, toen de telefoon ging. De captain hield zijn hand op, als teken dat we even op moesten houden met kakelen. Hij had de stationmanager aan de lijn! Of we ons maar weer even in ons pak wilden hijsen, want we moesten doorvliegen naar Curaçao (weliswaar als passagier met de ALM) want daar kwamen ze een bemanning tekort. Spijtig keken we naar ons bed, trokken ons uniform weer aan en zaten even later uitgeblust in het busje van Papi op weg naar het vliegveld.

Half slapend zaten we in de DC9 en kwamen als zombies in het Frommer Hotel op Curaçao aan waar er natuurlijk niet genoeg kamers waren. Opdubbelen in de bungalows was één van de oplossingen. Na uren wachten lagen we dan eindelijk in bed.

Ons schema was nu veranderd. Niks vijf dagen vakantie in Curaçao, maar de volgende morgen terug naar Lissabon. De vrouw van de captain had pech. Ze had haar verjaardag groots langs de route willen vieren, maar dat zou nu aan boord moeten gebeuren, want de cockpitcrew vloog vanaf Lissabon gelijk, als pax, door naar Amsterdam.

In de kranten lazen we later, dat orkaan David in zijn genre de meest verwoestende sinds mensenheugenis was geweest. De wind die snelheden van 278 km. per uur bereikte, richtte voor $1.54 miljard schade aan; in Martinique veroorzaakte de storm een tsunami van 14 meter hoog en in totaal 2068 mensen verloren het leven.

Wij kwamen er beter vanaf. Ons gebrek aan slaap en het overtreden van de rusttijdenwet leverde ons 21 extra vrije dagen op.


zondag 4 oktober 2009

Naar Taxco

Drie hele dagen in Mexico Stad, dat was fantastisch natuurlijk, want dan zijn er vele mogelijkheden om een reisje te gaan maken buiten Mexico Stad.

De vorige keer, toen we een paar dagen over stonden hadden we een auto gehuurd en waren naar Guernavaca gereden. Een schilderachtig stadje met een mooie omgeving, waar echter verder niet veel te beleven viel. Bovendien was het weer koud en regenachtig geweest en hadden we om warm te blijven een paar koppen koffie met een flinke scheut Tía María erin gedronken. Dat hielp wel tegen de kou maar de herinnering aan de rest van de dag is daardoor een beetje wazig geworden.

Na navraag binnen de crew bleek dat één andere stewardess en de purser wel met me mee wilden gaan naar Taxco, een stad in de bergen die beroemd is vanwege de zilvermijnen. Als we onze kamers in het hotel ( Holiday Inn, Zona Rosa) inleverden konden we gratis overnachten in de Holiday Inn in Taxco, die wonderschoon boven op een berg lag met prachtig uitzicht over de stad.

Vanaf het busstation in Mexico gingen we met een touringcar op pad.

















We reden een paar uur door de bergen en het uitzicht vanuit de raampjes was soms adembenemend. Vooral de vele haarspeldbochten en de diepe afgronden naast de weg vond ik spannend, maar ook vermoeiend.

In Taxco bewonderden we onze mooie hotelkamer, die typisch Mexicaans was ingericht met felle oranje en gele kleuren, maar wat hadden we een fantastische uitzicht! Ik had graag de hele middag op mijn terras willen blijven zitten en het brede bed zag er ook uitnodigend uit, want door de tijdsverschillen had ik wel zin zin in een siësta gekregen. Dat zou natuurlijk zonde van de tijd zijn geweest, dus óp naar het centrum met de bekende VW kever die overal in Mexico als taxi dienst doet (voor mensen met lange benen een crime.)
We slenterden wat door de schilderachtige straatjes
























met de vele toeristische zilver- en andere souvenirwinkeltjes, naar de protserige Prisca Kathedraal.
Terwijl we daar naar toe onderweg waren werd ik door een man die mij tegemoet kwam, in het voorbijgaan onzedelijk betast. Mijn adrenalinegehalte schoot binnen een milliseconde omhoog, zodat ik me zonder na te denken omdraaide en de achtervolging inzette om hem, woedend, zo hard mogelijk een paar rake klappen te verkopen, vergezeld van een paar Nederlandse krachttermen met een hoop G's erin. Gelukkig schrok hij zich daarvan zo'n ongeluk dat hij er als een speer vandoor ging.

Maar mijn dag zou niet beter worden. Na het overdadige interieur van de kathedraal te hebben bezichtigd, dat bekleed was met geroofd goud, moest er gewinkeld worden. Behalve dat ik als arme standby-stewardess geen geld had en me bij vorige reizen al voorzien had van kleding, schaakborden, beschilderde boombasten, keramiek en ander folkloristisch aanbod, heb ik eigenlijk een enorme hekel aan winkelen. Zilver had ik nog niet, maar dat wilde ik ook niet. In een toeristenwinkel zag ik echter een spaarpot in de vorm van een wit beschilderd paardje van aardewerk. Ik dacht aan een cadeautje voor een pas geboren neefje en was wel geïnteresseerd. Mijn collega was mij echter voor en ging afdingen. Ze liep op een gegeven moment weg, omdat ze niet tevreden was met de prijs en toen heb ik het gekocht.




















Helemaal verkeerd natuurlijk, want toen ze na tien minuten terugkwam om het alsnog te kopen zat ze er, tot haar grote woede, naast.
Ik vond het ook jammer maar had geen zin gehad om het aan haar door te verkopen, zeker niet na haar kwaaie gedoe.
Dan eindelijk gingen we, na veel winkeltjes in en uit te zijn geweest, wat drinken en daarna nog ergens een hapje eten en toen kreeg ik, tot overmaat van ramp, in de gaten dat de purser en zij begonnen waren aan een soort spannend voorspel. Ook dat nog ! Leuk hoor om het derde wiel aan de wagen te zijn.

's Nachts was het heerlijk stil op de kamer. Alles wat je hoorde was gezoem van cicaden en zo nu en dan, in de verte, het geluid van een eenzame auto.

Op de terugreis voelde ik me geïsoleerd van de andere twee.
Natuurlijk had ik ook liever een romantische trip gemaakt, maar ik was toch wel tevreden met het feit dat ik in Taxco geweest was en dus weer iets van mijn verlanglijstje af had kunnen strepen.


woensdag 30 september 2009

Mombasa


















Als we 's morgens de gordijnen open schoven hadden we een fantastisch uitzicht op een palmenstrand en de Indische Oceaan.

A5 en ik hadden elkaar, na zes jaar onderbreking, weer ontmoet in New York. Na een hernieuwde kennismaking vonden we uit dat we allebei gescheiden waren en dat de relaties die we sindsdien onderhouden hadden op een mislukking waren uitgelopen. Na vele verwikkelingen, waarbij zijn tienerkinderen, voor wie hij de zorg had, en andere kapers op de kust ( zowel voor hem als voor mij) geprobeerd hadden roet in het eten te gooien, waren we uiteindelijk bereid geweest onze relatie een kans te geven.
Deze reis naar Mombasa had dan ook iets huwelijksreisachtigs.

De vlucht hier naartoe was vermoeiend geweest, hoewel we van Amsterdam naar Nairobi samen in de 1e klas mochten zitten ( ik had geen recht op 1e klas) en we volop van de kaviaar en champagne hadden genoten. Echter in Nairobi kwam er een kink in de kabel, toen na lang wachten bleek dat de kist naar Mombasa vol zat.
Gelukkig hadden ze nog ergens een Fokkertje in de reserve, waarin we letterlijk opgepropt, met nog een aantal andere passagiers, hadden gezeten. Na een lange taxirit naar het Trade Winds Hotel op Diani Beach bleek dat ook al vol te zitten, maar na een nachtje uitwijken naar een ander hotel, Jadini Beach Hotel, hadden we de volgende morgen deze luxe kamer kunnen boeken.

Overdag luierden we onder de palmbomen, hoewel je wel op moest letten dat er niet een kokosnoot op je hoofd viel. Zo nu en dan hoorde je een plof en dan kwam een mannetje met een kapmes, die hem voor je open spleet zodat we de melk konden drinken en het witte vruchtvlees opeten.
Heerlijk boekjes lezen, zwemmen in de branding (waar ik leerde hoe ik door het kopje van een golf heen moest duiken,) een strandwandeling maken en 's middags een siësta houden. Een bediende kwam ons iedere middag om 16.00 uur wakker maken met de 'afternoon tea', die hij op het terras van onze kamer neerzette. Als we niet opschoten, aten aapjes met blauwe ballen onze cucumbersandwiches, koekjes en scones op. Dat vonden we op zichzelf niet zo heel erg, want we aten hier drie maal per dag van een uitgebreid buffet en het eten was voortreffelijk, dus de verleiding was groot om veel te veel te eten (en te drinken.)

Iedere avond traden inheemse groepjes op met dansjes en liedjes voor de toeristen.
Dat vind ik altijd een crime, vooral als we mee moeten dansen, maar de hotelmanager scheen te denken dat het bij zijn taken hoorde om ons deze vertoningen voor te zetten. Door ons beroep beschouwen we onszelf echter nooit als toeristen maar meer als wereldreizigers.
























Toen we voldoende waren uitgerust maakten we een dagtocht naar Mombasa, een stad die in de Afrikaanse geschiedenis, door zijn ligging aan de Indische oceaan, sinds de 12e eeuw, een belangrijke functie heeft gehad als belangrijkste doorvoerhaven voor o.a. ivoor, goud en kokosnoten. Vele verschillende volkeren hadden zich hier gevestigd en deze verschillende culturele invloeden waren nog duidelijk zichtbaar. We bekeken de belangrijkste toeristische trekpleisters: Fort Jesus, de oude stad, de haven met ouderwetse dhows, de hindoeistische Jain tempel, de olifantentanden die over de belangrijkste straat staan gebogen en de Afrikaanse markt, waarvan we vonden dat er een nare sfeer heerste. De mensen waren soms openlijk vijandig en fotograferen mochten we ze niet. We kochten wel wat souvenirs, zoals olifantjes van ebbenhout.










Afgezien van zo nu en dan een fikse regenbui en het regelmatig uitvallen van de elektriciteit beleefden we een romantische week en de meegebrachte champagne en de bestelde kreeft zorgde voor een fantastische laatste avond, en nacht, onder de mooiste Afrikaanse sterrenhemel.

Op de terugreis verliep de vlucht naar Nairobi gesmeerd: voor onze lange benen was er zelfs plaats bij de noodluiken van de Kenya Airways' DC 9.
In Nairobi verbleven we nog twee nachten in het New Stanley Hotel. Op onze vrije dag lieten we ons door een taxi naar het Arboretum rijden. Daar bewonderden we de prachtige cacteeën, bamboebossen, palmen en eucalyptusbomen. De paadjes waren soms moeilijk begaanbaar en het viel ons op dat de 'blanken' hier hun hondjes kwamen uitlaten.
In Nairobi lagen de etalages van alle winkels vol met groene sprinkhanen. Eén van de vele plagen waar het Afrikaanse continent onder te lijden heeft.

Op onze terugvlucht naar Amsterdam vond captain IJ het niet goed dat ik bij A5 in de eerste klas mocht zitten, dus zat A5 bij mij in de economy class. Dat vonden we helemaal niet erg, want we hadden daar, omdat de kist halfleeg was, veel meer de ruimte. We beleefden een perfecte afsluiting van onze 'honeymoon' , waarvan ik vermoed, dat ook die niet de goedkeuring van de captain had kunnen wegdragen. Tant pis pour lui !















dinsdag 15 september 2009

Kinderleed
























"Mbwaaaahhh, mbwaaaaaagh, ieeeeeeeeeeeeerrrggggggg..........," klonk het op de rij achter me.
Nee hè, dat heb ìk weer! Het zal toch niet dat zelfde kleine meisje zijn dat in de vertrekhal al zo hard had zitten huilen ? Schattig om te zien, dat wel, met haar oudroze jurkje aan, dezelfde kleur als die van haar moeder's T-shirt, maar kennelijk was er iets niet naar haar zin, want ze krijste zo hard dat je zonder gehoorbeschermers maar beter weg kon wezen. Toen ik in de gaten had gekregen dat de ouders haar niet stil konden krijgen was ik inderdaad snel ergens anders gaan zitten, maar hier aan boord had ik die optie niet.
Een stewardess kwam het gebruik van de kinder-stoelriem en- zwemvest uitleggen. Het kind moest met haar gezicht in dezelfde richting zitten als de ouder, maar daar verzette ze zich tegen.
Wel allemachtig. Venijnig trappelden haar voetjes tegen de achterkant van mijn rugleuning. Ik keek tussen de stoelleuningen door naar achteren, en ja hoor, wat ik al gevreesd had was werkelijkheid geworden: ik zag iets oudrozigs onder een van drift, rood aangelopen, kindergezichtje.

Tja, wat doe je in zo'n situatie? Ik dacht terug aan de tijd dat ik tijdens mijn werk als cabin attendant vaak te maken had gehad met allerlei kinderperikelen. Bv. als de ouders de krant gingen lezen en de kinderen in het gangpad lieten spelen. Ze renden dan vaak op en neer en niet alle passagiers waren daar even gecharmeerd van. Wij ook niet, want vaak zagen we ze niet van achter de trolley, of voor onze voeten als we met plateaus aan het zeulen waren. Niet zelden was dan ook een onaangename botsing het gevolg, zodat we ze onder zachte dwang terug naar hun ouders moesten brengen.
























Illustratie uit Astrid van Verschuer's "Life Aloft"

Een keer, tijdens een lang nachttraject op de B747, was er één kind geweest dat maar bleef krijsen, zodat de passagiers geen oog dicht konden doen. Ik zat daar een tijdje naar te luisteren totdat ik het verschrikkelijk zat werd. Ik pakte een zaklantaarn en liep in het stikdonker, want alle lichten waren uitgedaan, naar de bron van ergernis. Ik scheen met mijn zaklantaarn recht in de ogen van het kind en sprak haar streng toe. In de trant van: als ze niet onmiddellijk ophield met krijsen dat ik dan heel kwaad zou worden. Ze keek me verschrikt aan en hield onmiddellijk haar mond. Hèhè, wat een goddelijke stilte! Ik vroeg aan de moeder wat er aan de hand was maar die had geen idee. Thuis hadden ze een kindermeisje die dag en nacht voor het kind zorgde, zodoende wist ze niet wat ze moest doen als het van streek was.
De hele nacht was het verder stil gebleven tot we het ontbijt gingen uitdelen. Heel zachtjes begon er een gedrein boven het geluid van de motoren uit te stijgen. Toen ik er langs liep, hoorde ik de mevrouw tegen haar kind zeggen : "Pas op hoor, als je zo doorgaat roep ik de boze stewardess!"

Zou eenzelfde aanpak hier ook helpen ? Bij nader inzien zag ik er maar vanaf. Niemand vindt het leuk om voor boeman/vrouw te spelen, ik ook niet.
De mevrouw die op mijn rij aan het raam zat ging onverdroten door met het oplossen van kruiswoordraadsels en ik concentreerde me op mijn boek.
Nadat we geland waren feliciteerde ik haar en mij, omdat we geen kik hadden gegeven en ons die paar uur voorbeeldig hadden beheerst.
Ze moest lachen om mijn felicitatie en we betreurden die arme ouders die nog een tijdje aan het kind vast zouden zitten. Zij liever dan wij, vonden we, en stapten opgelucht van boord.