woensdag 14 mei 2008

Onder onze passagiers


De meeste mensen, die je vertelt dat je gevlogen hebt, willen altijd dolgraag weten of je nog interessante en beroemde mensen aan boord hebt gehad. Dit komt onmiddellijk na de vraag of je nog spannende dingen hebt meegemaakt qua ongelukken en bijna -ongelukken.

Inderdaad, iedereen die iets voorstelt vliegt wel eens ergens naar toe.

Ik begin met de mensen die bekend zijn als musicus, zanger(es) , popgroep of entertainer.

Op het eerste plaatje staan de Beach Boys. Ik spreek hier over het jaar 1968, toen ik net vloog. En op onze vlucht naar Londen, op de Lockheed Electra, zat deze beroemde popgroep.
Natuurlijk was ik nieuwsgierig hoe ze eruit zagen. Maar wat zag ik : een stelletje dronken of gedrogeerde mannen, die nauwelijks nog reageerden op de mensen om hen heen.

Toen ik jaren later Herman Brood en zijn Wild Romance aan boord had, herkende ik dit verschijnsel.
Ze stonken naar zweet, sex, drank en rock and roll, en er was niks wild romantisch aan hen te ontdekken. Ze zaten aan boord van München naar Amsterdam en het was ,volgens mij, een enorme afknapper om de popgroep in deze staat te zien. Ik kon me niet voorstellen, dat er vrouwen waren die als 'groupies' achter deze drugsverslaafden aan zaten. Brrrrr...

Evengoed een afknapper vormde de meidengroep LUV. Wat een leeghoofdige schepsels! Ze kwamen aan boord zonder make-up en tijdens de vlucht, die een uur duurde, zaten ze met hun beauty-case voor hun neuzen om zoveel mogelijk pancake op hun gezichten te smeren, om de gevolgen van een late nacht te camoufleren of /en hun oninteressante gezichten wat opvallender te maken. Een paar jaar later had ik Carlo Nasi aan boord met het dochtertje, die hij samen met Patti Brard had gekregen, het arme kind zat onder de huiduitslag vanwege allerlei allergieën, maar moeder was er niet bij, wel een kindermeisje.

Marco Bakker en Willeke van Ammelrooij waren een keer aan boord naar het Verre Oosten, omdat hij op een cruiseschip , dat vanaf Singapore naar Sydney zou varen, een contract had om te zingen. Toen ze aan boord kwamen in Amsterdam, waren ze 'upgraded' naar de Business Class, terwijl ze tickets bezaten voor de Tourist Class. Dat was mooi voor ze, maar we kregen pech onderweg en het werd al snel duidelijk, dat hij te laat zou aankomen in Singapore om het cruiseschip nog te kunnen halen. De KLM heeft echt alles gedaan om ze op een vlucht te krijgen bij een andere maatschappij, zodat hij zijn contract niet hoefde te verbreken. Toch wel handig om een BN-er te zijn.

Walter van Hauwe was aan boord naar het Verre Oosten en omdat ik geinteresseerd ben in klassieke muziek heb ik hem, ergens gezeten tussen de 380 passagiers, opgezocht om een praatje met hem te maken. Op dat moment in zijn carrière ging alles goed, maar in zijn privé leven was er iets tragisch gebeurd en ik heb een tijdje met hem daarover gepraat. Het leven gaat door, maar op zo'n moment is het moeilijk om troost te geven, al zou je dat graag willen.

Een andere fluitist, waar ik lang mee heb gepraat was Chris Hinze. Hij zat in de Business Class op een vlucht naar New York. Maar hij wilde nu juist in de Tourist Class zitten , omdat het daar half leeg was en hij graag wilde slapen over 3 lege stoelen. Natuurlijk deed ik mijn best om dat voor hem te regelen, maar geslapen heeft hij niet, want we hebben urenlang gepraat over zijn leven, familie, muziek en zijn geloof in 'bovennatuurlijke krachten'. Zulke contacten zijn maar kort, maar maken een levenslange indruk en ik luister nu anders naar zijn muziek.
Nog een beroemde musicus, die we aan boord hadden was Ton Koopman , die in Tokyo een clavecimbelconcert zou gaan geven. We werden uitgenodigd het concert bij te wonen en konden later in de kleedkamer de Japanse fans bekijken, die met een enthousiaste bewondering de 'meester'kwamen feliciteren met bloemen, cadeautjes en diepe buigingen.

Wie nog meer ? Ron Brandsteder, de ex van Patty Brard. Willem Duys , die altijd heen en weer reisde tussen Amsterdam en Nice, omdat hij daar woonde. Hij wilde iedere keer 'upgraded'worden, omdat hij een BN-er was. Iedere keer als het hem lukte, was wel mooi meegenomen.

Jenny Arean en toendertijd haar minnaar Ischa Meier. Het viel me op, hoe klein ze allebei waren. André van Duin met zijn toenmalige partner , zonder bekkengetrek, op weg naar Londen om naar musicals en andere shows te kijken.

De laatste in mijn collage is Randy Crawford, die we aan boord hadden van L.A. naar Amsterdam. Ze had toen een tophit, die zelfs nu nog wel eens gedraaid wordt : "One day I"ll fly away". Even playbacken in een Hilversumse tv studio en 24 uur later weer terug.

Uiteraard zijn er nog veel meer mensen geweest, waar ik een kort maar vaak interessant contact mee had. Eén daarvan was met Lucette M. Oostenbroek, die een aantal keren bij mij aan boord was, samen met haar partner. Ik praatte met hen over mijn tijd in Tokyo en de diepe indruk die de Japanse cultuur op mij had gemaakt. Zo noemde ik bv. het 3-regelige haiku gedicht, waar de regels zijn samengesteld uit 5-7-5 lettergrepen resp. Ik had vele boekdelen van deze dichtvorm aangeschaft, omdat die me enorm aansprak . Ze worden ingedeeld in seizoenen. Ze waren zo verrast dat te horen, want Lucette had net een gedichtenbundel met haiku's uitgegeven met de titel "De eerste morgen". Het is eigenlijk een natuurdagboek, dat bijgehouden is gedurende een jaar. In mei hoort ze de nachtegaal zingen en dit is de haiku, die ze daarover heeft geschreven:
*
hoe verrukkelijk!
de eerste nachtegaalzang
en een uil die roept
*
Ik besluit vandaag met deze regels, omdat ze uitstekend aansluiten bij de actuele werkelijkheid.


Posted by Picasa

zaterdag 10 mei 2008

Sayonara Tokyo

Aan alle goede dingen komt een eind, dus, helaas, de laatste dagen van mijn stationering waren aangebroken. Ik wilde helemaal niet terug naar mijn vorige leven, maar ik zag geen alternatief.
Ik probeerde me te verheugen op het weerzien met A1 , maar het wilde niet helemaal lukken.
We zouden elkaar ontmoeten in Bangkok, vervolgens zou hij met me meevliegen op mijn laatste vlucht naar Tokyo en daarna mee terug naar Nederland, via een stop in Anchorage.
Zoals ik al vreesde had ik gemengde gevoelens toen ik hem zag. Hij was teleurgesteld dat ik niet enthousiaster was dan hij had verwacht. Dus i.p.v. grote vreugde hadden we gelijk die eerste nacht een moeilijk gesprek.
Ondanks dat, was hij tot de conclusie gekomen dat hij met mij wilde gaan samenwonen en zelfs trouwen zoals ik graag gewild had vóórdat ik naar Tokyo was gegaan. We spraken af dat we geen overhaaste beslissingen zouden nemen en voorlopig samen zouden gaan wonen. Als het dan niet goed ging zou het eenvoudig zijn om uit elkaar te gaan.
De rest van de reis verliep in goede harmonie. We hadden elkaar dan ook heel veel te vertellen.
Toen was het zover : sayonara Tokyo, Kamakura, Nikko, Atami, Hakone, de miljoenen mensen, kimono's, tempels, godenbeelden, parken, Ginza, winkels, warenhuizen, sukiyaki, sashimi, samurai , sake, sneltreinen en groene thee .
Ik mocht in de cockpit zitten bij de start en nam afscheid van de de Fuji Yama die ik vaak bij helder weer, tijdens de landing, boven de skyline van Tokyo uit had zien steken.
Ik ging weer terug naar huis en ik wist dat ik een totaal ander mens was dan degene die drie maanden daarvoor uit Nederland was vertrokken.


Posted by Picasa

woensdag 2 april 2008

Nieuwjaar in Tokyo





















SUNCAPPED
The white stork wears a cap as round and red
As sunrise seen behind Mount Fuji's head.
-HÔ-Ô


De tijd vloog om en na het Kerstfeest, wat in Japan helemaal niets voorstelt was het tijd om Nieuwjaar te vieren, wat voor de Japanners de belangrijkste dag van het jaar is. Op oudejaarsavond was de KLM-bemanning uitgenodigd voor een diner in het Tokyo Prince Hotel. Ik zat aan tafel met de cockpitcrew en de KLM-vertegenwoordiger in Japan, een hele aantrekkelijke en charmante man, helaas een beetje te oud voor mij.
Met hem kon ik het goed vinden en samen dronken we rode wijn en dansten we op de 60-er jaren muziek. De captain was kwaad, want hij had al laten weten dat hij een oogje op me had, maar ik negeerde hem de hele avond. De volgende dag kwam hij zijn geld terugvragen dat hij aan mij had besteed ( een paar kopjes koffie en een paar treintickets, die hij voor me afgerekend had, ondanks dat ik aangeboden had voor mezelf te betalen ).























Op nieuwjaarsdag, togen we, met nog een paar miljoen Tokyoieten naar het Meiji Park om de zegen van de Goden te vragen voor het nieuwe jaar. De Japanners bijna allemaal in kimono, wat een prachtig gezicht was. Het geluid van het geschuifel van houten slippers over grint ( van de brede laan naar de hoofdtempel) was oorverdovend. Bij de tempel stonden stalletjes waar je briefjes kon kopen, waarin de toekomst voor het komende jaar werd voorspeld; zoiets als de briefjes, waar het 'fortune cookie' in verpakt zit bij de 'Chinees'. Die briefjes werden vastgebonden aan de takken van een oude ceremoniële boom. Helaas waren de teksten in het Japans geschreven, dus voor ons niet leesbaar.
Met mijn Olympus Camera maakte ik vele opnamen, helaas in dia's, die prachtig zijn om naar te kijken op een groot scherm, maar die later nooit meer worden bekeken, omdat ze ergens achter in een kast in een doos zitten.
Nog één maand te gaan en dan moest ik weer naar huis, maar ik had helemaal geen zin !
Het was wel vleiend, dat in die laatste weken een paar mannen terugkwamen, naar later bleek speciaal door hen aangevraagd, om mij weer te kunnen zien. Ze namen Nederlandse kaas mee en drop en stonden ineens, onverwacht, voor mijn deur. Jammer genoeg waren dat niet de mannen waar ik iets voor voelde, maar om niet onaardig te zijn ging ik met ze uit en voelde me daarbij zeer ongemakkelijk. Had ik verkeerde signalen afgegeven ? Er was toch echt niets onvertogens gebeurd de vorige keer? Zo draaide ik me in allerlei bochten om ze niet voor het hoofd te hoeven stoten en toch van ze af te komen.
Ik nam me voor niet mijn goede humeur te verliezen en volop te gaan genieten van die laatste paar weken van mijn vrijheid.




woensdag 5 maart 2008

Eerst Nikko zien, dan sterven

De paar dagen iedere week in Tokyo gaven ruimschoots de gelegenheid om dagtripjes te kunnen maken.We waren er wel vroeg voor opgestaan, want de treinrit duurde een paar uur, maar je moest nu eenmaal 1x in je leven in Nikko zijn geweest ( zoals in Europa in Napels) om daarna met een gerust hart te kunnen sterven, want je had immers het mooiste aanschouwd wat er op deze wereld te zien was ? Toen we na een tijdje de voorsteden van Tokyo, met een ratjetoe van ouderwetse houten huisjes en lelijke betonnen nieuwbouw, achter ons hadden gelaten reden we door een vrij vlak landschap, langs meren met bergen op de achtergrond, wel gingen we geleidelijk omhoog, zodat we toen we uitstapten op het station van Nikko verrast werden door de felle kou. Daar hadden we helemaal niet op gerekend, we hadden wel winterjassen aan maar dat we shawls, handschoenen en bontmutsen nodig zouden hebben was niet in ons hoofd opgekomen.

Om warm te blijven probeerden we zo hard mogelijk te lopen, het rode bruggetje over naar het Toshogu tempelcomplex, langs de pagode en onder de houten torii door, het grind knersend onder onze en die van de andere bezoekers' schoenen, wat een oorverdovend lawaai gaf. Prachtige eeuwenoude cipressen torenden hoog boven ons uit en flankeerden het pad . Om de tempels te bezichtigen moet je vele trappen omhoog klimmen, maar als je eenmaal boven bent, vergeet je de inspanningen gauw. Prachtig gekleurd houtwerk schittert je overal tegemoet; in het oog springt het beeldhouwwerk van de drie aapjes, die niets horen, niets zien en zwijgen.

Behalve de tempels, staat er nog een ander beroemd monument, nl. het mausoleum van de eerste Shogun ( vertaald: 'generaal die de barbaren (( de Europeanen)) verslaat'), Iyeasu Tokugawa, die in 1616 stierf. De Tokugawa-clan zou Japan daarna nog 250 jaar lang regeren.

Ik zat een tijdje in de hoofdtempel op de grond en genoot van de leegte binnen, alleen maar tatamimatten en een reusachtige lampion, kijkend naar de prachtige natuur buiten. Ik benijdde de Boeddhistische monniken, die hier hebben gezeten om te mediteren op een onoplosbare 'Zen'-vraag. Helaas kon ik daar niet lang blijven zitten, want we hadden maar beperkt de tijd voordat de trein weer terug naar Tokyo zou vertrekken . We verlangden naar wat warmte, een kop koffie en een hapje eten en we verlieten de tempels op zoek naar een horeca-gelegenheid. Na lang zoeken vonden we een herberg. Eenmaal binnen was er echter een groot probleem, de eigenaar sprak alleen Japans en onze wederzijdse gebarentaal was ook al niet dezelfde. Dat gaf veel hilariteit. Het eten bestellen was niet zo moeilijk, want in de etalage stonden alle beschikbare schotels in plastic nagebootst, dus hoefden we slechts aan te wijzen wat we wilden bestellen. Zo kregen we eten maar ze vergaten van de zenuwen stokjes of ander eetgerei erbij te geven en onze eetgebaren werden niet begrepen. Was het de bedoeling om de noedels met onze vingers naar binnen te werken ? Ik stond teneinde raad maar op, ik was tenslotte de reisgids, om op zoek te gaan naar iets wat op stokjes leek. In een hoekje zag ik ze inderdaad op de toonbank liggen, dus met mijn allerliefste glimlach en buiging bleef ik er voor staan en wees er naar. Veel gebuig terug en inderdaad daar kregen we het. Ik moest al een tijdje nodig naar het toilet, dus vroeg ik naar een plaats, die iedereen wel begrijpt, dacht ik . Ze lieten me wel in een klein kamertje maar er was geen toilet, wastafel of waterkraan te bekennen. Er ging echter wel een deur naar buiten. De nood was hoog dus heb ik maar een bosje opgezocht en daar met gêne mijn behoefte gedaan. Dan maar geen handen wassen, ik zou het wel overleven. De anderen zagen, na mijn verhaal, maar af van een gang naar het kamertje, op het station was vast wel een gat in de grond met twee voetsteunen ernaast, zoals de toiletten er in Japan gewoonlijk uitzien.

Het Nationale Park bevat behalve het tempelcomplex ook nog prachtige natuur, zoals het Chuzenji Meer en meerdere watervallen, maar onze beschikbare tijd liet het niet toe die te gaan bezichtigen. (Deze tocht kan beter in het voor- of najaar worden gemaakt met een overnachting, natuurlijk in een lokale herberg oftewel een 'ryokan' waar je kamertje uit een paar tatamimatten bestaat en je op de grond moet slapen in een zgn. 'futon'.)
De treinreis terug verliep zonder problemen, behalve dat mijn medereizigers een beetje last kregen van het tijdsverschil en de een na de andere in slaap viel, maar dat viel niet op tusen al die Japanners want die reizen sowieso per voorkeur met hun ogen dicht. Ik denk, dat ze dat doen om de andere miljoenen stadgenoten uit hun gedachten te wissen.
Al met al was ik blij, dat ik deze trip gemaakt had. Weer een ervaring, die ik in mijn boekje bijschrijven.

dinsdag 26 februari 2008

Dr. Zhivago in Tokyo




















Op de routes van en naar Tokyo hadden we Japanse stewardessen aan boord om de Japanse passagiers te woord te staan, want die spraken vaak geen andere taal dan Japans.
Na het bezoek aan Noriko en haar nare verloofde ( die me de volgende dag uitnodigde om met hem uit te gaan. Toen ik vroeg of Noriko ook meeging zei hij "nee", dus dat was een mooi excuus geweest om hem af te poeieren) had Hiroko me aangeboden met haar de echte Japanse thee te gaan drinken, niet de gele variant die wij aan boord hadden. Deze thee zag eruit als eendenkroos en was enorm bitter. Gelukkig werden er koekjes bij geserveerd dus dacht ik slim te zijn en er gauw één in mijn mond te stoppen om de bittere smaak te compenseren, maar wat bleek ? Het was een zeewierzoutje ! Brrr.. Uiterlijk hield ik me goed en glimlachte beleefd naar mijn Japanse gastvrouw, die beleefd terug boog.
Dat was wel genoeg Japans op één dag, dus gingen we als afsluiting naar een film die grote bezoekers in de hele wereld had getrokken na het winnen van tien Oscars en drie 'BAFTA's: 'Dr. Zhivago' uit 1965, helaas nagesynchroniseerd in het Japans. Gelukkig kende ik het verhaal al want ik had het boek van Boris Pasternak gelezen, dus kon ik de handelingen op het witte doek aardig volgen. Ik vond die Omar Sharif helemaal niet lijken op een Rus en acteren kon hij al helemaal niet. Broeierig kijken bleek zijn forte te zijn! Het verhaal is eigenlijk heel simpel. Russische revolutie, Moskou, getrouwde man, getrouwde vrouw ( maar niet met elkaar) worden getroffen door een 'coup de foudre' maar het is onmogelijk om elkaar ergens te ontmoeten. Dan komen ze per toeval samen, in the middle of nowhere, ergens op de afgelegen steppen van Siberië terecht. Liefdesscenes werden symbolisch weergegeven door de wind, die 's zomers de graanhalmen zachtjes heen en weer wiegde en 's winters de sneeuw tot metershoge bergen opwierp. En zo drieënhalf uur door. Na twee uur merkte ik op dat de zaal leeg begon te lopen, de ene na de andere Japanner verliet het pand. Eigenlijk begon het mij ook wel te vervelen en zijn ook wij maar opgestapt. Zodoende duurde het nog jaren voordat ik de laatste scene van de film te zien zou krijgen. Die, waarin hij in Moskou op straat loopt en in een voorbijrijdende tram 'haar' meent te ontwaren. Het grijpt hem zo aan dat hij in elkaar zakt en na een laatste broeierige blik aan een hartaanval sterft. Exit Omar Sharif.

Eenmaal weer terug in het hotel, prees ik me zelf gelukkig dat ik niet verbannen was naar Siberië, maar het volgende weekend gewoon weer lekker in Bangkok aan het zwembad zou zitten, zonder sneeuwstormen en zonder Omar Sharif....Heerlijk !

zondag 24 februari 2008

De verloofde van Noriko
























"Hé, wat leuk, dat ik jou weer zie" . Sommige mensen zag je nooit en tegen anderen liep je regelmatig, ergens ter wereld op.
"Weet je nog hoe we dansten op 'My Way' in Jimmy's Bar in NY en hoe we toen weggestuurd werden ?" Het was A2, die uit Anchorage in Tokyo was aangekomen en me op mijn hotelkamer in het Tokyo Prince Hotel opbelde om te vragen of ik zin had iets samen te gaan ondernemen. Natuurlijk wel. Ik was al genoeg alleen en bovendien vond ik hem aardig.
We bezochten de chrysantententoonstelling in het Meiji Park. Daar stonden niet van die kleine chrysantjes die je overal ter wereld in tuintjes kunt zien staan. Welnee, daar zagen we bloemen, zo groot als bloemkolen, die zwaar gestut moesten worden anders zouden de stelen omknakken door het gewicht van de bloemen.
Tijdens zijn vlucht van Anchorage naar Tokyo was A2 door Noriko, de meest seniore Japanse stewardess die in die tijd bij de KLM vloog, uitgenodigd om bij haar en haar Japanse verloofde op bezoek te komen zodat hij met eigen ogen kon zien hoe een traditioneel Japans huis er uit zag. Hij had aan haar gevraagd of ik ook mee mocht komen en dat had ze goed gevonden.
De verloofde kwam ons met zijn Toyota ophalen en we reden over de Tokyose 'highways' naar een buitenwijk waar zijn houten huis stond.
Eenmaal aangekomen bewonderden we het kleine perfecte tuintje voor de ingang. Ons werd verzocht onze schoenen uit te doen en slippers aan te trekken die al klaar stonden, want de tatamimatten mochten niet bezoedeld worden door schoenen . Het vertrek binnen vormde een zit- en slaapkamer tegelijk. Er stonden geen stoelen en tafels want je zat op de grond met een laag tafeltje tussen je in. Voor ons westerlingen is dat heel moeilijk, want op je knieën zitten voor een langere tijd staat gelijk aan marteling. Bovendien is het niet toegestaan met je voeten naar een andere persoon te wijzen, dat is héél onbeleefd, dus schuifel je maar wat van je ene bil op de andere om toch maar het decorum te bewaren.
We praatten wat over de cultuurverschillen tussen de Westerse en de Oosters wereld. De verloofde van Noriko werd, misschien onder invloed van de 'Suntory' whisky die rijkelijk vloeide, plotseling erg fel. Hij vond, dat Japan terug moest gaan naar de oude Samurai-traditie die uniek was voor de Japanse cultuur. De Amerikanen hadden, na WO II, veel teveel invloed gekregen op de Japanse manier van leven en die trend moest teruggedraaid worden. Dat ze dreigden hun unieke cultuur te verliezen kon hij bewijzen aan de hand van het feit dat Noriko niet eens meer de traditionele 'tea-ceremony' wist uit te voeren en dat ze stewardess was geworden voor een westerse airline, wat zo ongeveer te vergelijken was met het beroep van prostituee.
We begrepen dat we hier te maken hadden met een hele conservatieve Japanner die terug wilde keren naar de gloriedagen van het oude keizerlijke Japan. (De schrijver Yukio Mishima zou nog geen jaar later om dezelfde redenen, op traditionele wijze zelfmoord (( Seppuku of Harakiri)) plegen om deze zelfde overtuiging kracht bij te zetten.)
Als argument om hem de hopeloosheid van zijn streven onder ogen te laten zien wezen we hem op de trends die in de hele wereld gaande waren ( die later met de term 'globalisering' zou worden aangeduid) en die onomkeerbaar waren.
Nadat de verloofde ons aan het eind van de avond weer had afgezet bij het hotel, bespraken we ons ongemakkelijke gevoel. We vonden het jammer voor Noriko dat ze te maken had met een verloofde die het beroep van stewardess gelijk stelde aan dat van een 'prostituee', maar er was niet veel wat we eraan konden doen, behalve hopen, dat ze in de toekomst een andere, modernere man zou ontmoeten en de huidige verloofde de bons zou geven.

donderdag 21 februari 2008

O Ra N Tsu Shu I Su




















Het was prachtig weer in Tokyo. Iedere dag hadden we stralende zonneschijn al ging de temperatuur wel gestadig omlaag. De bomen en struiken in de parken tooiden zich in de mooist denkbare herfsttinten en ik genoot van mijn verblijf in Tokyo.

Helaas was het gevolg van iedere week een steeds groter temperatuurverschil tussen Tokyo en Bangkok dat ik op een goede dag zo verkouden was geworden dat mij, door de behandelende arts, verboden werd naar Bangkok te vliegen. Ik kreeg ( volgens mij een volkomen onnodige) antibioticakuur voorgeschreven en hoewel ik niet mocht vliegen kon ik wel uitstapjes gaan maken met de crew die in Bangkok gestationeerd stond en nu het weekend in Tokyo vertoefde.

Onder de bezielende leiding van gezagvoerder Luc De Ruyter van Steveninck begaven we ons op ongebaande wegen. We stapten de trein in om naar het Japanse 'Giethoorn' te rijden teneinde daar een beetje rondgepunterd te worden door een tandeloos vrouwtje in klederdracht. Jammer dat het een beetje miezerde; voor het eerst in de lange tijd dat ik in Japan vertoefde.
De volgende dag werd het nog avontuurlijker want toen zijn we op een willekeurige trein gestapt die ons naar een provinciestadje ergens hoog in de bergen bracht, waarvan we de naam niet konden lezen, omdat de bordjes op alle stations, nadat we Tokyo achter ons hadden gelaten nog uitsluitend in Chinese karakters gecombineerd met lettertekens uit het Hiragana en Kanakana, beschreven waren. Geen nood, onze leider had een woordenboek bij zich, waarin hij de onleesbare lettertjes voor ons kon omtoveren in begrijpbare Japanse klinkers. Helaas stopte de trein steeds te kort om hem de gelegenheid te geven de vertaling te voltooien.























We stapten op een willekeurig stationnetje uit en gingen een bar binnen. Jongens, wat willen jullie drinken? De drankenkaart stond voor onze neus, maar weer met van die onontcijferbare tekentjes erop. De Ruyter zou het wel even voor ons vertalen. Na vijf minuten had hij het eerste item op de kaart ontleed : O Ra N Tsu Shu I Su. Wat ? Als je het heel snel uitsprak snapte je het : orange juice. Nou dat leek ons wel lekker en kohi verstonden ze waarschijnlijk ook nog wel. Hai!
Een wandeltochtje door het schilderachtige gebied zou ons goed doen, dus wandelden we van het ene station naar het volgende en genoten van de landelijke rust en de aanblik van de rustieke en authentieke huisjes waar we langs kwamen. Een kakiboom vol vruchten en een paar giechelende schoolmeisjes vormden dankbare objecten om te fotograferen.

Helaas moest de avontuurlijk club de volgende morgen vroeg alweer terug naar Bangkok en zou ik ze niet meer zien. Maar ik had het wel fijn gevonden om, tenminste voor een paar dagen, samen met een gezellige crew op stap te zijn geweest.


zaterdag 16 februari 2008

Ohayo gozaimasu

Helemaal alleen in Tokyo, dat was ik, aan het einde van de herfst, begin van de winter, na anderhalf jaar vliegen.

Dat kwam zo. De KLM vloog met twee verschillende types DC8 : de korte over de pool via Anchorage, en een verlengde via Bangkok, naar Tokyo. Op het stukje Tokyo - Bangkok via Manila en vice versa had men één extra stewardess nodig en die bleef in haar eentje drie maanden in Tokyo gestationeerd. Zo kwam het, dat ik begin november voor de allereerste keer in Tokyo aankwam, heg noch steg kennende. Ik had me goed voorbereid door zoveel mogelijk over het land, de geschiedenis, de cultuur, religie, zeden en gewoonten, het landschap etc. te lezen, maar in werkelijkheid blijk je daar bitter weinig aan te hebben, want niemand sprak toen Engels, behalve dan de KLM stationmanager, Mr. Nakamura en zijn secretaresse en één receptionist van het Tokyo Prince Hotel, waar ik een kamer(tje) had op de 21e verdieping met uitzicht op de Tokyo Tower, een replica van de Eiffeltoren in Parijs.

De eerste drie weken waren dan ook het moeilijkste, daarna had ik geleerd om aan de reacties van de Japanners af te lezen of ze me begrepen of niet. Als ze heel ijverig gingen zoeken naar iets, dan wist ik dat ze mijn vraag niet begrepen hadden. Het was nl. niet beleefd om "nee "te zeggen, of "ik begrijp u niet". Zo kwam het bv. voor, dat ik 20 minuten aan de telefoon wachtte, omdat de telefoniste, die me moest doorverbinden, me niet verstaan had. Dan zei ik maar: "arigato gozaimasu" en belde de receptionist, die dan het nummer wat ik wilde bellen, voor haar vertaalde. Gelukkig waren inmiddels de straatnaambordjes en de stationnamen in Tokyo (daarbuiten niet) ondertiteld in de westerse taal zodat ik met een plattegrond en door goed op te letten, me kon verplaatsen. Voordat ik het echter wist, had ik hun manier van bewegen overgenomen en boog met ze mee en als ik moest lachen deed ik een hand voor mijn mond, zoals Japanse vrouwen dat doen en riep vrolijk "hai" i.p.v. "ja" terwijl ik boog.

Vooral het buigen is een hachelijke zaak want er is standsverschil en je moet precies je positie weten in de hiërarchie. De laagste moet het laatste en het diepste buigen. Zo keek ik vaak naar recepties in het hotel, waar mensen bij het afscheid tegenover elkaar stonden en bij het buigen stiekem keken hoe diep de ander boog. Het kon soms wel een tijdje duren voordat het ritueel beëindigd was, omdat ze kennelijk niet konden besluiten wie van de twee de laatste moest zijn.

Overal stonden vrouwen diep te buigen: als je een warenhuis binnenliep stonden ze bij de ingang en wensten je welkom en nog een fijne dag. Ze stonden bij de roltrap, bogen en maakten de band, waar je hand op lag, met een doekje voor je schoon. Bij de ingang van de vele restaurants, coffeeshops, winkeltjes, overal om je heen werd er gebogen en een vriendelijk boodschap gekwetterd.


Iets anders waar ik ook vreselijk aan moest wennen was het eten. Tegenwoordig eet iedereen sashimi en sushi, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, maar toen was het voor de westerling nog onbekend voedsel. Restaurants waar westers werd gekookt, waren er nauwelijks. Eén Duits restaurant, waar je Sauerkraut mit Eisbein kon eten en één Frans restaurant, waar je biefstuk van 75 gr. kon eten met een salade, patates frites en een glas rode wijn, voor een ongehoorde prijs, dat wel. Na een paar weken begon ik vreselijk te verlangen naar een stevige Nederlandse maaltijd.

Op mijn kamer had ik televisie, maar alle zenders waren in het Japans. Wel goed om de aard van de Japanners te leren begrijpen. Ze zonden ook 'soaps' uit, die zich vaak afspeelden in die kleine houten huisjes met tatamimatten en shoji ( schuifdeuren). Iedereen zat op de grond en schuifelde op zijn knieën rond. De emoties liepen vaak hoog op en het leek me allemaal nogal melodramatisch, wat er zich daar afspeelde. Sindsdien ben ik ook van mening, dat de Japanners de 'Italianen' zijn van het Verre Oosten. Het viel me op, dat de vrouwen allemaal met hoge, kleine stemmetjes praatten en de mannen met een lage, barse stem. Later hoorde ik ook, dat de gesproken mannen- en vrouwentaal geheel verschillend van elkaar zijn.
Ik had één favoriet programma. Op vrijdagavond draaide er een samurai-serie met een hele knappe Japanner in de hoofdrol. Over het algemeen vond ik de Japanse mannen, die ik om me heen zag, weinig aantrekkelijk, maar deze was een snoepje. Zonder de taal te begrijpen begreep ik wel waar het over ging. Hij was een held, die opkwam voor de armen en verdrukten en vocht tegen de wrede krijgsheren. Er kwamen veel stok- en zwaardgevechten in voor, die hij natuurlijk allemaal glansrijk won. Zijn beloning kwam in de vorm van aanbiddende geisha's. De sumo-wedstrijden, die daarna werden uitgezonden waren ook fascinerend om te zien. Al die vetgemeste jongemannen met hun dikke billen, die met hun hele gewicht tegen elkaar opbotsten, na wat zout en rijst te hebben gestrooid. De zwaarste won meestal, door de andere bij zijn lendedoek te grijpen en hem buiten de ring te smijten. De scheidsrechter in zijn mooie kimono kraaide wat uit en dan was de volgende aan de beurt. Het talrijke publiek vond het prachtig.
Met de radio had ik geluk, want vanwege de Amerikaanse krijgsmacht, die gebaseerd is op het eiland Okinawa, was er een Amerikaanse zender, die het Japanse-, Amerikaanse- en wereldnieuws uitzond en eigenlijk de hele dag Amerikaanse popmuziek. De no. 1 tophit was toen: Dionne Warwick's Burt Bacharach song: I 'll never fall in love again.

Ik genoot van mijn vreemde standplaats en iedere week het weekend in Bangkok, maar er was één ding waar ik geen rekening mee had gehouden, nl. het gebrek aan een seksleven. Ik was ervan uit gegaan, dat het wel uit te houden zou zijn om drie maanden lang zonder man te leven, maar ik begon na een paar weken mannen aantrekkelijk te vinden die ik anders geen blik waardig zou hebben gekeurd. O,o,o, dat was een zorgelijke ontwikkeling. Héél zorgelijk! Als dat maar goedging....





dinsdag 12 februari 2008

Kippetjes scheuren in Lissabon




















Zoals Athene en Beirut een springplank vormden naar het Verre Oosten zo was Lissabon dat voor Zuid-Amerika, samen met Madrid.

Lissabon was een grote favoriet bij de bemanningen. Een mooie stad , die echter in de tijd waarover ik schrijf erg arm was, wat je vooral kon zien aan de slechte staat van de gebouwen, de alomtegenwoordige kinderarbeid en de vele schoenpoetsers. Portugal zuchtte nog onder de dictatuur van Salazar, die zelf wel een prachtig optrekje bezat in Cascais.

Na aankomst in het hotel werd afgesproken elkaar te ontmoeten op het terras van Pastelaria Suiça op het Rossio Plein. Behalve koffie en 'cha com bolos '( thee met gebak) kon je er lekker eten en wat voor de bemanning belangrijk was: bier en wijn drinken. Voor onze neus kwam heel Lissabon voorbij en keken we uit op, de tegenover het plein hoger gelegen wijk, Alfama. 's Morgens, 's middags ,'s avonds of 's nachts, altijd kon je wel KLM-ers op dat terras vinden.

Zo tegen dinertijd ging het in ganzenpas naar een ginjinería vlakbij, eigenlijk niet meer dan een nis in een muur waar, op een toonbank, stopflessen stonden, die gevuld waren met kersen op brandewijn. Een glaasje 'ginja' kostte maar een paar centen. De keuze was 'com o sem frutas' ( met of zonder vruchten) maar we namen meestal 'com', zodat we daarna een wedstrijdje konden houden, wie de pit het verste weg kon spugen. Lokale mensen. die voorbij kwamen moesten vaak verschrikt opzij springen . Grote pret natuurlijk, maar het spul was behoorlijk sterk en om meer dan één glaasje te drinken was dan ook niet aan te raden, daar kan ik uit eigen ervaring over meepraten.... Helaas was de ginja zo goedkoop, dat er altijd wel iemand was, die op nòg een rondje trakteerde. Om de hoek van het plein ging de bemanning daarna veelal naar Churrasco om 'kippetjes te scheuren'. Je kon daar namelijk net zoveel kip eten als je opkon. De favoriet was 'frango piripiri', kip met hete chilisaus. Daarna liepen we over de Avenida da Liberdade terug naar onze hotels op de Praça Pombal, niet zelden opgehouden op één van de vele terrasjes om nog een 'afzakkertje' te nemen. Op onze weg lag de sociëteit van de voetbalclub Benfica, waar we vaak uitgenodigd werden om binnen te treden om de prachtige trofeeën te bewonderen in hun schatkamer; uit louter vriendelijkheid kregen we dan natuurlijk een drankje aangeboden om te drinken op het succes van deze illustere voetbalclub. Het was dus helemaal niet moeilijk om aangeschoten te raken met alle risico's vandien !

Omdat we er vaak een paar dagen overstonden waren er vele mogelijkheden om de tijd prettig door te brengen, maar daar zal ik een andere keer over schrijven.

Posted by Picasa

maandag 28 januari 2008

Bangkok
























Van Karachi vlogen we overdag, via New Delhi, naar Bangkok, waar we 's avonds aankwamen. Wat een groot verschil met Karachi, de mensen zagen er schoon en verzorgd uit en glimlachten vriendelijk. Er hoefde niemand omgekocht te worden en de bus naar ons hotel stond al klaar. Omdat het donker was kon ik het landschap, waar we doorheen reden, niet zien, wel bleek het verkeer rommelig en druk te zijn. Het hotel heette Plaswijck en de volgende morgen zou ik zien waarom. Het bestond uit een oud hoofdgebouw en een aantal houten barakken, waar onze kamers in gesitueerd waren. We werden verwelkomd met vers geperst mandarijnensap en de koffers waren al op weg naar onze kamers. Ook dit hotel was uitsluitend voor de KLM-bemanning bestemd. Geld had je er niet nodig, behalve voor wat fooien en als je een biertje wilde bestellen.Tegenover het hoofdgebouw aan de andere kant van het zwembad en de tennisbaan, lag de bar, die door de crew liefkozend tot 'het praathuis' was omgedoopt. Daar had altijd wel iemand dienst om de dorstige en hongerige crewleden van drank en eten te voorzien.

























Het eten was voortreffelijk en je kon buiten etensuren altijd een steaksandwich met uien en/of champignons, of saté bestellen met komkommer- en hetepepertjessalade. De avondlucht rook zwaar naar tropische bloemen ( later zag ik dat het de plumeriabloesem betrof) en gonsde van de cicaden.
In het praathuis zaten de verschillende bemanningen aan de bar of waren aan het biljarten, kaarten of tafelvoetballen. Maar naarmate de avond vorderde en er meer drank in de man was werd de stemming anders. Sommigen hadden misschien een beetje te veel op en begonnen avances te maken of slappe verhalen of schuine moppen te vertellen.
Het was me al wel opgevallen, dat er sprake was van paarvorming in de bemanningen. Veel stelletjes ( legaal of niet) vlogen samen en degenen, die alleen waren zochten iemand onder de anderen van de moeite waard. Zo had ik ongewoon veel aanspraak, maar het werd me door de jaren heen wel duidelijk dat het niets bijzonders was; alle meisjes kregen wel belangstelling van iemand van het andere geslacht. In Bangkok hadden de mannen echter nog een alternatief, ze konden nl. naar het 'badhuis' gaan. Van die mogelijkheid werd dan ook ruimschoots gebruik gemaakt en daar werd helemaal niet geheimzinnig over gedaan.
Die eerste avond kreeg ik onderricht in het tafelvoetbal van iemand uit een andere bemanning. Samen versloegen we ieder ander paar. Niet omdat ik er iets van kon, maar hij was er heel goed in. Daarna praatten we nog wat en omdat ik het zonde vond om in mijn eerste tropennacht binnen in een rokerige ruimte rond te hangen stelde hij voor naar buiten te gaan. Aan de rand van het zwembad vonden we ligstoelen en een tafeltje. Hij dronk Schotse whisky met ijs en hoewel ik dat nog nooit gedronken had, nam ik ook een glas. Ons gesprek was heel geanimeerd en ik genoot van de prachtige nacht, tot... op een gegeven moment de hemel aan de horizon licht begon te kleuren en de eerste vogels begonnen te kwetteren. Oh nee... ik constateerde, dat ik op de rand van dronkenschap was en wilde zo snel mogelijk naar mijn kamer. Heel galant bracht mijn gesprekspartner me daar naar toe en we spraken af elkaar later, bij het zwembad, te treffen. Toen ik wakker werd had ik hoofdpijn, dus draaide me nog maar een paar keer om. 's Middags ging het gelukkig weer een beetje beter en was ik in staat om naar het zwembad te gaan en wat fruit te eten. Het was heet en alle bedden aan het zwembad waren bezet door zonnende crewleden. Mijn gesprekspartner van de vorige avond maakte een bed voor me vrij en zette een parasol op. In het zwembad(je) trok hij me door het water, zodat ik me niet in hoefde te spannen. Ik zag nu ook dat we omringd waren door plassen,' klongs 'genaamd en begreep hoe de naam Plaswijck was ontstaan.
Hij moest die avond vliegen en we zouden elkaar op die reis niet meer tegenkomen.

De volgende dag nam ik de crewbus naar de stad, waar ik rondgeleid werd door mijn collega's. We werden afgezet op New Road, tegenover het postkantoor. Ze lieten me zien waar je kleding op maat kon laten maken ( de bemanningen hadden vaste adressen), zijde kon kopen en
antiek of juwelen . Voor een kopje koffie liepen we naar het Oriental Hotel, één van de beroemdste hotels ter wereld. Op het terras keek ik met belangstelling naar het verkeer op de Chao Phrya Rivier ; snelle watertaxi's scheerden voorbij afgewisseld door jonken met roodgekleurde zeilen, punterende vrouwtjes en lange vrachtschuiten, die aan elkaar gekoppeld waren. De tuin van het hotel stond vol met orchideeën in allerlei prachtige kleuren. Voortaan zou een bezoek aan dit terras een vast ritueel worden, iedere keer als ik in Bangkok verbleef.

Al met al vond ik mijn eerste Verre Oosten reis zeer geslaagd en Bangkok zou altijd mijn favoriete bestemming blijven, ook al veranderde de stad in een razendsnel tempo van een traditionele Oosterse stad naar een moderne metropolis.























Posted by Picasa

Krabbetjes vangen in Karachi



















Eindelijk was het dan zover, na 15 maanden Europa en Amerika te hebben gevlogen, mocht ik naar het Verre Oosten, met een paar dagen overstaan in Athene, Karachi en Bangkok. wat een feest! Op Schiphol werd ik door de bemanning gelijk geïnstrueerd wat betreft ons drankgebruik. Iedereen bestelde een fles bij de taxfree-winkel en ik moest gin kopen, want dat hadden ze nog niet in de voorraad, OK. Ik dronk toen weliswaar geen gin, maar ik hoopte, dat er voor mij iets bij zou zitten, wat ik wèl lustte. 

In Athene zaten we in een hotel,"Kings Palace" genaamd, vlak om de hoek van het Syntagmaplein en daar werd na aankomst afgesproken om op één van de vele terrassen een drankje te gaan drinken. De meeste bemanningsleden vond ik er met een glas vol troebel, melkachtig uitziend, water voor hun neus, wat ouzo met ijs bleek te zijn. Dat moest ik beslist ook drinken anders was ik niet in Griekenland geweest, zeiden ze. Nou, het leek een beetje op dropwater, eigenlijk helemaal niet zo vies als het er uitzag, maar een sterk goedje was het wel. Gelukkig hadden ze snel honger en liepen we naar de Plaka, de oude uitgaansbuurt, die schilderachtig tegen de helling van de Akropolis ligt. Ik vond het prachtig ; hier had ik altijd van gedroomd , vakantie terwijl je aan het werk bent. In één van de vele tentjes aten we de gebruikelijke Griekse salades, tsatsiki , dolmades, gyros etc. ,voedsel dat iedereen nu wel kent, maar toen nog vrijwel onbekend was. We dronken er retsina, de harswijn bij, en al moest ik er erg aan wennen, sinds die tijd bestel ik die altijd bij mijn Griekse eten, het hoort er gewoon bij .. een kilo retsina.
Na een paar dagen tochtjes maken (natuurlijk als eerste het Parthenon bezichtigd), ging het 's nachts op weg naar Karachi, met een tussenlanding op Kuwait Airport.
Op het vliegveld van Karachi keek ik mijn ogen uit. Wat een armoede heerste daar, je kon het niet alleen bij wijze van spreken, maar ook letterlijk, ruiken. Na de douane te hebben omgekocht met whisky (het is ten strengste verboden sterke drank in te voeren) mochten we door. Voor de uitgang stonden vele mensen in lompen te bedelen, maar de bemanning had een favoriet: Ali met zijn ene been, die snoepjes uitdeelde. Hij kreeg altijd balpennen, speelgoedjes etc, die we anders aan boord weggaven aan de passagiers, en soms een paar dollar.
We verbleven daar in het Midway Hotel, een hotel uitsluitend voor KLM bemanningsleden en soms voor een enkele, gestrande, passagier . Van het vliegveld vandaan was het 5 minuten lopen.
De kamers lagen aan galerijen in een vierkant met in het midden een grasveld. Op iedere gang had een 'bearer' 24 uur dienst. Hem kon je altijd roepen als je iets nodig had, je ontbijt, sandwiches of een kopje thee. Degene, die je badkamer schoonmaakte was de 'sweeper' , die was duidelijk van een lagere kaste.
Moe, na een nacht vliegen, viel ik als een blok in slaap en toen ik wakker werd, wist ik even niet waar ik was. Ik hoorde buiten 'kra kra kra' , wat ik in latere jaren onmiddellijk zou associëren met Pakistan, India en Sri Lanka. Grote zwarte kraaien, die in zwermen boven het hotel vlogen. Ze deden me soms wel een beetje denken aan de film "The birds" van Alfred Hitchcock.
Op de galerij zaten al wat bemanningsleden te ontbijten en de bearer had het er maar druk mee, af en aan als hij moest lopen voor wéér een wakker geworden bemanningslid, maar een paar roepies maakten veel goed. Bij de crewborrel , later, werd de afspraak gemaakt om de volgende morgen krabbetjes te gaan vangen, dus werden er taxi's besteld die ons naar de haven van Karachi zouden brengen.
Op de weg daar naar toe zagen we veel wildversierde busjes en vrachtwagens rijden en het verkeer mag gerust chaotisch worden genoemd ; ongelofelijk, dat we heelhuids in de smerige haven aankwamen. Daar lagen aan de kade wat primitieve zeilbootjes. De KLM-ers hadden hun 'eigen' boot, die van kapitein Ali en die stond iedere dag trouw klaar met zijn jonge maatjes om ons naar Sands Pit te varen, met een tussenstop in een eveneens smerig dorpje, waar vissenkoppen werden opgehaald, die door de jongens aan een vliegertouwtje werden bevestigd. Eenmaal uit de haven kregen we toestemming om ons om te kleden, of eigenlijk uit te kleden, zodat we konden zonnen. Onze zeilboot was van hout en een smoezelig zeil werd gehesen . Als er een beetje wind stond moest een plank buiten boord worden gestoken waar dan iemand aan het uiteinde op moest gaan zitten, anders sloeg de boot om, wat ook wel eens gebeurde.
Op onze bestemming, een strand, dat midden in de zee uitstak, gingen we voor anker en kregen we allemaal een vliegerklosje, waar aan het uiteinde van het touw een vissenkop vastgebonden zat, die we dan overboord op de bodem lieten zakken. Over de techniek en zo, hoe je het beste een krab kon overhalen jouw visje te eten deden vele verhalen de ronde, maar gewoon niets doen was waarschijnlijk het beste.
Als we beet hadden moesten we roepen, dan werd de krab deskundig in een netje uit het water gevist en wat de mannen daarna met het beestje deden wilden we eigenlijk liever niet weten. Toen er genoeg krab was voor een maaltijd stookten Ali en zijn piraten een vuurtje in het vooronder en dan kregen we krabkoekjes,krabbenpootjes, krabsoep en wat je nog meer met krab kunt combineren, opgediend. Een flesje meegesmokkelde witte wijn erbij en het was een galadiner.
Wij spraken dan ook vele malen onze dank uit, vooral aan onze president-directeur, die deze dag voor ons mogelijk had gemaakt.
Na het eten was er gelegenheid tot een wandeling op het strand, op eigen benen of op die van een kameel en daarna ging het weer hotelwaarts, waar we bruinverbrand en tevreden terugkeken op een geslaagde dag.
Voor het 'shoppen' staken we de weg over naar het 'BOAC-Hotel (waar de bemanningsleden van de Britse luchtvaartmaatschappij logeerden),omdat daar wat winkeltjes waren. Ik ging echter met de BWK mee, want die wilde een tapijt kopen en daarvoor liet hij zich door een taxi naar een 'tapijtfabriek' rijden. De tapijten waren prachtig en we konden met eigen ogen de kleine vingertjes van de kinderen zien, die daar in het halfdonker urenlang op hun hurken aan het knopen waren. Het was een dilemma, zou het boycotten van het kopen van tapijten, die door kinderarbeid worden geproduceerd, de kinderen aan een beter bestaan helpen? Een vraag, die tot op de dag van vandaag nog steeds aktueel is. De BWK kocht er een, voor hem ging het om het hebben, niet over hoe het gemaakt was.
's Morgens wekte de bearer me met een kopje thee "calling-time, memsahib" : het was tijd om naar Bangkok te vliegen.
Posted by Picasa

zaterdag 12 januari 2008

nachtstoppen




















De dagelijkse Europa-vluchten werden soms aangenaam onderbroken door een nachtstop. Ze waren weliswaar erg kort, te kort eigenlijk om iets van die plaatsen te zien, maar toch kreeg je wel een indruk van de sfeer in die steden.
Zo logeerden we in Rome in een hotel, dat tegenover het Forum Romanum lag en zaten we op een zwoele zomeravond buiten op het terras, met een glaasje Cinzano of Campari voor ons, te genieten van het prachtige uitzicht. Het Colosseum was vlakbij, maar na een paar glaasjes hadden we geen puf meer om ernaartoe te lopen. De volgende morgen reden we erlangs, zodat we het toch nog in het voorbijgaan konden bewonderen.
Op de terugvlucht kregen we panne. Òf het lampje was kapot, òf het neusvliegwiel wilde er niet uit. Om dat te controleren werd er op Schiphol even over de verkeerstoren gevlogen. Van daaruit keken ze met een verrekijker of hij eruit hing, dat was gelukkig het geval, maar nu wisten ze weer niet of het 'geborgd' was. De brandweer en de ambulances stonden aan de kant van de baan toen we landden, maar alles ging gelukkig goed. Je schrikt dan wel een beetje en je realiseert je dat het ook fout had kunnen gaan.

Op een herfstige dag vlogen we naar Boekarest. We reden door een statige stad, waar nauwelijks verkeer te zien was. Er reden trams en wat ik me nog herinner is een paard en wagen, sukkelend door een lege mistroostige straat. Het waren de hoogtijdagen van Ceauçescu. Enorme paleizen voor hem, niets voor de Roemenen. In het hotel, kwamen we in een enorme, rokerige, kale eetzaal terecht . Daar zaten allemaal mannen aan lange tafels, die duidelijk een feestje vierden. De ober vertelde ons, dat het eten op was en gaf ons met tegenzin een fles wijn en wat glazen. We waren met zijn vijfen, dus was die fles gauw leeg. De bediening was verdwenen, maar de Purser had er iets op gevonden. Hij ging 'even' naar achteren en kwam terug langs de tafel waar de flessen wijn voor de feestgangers stonden. In het voorbijgaan kwam zijn hand per ongeluk tegen een fles aan, later vond zijn hand ook nog wat lekkere hapjes, dus hadden we toch nog een leuke avond.

Naar Ankara vlogen we in hartje winter. Ook daar kwamen we laat aan, dus reden we door donkere straten. In het hotel was de etenstijd al voorbij, maar konden we in de eetzaal nog wat drinken. Evenals in Boekarest zaten er alleen maar mannen in de zaal en was ik de enige vrouw..... tot er een Oosters muziekje klonk en een buikdanseres ten tonele verscheen. Omdat wij achter een pilaar zaten, stonden we op om haar kunsten te bewonderen. De mannen staarden gebiologeerd naar het kronkelen van haar buik, borsten en heupen. Het hoogtepunt was echter toen ze op de tafel klom en al dansend tussen de schalen, flessen, borden en glazen door laveerde. Ze moest zo nu en dan voorover buigen zodat de mannen geld in haar kleding konden stoppen. Klein geld in haar BH en groot geld in de harembroek.
De volgende ochtend reden we nog even de stad uit, de bergen in , om naar een albast-fabriek te gaan waar we tegen lage prijzen konden kiezen uit duizenden uitgestalde voorwerpen .
Zo heb ik hier nog steeds een mooie vaas en een sigarettendoosje staan, die ik toen gekocht heb.

Naar Beirut zou ik in de komende jaren vele malen vliegen en langere tijd overstaan, maar de eerste keer was een nachtstop. Het was volgens de bemanningsleden een heerlijke stad en ze vertelden me allemaal smakelijke verhalen over hun avonturen daar. We verbleven in Hotel Riviera dat mooi gelegen lag aan de boulevard die langs de Middellandse Zee liep. Ik vond het jammer, dat we nauwelijks 8 uur de tijd hadden, want ik was ongeduldig en kon haast niet wachten tot ik op de langere vluchten ( de zgn. ICA-vluchten) zou worden ingedeeld
Posted by Picasa

dinsdag 1 januari 2008

Hou je maar vast aan de BWK







Op Europa hadden we in 1968 nog vele nachtstoppen met de Lockheed Electra . In de cockpit zaten 2 vliegers ( de Captain en de Co-Pilot) en een BoordWerktuigKundige, de technische man aan boord. Ik kwam er wel eens een kijkje nemen en zat soms op de 4e stoel om nieuwsgierig toe te kijken naar de gang van zaken daar. Vaak was het de BWK die wel even tijd had om me voor te lichten . Maar het belangrijkste wat ik onthouden moest, drukten ze me allemaal op het hart, was, dat als je als stewardess problemen had, je altijd terecht kon bij de BWK . "Hou je maar vast aan de BWK", was dan ook een gevleugelde uitspraak binnen het korps van het vliegend personeel.

Na een paar maanden was het zover...! Ik ging naar Frankfurt en we bleven daar een nacht overstaan. We noemden dat een 'nachtstop'. (Die stoppen waren een welkome afwisseling van het iedere dag heen en weer kachelen naar Schiphol , wat je moest als je 'op Europa' vloog).
Daar aangekomen ging ik op stap met 5 mannen. Eerst een biertje ( nou zeg maar BIER, want we waren tenslotte in Duitsland) drinken en toen eten. Ik liep maar wat met ze mee, want ik kende uiteraard heg noch steg in die stad. Zo liepen ze regelrecht naar hun favoriete restaurant. Daar werd mij aangeraden een 'Rinderfilet mit Meerrettichsahne' te eten, want dat was de favoriet van de KLM-ers. Daarna keken ze stiekem toe hoe ik zou reageren op de scherpe smaak van de mierikswortel. Inderdaad werd ik zeer verrast, want het woord Sahne had ik wel herkend en zodoende gedacht aan een roomsausje. Ik kon er gelukkig wel om lachen, zij ook. Het was best gezellig en ik luisterde wat naar de gesprekken van de mannen, wat er op neer kwam, dat ze het hadden over technische problemen van vliegtuigen, auto's en boten. Gaap,gaap...Het andere favoriete onderwerp bespraken ze waarschijnlijk als ik uit de buurt was.
Na het eten gingen er drie mannen terug naar het hotel en bleef ik over met de BWK en de hofmeester. Ik had nog helemaal geen zin om al te gaan slapen, want dit was tenslotte mijn eerste nachtstop en er moets toch ìets te beleven zijn in die stad ? Nou, dat viel erg tegen, dus dronken we een 'afzakkertje' in een bar en toen was het ècht tijd om terug naar het hotel te gaan. De hofmeester was als eerste in de lift en weg. De BWK liep, heel galant, met me mee naar mijn hotelkamer. Toen ik de kamerdeur opendeed, liep hij al pratend mee naar binnen en zo stonden we nog een tijdje te kletsen, tot ik zei, dat ik nu wel wilde gaan slapen. We wensten elkaar :"welterusten en tot morgen" en weg was hij.
Ik lag net in bed toen er op de deur werd geklopt. Eerst reageerde ik niet, maar het kloppen hield aan, dus stond ik op en keek door het uikijkgaatje. En wie stond daar ? De BWK.
Ik vroeg door de deur heen : "wat is er aan de hand?"
" Ik heb mijn jasje laten liggen op je kamer en die kom ik even ophalen".
Bij nadere inspectie hing er inderdaad een vreemd jasje over een stoel.
De smiecht. Ik vertelde hem door de deur, dat hij morgenvroeg een half uur na 'calling-time' het gewraakte onderwerp af kon komen halen.
Eigenlijk vond ik het wel grappig en het was weer een ervaring erbij. Maar ik zou voortaan beter op moeten gaan letten.

vrijdag 21 december 2007

My Way




















In 1968, toen ik ging vliegen werd er een nieuw type stewardess gïntroduceerd: de zgn. SAR ( allround stewardess).
Vóór 1968 deden de stewardessen niets in de pantry, dat was het domein van de hofmeesters. Maar met de komst van een nieuw type vliegtuig, de verlengde DC 8 ( DC 8-63), door de bemanning 'lange-8' gedoopt, was er plaats voor een extra stewardess, die voorin het vliegtuig haar eigen cabine had, met haar eigen keuken, zodat ze het werk van de hofmeester met die van de stewardess combineerde . In het eerste jaar vloog de 'lange-8' alleen op Noord Atlantische vluchten, zoals Montreal en New York.
Normaal werden we ingezet op Europese vluchten, maar zo nu en dan stond er Montreal of New York op ons indelingskaartje en dan was het natuurlijk feest.
In New York kwam ik er al snel achter dat het de gewoonte van de bemanning was, om onmiddellijk na het aankomen in het hotel ( Edison), te douchen, om te kleden en dan naar "Jimmy's Bar" te gaan, om de hoek van de 47ste St. op de 8ste Ave, voor de crewborrel. Die bar was nog lekker ouderwets. Er stond een jukebox in de hoek en als je doorliep moest je door van die halve klapdeurtjes, die je vaak op western-films ziet, waarachter zich een soort eetzaal bevond. Dus als we honger kregen hoefden we niet ver te lopen en kon je daar een bowl met chili con carne of een hamburger bestellen.
Die bewuste avond was het erg gezellig en de 'Buds' gingen er goed in, want van de droge lucht aan boord krijg je erge dorst. Dan kan je natuurlijk beter water drinken, maar een biertje is dan wel zo lekker, vooral het eerste. De jukebox werd veelvuldig volgegooid met quarters en de topnummers  schalden door de bar. Tophit no. 1 was indertijd "My Way" gezongen door Frank Sinatra. Wie kent het niet, zou ik zeggen. A2 en ik konden het goed met elkaar vinden. Hij had van die leuke lachrimpeltjes om zijn ogen. Op een gegeven ogenblik besloten we dat we eigenlijk best wilden dansen toen "My Way"weer eens opklonk, dus klommen we van onze krukken af en voegden de daad bij het woord. We dansten goed samen en we vermaakten ons kostelijk, maar de bareigenaar, Jimmy dus, zei tegen ons dat we moesten ophouden want hij had geen danslicense. OK, wat nu ? Maar voegde hij eraan toe, een paar straten verderop was er een Dance Hall, "Cheetah "genaamd, waar we net zoveel konden dansen als we maar wilden. We informeerden bij de rest van de bemanning of er nog iemand anders zin had om met ons mee te gaan, maar dat was niet het geval, dus gingen we met zijn tweeën.
Wat een belevenis ! We kwamen in een enorme zaal terecht, waar honderden paren dansten op een live optreden van een damesgroepje, wiens muziek je het beste zou kunnen vergelijken met die van de "Supremes". Na een tijdje gedanst te hebben, gingen we op zoek naar een bar en kwamen er toen achter, dat er nog meer zalen waren. Naar boven : dan kwam je bij een live jazz-optreden en naar beneden : dan kwam je in een stikdonkere zaal terecht, met alleen maar een klein vloerlichtje in het midden. Er waren geen stoelen en de vloerbedekking was hoogpolig en zacht. We struikelden over de her en der verspreide paartjes, die daar lagen te vrijen. We waren vermoeid, dus zochten we een leeg plekje op om ons neer te vleien. Zo lagen we wat bij elkaar en moesten lachen om een grapjas, die kennelijk onder een vleugel lag, want zo nu en dan klonken er een paar akkoorden, pling-plong, of plang-plieng-pleng om, volgens ons, aan de stemming in zijn vrijpartij uitdrukking te geven
Maar goed, we kregen behoorlijk veel slaap, want het was in Nederland al 8 uur 's morgens, dus besloten we uiteindelijk terug te gaan naar het hotel. 

Wat was mijn nieuwe baan toch leuk vergeleken met de vorige. Daar had ik geen leuke collega's gehad om na het werk even gezellig ergens mee te gaan drinken en dansen; integendeel de 'spoorhaasjes' , zoals we de NS-ambtenaren noemden, die bij ons op het inlichtenbureau hun buitenlandse treinreisjes kwamen reserveren, leken zich er al bii te hebben neergelegd hun hele leven lang van 9 tot 5 achter hun bureaus te slijten, zonder enige 'ups or downs'. Daarna vermoeid naar huis om de krant te lezen en naar de TV te kijken, tot het pensioen erop volgde.
Niet voor mij. 
Ik ging leven.



Posted by Picasa

donderdag 20 december 2007

The Age of Aquarius




















Flower Power, Make Love not War, Ban the Bomb, dat waren de slogans van de eind-zestiger, begin-zeventiger jaren van de vorige eeuw. De 'baby-boom' kinderen, na de laatste grote wereldoorlog geboren, waren nu allemaal twintig jaar en ouder en het optimisme van die tijd, dat wij alles beter zouden gaan doen dan al die andere mensen die vóór ons op aarde hadden geleefd, werd gevoed door astrologen, die beweerden, dat wij nu in het 'Tijdperk van de Waterman' terecht waren gekomen ( sinds 1962) ; zij voorspelden dat de mensheid een 'gouden tijd' tegemoet zou gaan.
In deze atmosfeer werd de musical "HAIR" geboren. In New York en later in Londen en Sydney, was deze musical zo'n enorm succes, dat je wel gek zou zijn dat als je de gelegenheid kreeg om hem te gaan zien, je het niet deed.
In New York werd de musical opgevoerd in het theater tegenover ons hotel ( Edison in de 47ste straat bij Broadway). Mijn vriendin zat op de vroege vlucht naar JFK, zoals het vliegveld heet(te) ( naar President John Fitzgerald Kennedy, die op 22 november 1963 vermoord was) en zou de kaartjes kopen, zodat ik, die op de late vlucht binnenkwam me alleen nog maar hoefde om te kleden om de voorstelling bij te kunnen wonen. Zogezegd, zogedaan. Onze vluchten waren gelukkig op tijd en een beetje zweverig van vermoeidheid ( New York had een tijdsverschil met Nederland van - 5 uur ) zat ik in de zaal te kijken en te luisteren naar de eerste , echte "Tribal Love-Rock Musical" .
Ze begonnen met de song "Aquarius" :

When the moon is in the seventh house
And Jupiter aligns with Mars
Then peace will guide the planets
And love will steer de stars.

en verder:

As our hearts go beating through the night
We dance until the dawn of day
To the bearers of the water
Our light will lead the way

Het hoogtepunt van de musical kwam in het laatste nummer voor de pauze waar de hele 'cast' zijn kleren uitdoet en geheel naakt op het podium staat. In die tijd een absolute breuk met de Victoriaanse moraal, die tot dan al meer dan 100 jaar had geheerst.

Hèt symbool voor de nieuwe vrijheid was hoe je je haar droeg. Je moest het laten groeien en "let it fly in the breeze and get caught in the trees". Dat laatste lijkt me erg gevaarlijk, maar dat is misschien wel het spannende eraan.

Dit zongen ze over "hair":

I want it long, straight and fuzzy
Snaggy, shaggy, ratty, matty
Oily, grease ( weer een andere musical en film, 10 jaar later) fleecy, shining
Gleaming, steaming, flaxen, waxen
Knotted, polka-dotted; Twisted, beaded, braided
Powdered, flowered and confettied
Bangled, tangled, spangled and spaghettied !

De geschiedenis van een aantal jongelui, die pro-love, pro-sex, and anti-establishment waren en die ondertussen : "attended be-ins, scared tourists, protested , re-created a war or two, smoked pot, took off their clothes, sang in the streets, made love and otherwise amused themselves" ging in de tweede helft van de voorstelling grotendeels aan mij voorbij, omdat het in Nederland al na 4 uur 's nachts was en ik mijn ogen nauwelijks kon openhouden. Het nummer "Easy to be hard" maakte nog indruk, maar toen ging bij mij het licht uit.
Maar goed, " Been there ,done that".

In Nederland moesten we het in die jaren nog doen met de musical "En nu naar bed" van Annie M.G. Schmidt, met liedjes zoals "Vluchten kan niet meer", waar, in de tekst, heel wat minder romantisch met planeten wordt omgegaan, zoals blijkt uit deze zinnetjes :

Zelfs de maan staat vol met kruiwagentjes
En op Venus zijn instrumenten
En op aarde sterft de laatste vogel
In de laatste lente......

Het tijdperk, van Joop van den Ende, om alles te ' vernedermusicaliseren' was toen nog niet aangebroken. Och, leve die goeie ouwe tijd !

Posted by Picasa

woensdag 5 december 2007

Achter het ijzeren gordijn




















Wat een bevoorrechte positie; ik had twee paspoorten ! Eén voor de V.S. en één voor de Sovjet Unie. De Koude Oorlog was de oorzaak van deze vreemde situatie. Ze mochten nl. in de V.S. niet weten, dat ik nog de vorige week in Moskou was geweest en andersom.
Zo ging ik voor het eerst op een 'nachtstop' naar Moskou in de zomer van 1968.
Op het vliegveld, Sheremetyevo, aangekomen, werden we erg lang opgehouden door de marechaussee en de douane. Ze bekeken uitgebreid onze paspoorten, maar ik zag, dat ze die op de kop hielden. Daarna moest onze bagage worden geïnspecteerd. Ondanks het feit, dat we maar weinig bij ons hadden, want de stop was nauwelijks 12 uur, kregen ze het toch voor elkaar ons een uur te laten wachten voordat we 'het groene licht' kregen.
Eindelijk gingen we dan op weg naar ons hotel. De wegen waren leeg, geen auto te bekennen. We passeerden de bekende berkenbossen waar ik over gelezen had, met hier en daar een dacha ertussen. Daarna reden we voorbij de voorsteden van Moskou. Grauwe hoogbouw, waarover ik later las, dat de gebouwen geen liften hadden en geen waterleiding. We zagen daarom ook watertrucks in de straten staan, waar de bevolking emmertjes water kon halen.
We logeerden in Hotel Ukraïna, een typisch sovjet-gebouw, zoals op de foto rechtsonder, rechts, te zien is. Er waren weinig liften , dus moest je lang wachten om naar je verdieping te kunnen. Daar aangekomen, zat een vrouw, strategisch gesitueerd, aan een tafel, die je je sleutel gaf. Ze had uitzicht op de gang waar alle deuren op uit kwamen en het was haar taak om in de gaten te houden, wanneer je je kamer inging en weer verliet, met wie en hoe laat je wegging en weer terugkwam. Het was niet toegestaan bij elkaar op de kamer te komen. Samenzweringstheorieën? We vonden het natuurlijk belachelijk, gewend als we waren om te doen en te laten waar we zin in hadden. Tot onze grote hilariteit had ze een doek om haar kin gebonden, met een knoop bovenop haar hoofd. Kiespijn, ja, was wat wij begrepen. Dat zag je toch alleen nog maar in cartoons?
Omdat er niks te eten was, want er was geen restaurant in het hotel en ook niet in de rest van Moskou, besloten we te gaan lopen naar het Rode Plein . Dat was een voettocht van ong. een uur. We hadden gehoord, dat daar ergens een barretje was, waar je kon betalen met dollars. Niet eten , dan maar drinken ! En inderdaad vonden we het. Eén screwdriver ( wodka + orangejuice) kostte 1 dollar. Gezellig was het er niet, maar dat vonden we niet belangrijk, we waren in Moskou !
Toen we een aantal uren later terugliepen kwam ons een brandweerauto tegemoet, die de trottoirs schoonspoot, ongeacht of daar nog mensen liepen, zoals wij , nietsvermoedende westerlingen. Gelukkig was het warm. We ontmoetten nog een aantal mensen van onze leeftijd, die met ons een gesprek wilden aanknopen, wat nogal moeilijk was, want ze spraken een gebrekkig soort Duits. Maar het kwam er op neer, dat ze het sovjetregime haatten en weg wilden, maar niet konden. Het bleken Oekraïners te zijn. Maar wat konden wij doen ?
De volgende morgen stonden we vroeg op, om nog even het Rode Plein bij daglicht te bekijken. De tombe van Lenin ; de aflossing van de wacht; de basiliek en het grote warenhuis Gum, waar niets te koop was, behalve dan jurken met een "groentensoep"-dessin, zoals ik die noemde.
Op het vliegveld, hadden we nog de tijd om wat inkopen te doen. De enige munteenheid, waar je mee kon betalen waren dollars. Ik zag een LP met muziek van Rachmaninov, die ik wilde kopen, maar de sjachrijnige mevrouw, die daaar verantwoordelijk voor was, zei: "njet", waarom ? dat was niet duidelijk. OK, dan kocht ik die muziek ergens anders ter wereld ! Toen bedacht ik me, dat ik wel een "Matroesjka" kon kopen, zo'n pop, met nog 10 poppetjes erin. De mevrouw, die dáár zat zei ook :"njet".Wij moesten er eigenlijk wel om lachen, maar het was een les , hoe het communistische systeem nu eigenlijk werkte ( of niet): het maakte niemand wat uit, of ze iets verkochten of niet, hun salaris zou hetzelfde zijn. Iedereen was onvriendelijk en niet behulpzaam.
Eenmaal aan boord zetten we gelijk de koffiemachines aan met onze vertrouwde DE-koffieblikken. De, overwegend Nederlandse, passagiers die aan boord kwamen waren bijna allemaal unaniem : hè, heerlijk, die geur van vertrouwde Nederlandse koffie en, na een paar weken, eindelijk weer eens vriendelijke gezichten.
Posted by Picasa

zaterdag 1 december 2007

Mathilde




















In de zomer van 1968 vond ik op mijn deurmat mijn allereerste indelingskaartje met daarop een' ICA-reis' ( betekent : intercontinentaal,) zoals dat bij de KLM werd genoemd: naar Montreal , één dag overstaan en dan weer terug.
Vol verwachting meldde ik me aan op het bemanningencentrum, heel benieuwd uit welke personen mijn 'crew' zou bestaan. Uiteraard kende ik niemand, daar vloog ik nog te kort voor. Omdat de vlucht een paar uur vertraging had opgelopen, werden we uitgenodigd in het restaurant van Schiphol de lunch te gaan gebruiken. Daar kon ik mijn mede-reisgenoten goed bestuderen. Tegenover me zat de 'Royal Class stewardess' ( de meest seniore stewardess aan boord). Die zag er nogal opvallend uit. Ze had een haardracht, waarvan ik zeker wist, dat die officieel niet was toegestaan. De regels waren, dat je herkenbaar moest zijn als stewardess en dat betekende, dat je altijd je hoedje op moest zetten naar en van het vliegtuig èn in het het geval, dat we een noodlanding zouden moeten maken, omdat het hoedje je onderscheidde van de rest van de mensen. Dat zou ik wel eens willen zien, hoe op deze hoog opgestoken haren, het hoedje zou balanceren als een notedop op een bruidstaart ! Later vroeg ik haar, hoeveel tijd het kostte om haar haren zo hoog opgestapeld te krijgen en ze antwoordde, dat ze er drie uur mee bezig was geweest ; zo draaide ze haar lange haar om groffe krulspelden , die ze er gewoon in liet zitten.
"Maar hoe doe je dat dan als je moet vliegen, sta je dan eerder op ?" vroeg ik nieuwsgierig. "Welnee", zei ze," ik slaap rechtop in mijn bed, zodat het gewoon dagenlang kan blijven zitten ". "O", zei ik.
Verder had ze nogal opvallende make-up. Zeer 'levendige' kleuren en hele lange, fel roodgelakte, nagels. Dat viel des te meer op omdat ze nogal grove handen had, die ze verder nog accentueerde door aan iedere vinger ringen te dragen.
Tijdens de lunch sprak ze met één van de bemanningsleden over ' Willink' , met een dikke Zeeuwse 'l' ( waardoor het leek op ze een beetje dronken was) en over andere schilders, die ze kennelijk goed kende. Ze heette Mathilde de Doelder.
Aan boord moesten we hard werken en spraken we elkaar niet zoveel. De purser zei, dat ze misschien niet helemaal voldeed aan de KLM-normen, maar dat ze heel lief was voor de passagiers. Hij was echter een 'roddelnicht' en vertelde me met een duidelijk genoegen , dat ze een keer, tijdens een nachtstop in Teheran met 6 mannen op stap was geweest en dat ze toen een jurk aan had gehad met een bolero er over heen . Op een gegeven moment, zei ze, dat ze het warm had en dat ze die laatste wilde uittrekken. De captain was heel galant opgestaan om haar jasje aan te nemen. Tot grote consternatie van de KLM-ers en de Iraanse mannen, was ze onder het jasje 'topless'. Ze had haar doel bereikt : ze had ieders aandacht gehad ! Een andere keer had ze gedreigd zich van een, hoog genoeg, balkon te werpen, omdat een man haar had laten zitten. De purser had op haar in moeten praten, zodat ze van haar zelfmoordplan had afgezien.
In Montréal aangekomen vroeg de captain of ik het leuk vond de volgende dag een tochtje te maken met de auto. Hij had Mathilde ook gevraagd en die had toegezegd mee te gaan. Echter de volgende dag kwam ze niet opdagen, ze had hoofdpijn of i.d. Jammer.
Dat was de enige keer, dat ik haar gezien heb als stewardess.

Een paar jaar later zou ik haar nog één keer zien: in het Concertgebouw van Amsterdam .Ze was gekleed in één van de beroemde Fong Leng creaties en in haar slipstream liepen wat jongemannen. "Hé ",dacht ik, "Mathilde, wie had dat ooit gedacht, dat je nog eens beroemd zou worden? "
Posted by Picasa

zaterdag 24 november 2007

Een vrouw en een kip

"Een vrouw en een kip zijn de pest op een schip" dat was zo'n beetje de mentale opstelling van de meeste mannelijke bemanningsleden in de tijd dat ik ging vliegen. Dit gezegde vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in het feit, dat er tot op dat moment meer mannen dan vrouwen aan boord waren: de verhouding was: 6 op 1, of 7 op 2 en vanaf 1968 ook 7 ( of 9 ) op 3. Hoe je het ook draait of keert, waar mannen en vrouwen moeten samenwerken in een kleine ruimte en ook nog nachtenlang ( soms wekenlang) van huis zijn, ontstaan er erotische spanningen. Het is mij een raadsel hoe men dat, tot op heden , probeert te ontkennen. Denken de mensen, dat ze niet deel van de natuur uitmaken, waarin het doel van ieder levend organisme, zichzelf te vermenigvuldigen is? Zijn wij anders dan de bloemen, de bijtjes, grassprietjes, ratten, muizen en konijnen? Ondanks dat er in onze hersenpan wat meer inhoud zit dan in die van een konijn, is de reactie dezelfde wanneer een mannetje een leuk wijfje ziet. Het konijn kan niet nadenken, dus rent zo hard als ie kan naar haar toe en springt erop; het mannetje, dat het hardste kan rennen zal zijn genen doorgeven. Je kunt het vergelijken met een holenmensmannetje, die wacht tot zijn buurman op jacht gaat, om vervolgens, met zijn knots in de aanslag, de buurvrouw aan de haren weg te slepen om haar op zijn gemak te kunnen verkrachten. Zo ging het en als ik de nieuwsberichten van heden lees, gaat het nog steeds zo over de gehele wereld.
Je kunt dergelijke impulsen vergelijken met ademhalen, eten, drinken, poepen en plassen. Als je niet kunt ademhalen en iemand gaat je zuurstof toedienen, wil je dat dan niet ? Als je in de woestijn zit en je hebt vreselijke dorst, weiger je dan een glas water ? Als je ongelofelijke honger hebt omdat je dagenlang niet te eten hebt gehad en je wordt aan een rijk gevulde tafel gezet, zeg je dan : nee, vandaag maar niet ? Als je blaas helemaal vol is en je staat voor een toilet, is het dan logisch om te besluiten volgende week maar eens een keertje te gaan? "

Sindsdien, tijdens de voortgang in de geschiedenis van de mensheid, zijn er profeten geweest die wat orde in de chaos probeerden te scheppen, door volgens hun zeggen, via 'goddelijke' interventie , de mensen wetten op te leggen die weliswaar prachtig waren, maar daarmee de menselijke natuur niet veranderden. Zo daalde Mozes van de berg Sinaï af met de twee tafelen, waar 'God' de 10 geboden op had gekerfd, waaronder : no. 7 = Gij zult niet echtbreken, no. 10= Gij zult niet begeren uw naasten vrouw, ezel etc., noch zijn dienstmaagd ( deze wetten waren duidelijk voor mannen geschreven, een vrouw was net zoveel waard als een ezel, schaap of kameel). In de westerse wereld is de Christelijke godsdienst aanleiding geweest ,de nationale wetten op deze geboden te baseren. In de Islamitische wereld is hetzelfde gebeurd. Waar de Sharia weer is ingevoerd, kan je als je overspel pleegt, gestenigd worden, tot de dood erop volgt.

In 1968 was de naoorlogse generatie bezig zich te ontdoen van de Victoriaanse preutsheid en hypocrisie , die tot dan toe hadden gegolden. "Make love, not war" was hun devies. Een optimistische gedachte, die uiteindelijk tot niets heeft geleid. Idealistische geluiden, die prachtig klonken, maar die geen rekening hielden met de oorlogsindustrie , die de economieën van deze wereld draaiende houden.

Zo begonnen wij , vrouwen , in 1968 aan een avontuur. We moesten ons staande zien te houden in een wereld waar een dubbele moraal gold. Er zou op ons gejaagd worden. Als we toegaven, waren we : ' van losse zeden' of ' gemakkelijk' en als we weigerden: 'frigide'. Zoals het mannen niet uitmaakt waar ze hun zaad deponeren ( hun spottende uitdrukking was, dat je nog altijd een kussen over hun gezicht kon leggen als het gezicht van de vrouw lelijk was) is het voor vrouwen uitermate belangrijk te zorgen voor een donor, die in staat is en ook daartoe bereid is, voor hun nageslacht te zorgen. Hetzelfde wat toen gold is ook nu nog van kracht : wie het kind krijgt mag het houden !

Een kwestie van balanceren om je eigenwaarde te behouden.

vrijdag 23 november 2007

Coffee, tea or me ?

De cursus hadden we met succes doorlopen, nu was het tijd om alles wat we geleerd hadden in de praktijk te gaan brengen.
Precies in die tijd was er een Amerikaanse bestseller op de markt verschenen, die de avonturen beschrijft van twee vriendinnen, die als stewardess bij een grote Amerikaanse airline waren gaan werken met het doel om een man te 'vangen'. Natuurlijk las ik dat boek, maar dat dat de reden was waarom vrouwen gingen vliegen was voor mij nieuw. Maar dat was eigenlijk wel logisch want op onze cursus had iedereen al een vriend of verloofde , dus was dat niet onze motivatie geweest om deze baan te ambiëren. Toch begrepen we al snel, dat er mannen waren die stewardessen wel aantrekkelijk vonden, niet om mee te trouwen maar om een leuk avontuurtje mee te hebben. Zo kreeg ik vaak visitekaartjes van Onassis-achtige types, die me uitnodigden hen te bellen als ik in hun stad arriveerde. Maar ik was van het romantische slag en kon me niet voorstellen, dat ik voor een glas champagne, een toastje kaviaar en misschien wel een bontjas of diamanten sieraad mezelf zou verkopen.

Mijn eerste vlucht ging naar Milaan Linate met een Lockheed Electra, een' propjet' zoals zo'n type vliegtuig heette. Ik ging mee als extra stewardess en mocht tijdens het laatste halfuur in de cockpit zitten. Dat was een schitterende ervaring. Het was prachtig helder weer en we vlogen laag over de met sneeuw bedekte Alpen. Ik maakte me zorgen, omdat het er optisch uitzag alsof we tegen de toppen van die bergen zouden aan vliegen. De BWK stelde me gerust : het leek misschien wel zo, maar dat was gezichtsbedrog. In Milaan hadden we een paar uur de tijd op de grond voordat we terug naar Schiphol zouden vliegen. Daar werd gebruik van gemaakt om uitgebreid te gaan lunchen. Het is, dat er geen wijn bij geserveerd werd, maar verder was het een luxe aangelegenheid. Wat een verschil met mijn vorige baan ! Iedereen was aardig en ontspannen en vol aandacht voor een aankomende collega zoals ik.

Vol optimisme begon ik de volgende dag aan mijn nieuwe baan.