
woensdag 14 mei 2008
Onder onze passagiers

zaterdag 10 mei 2008
Sayonara Tokyo

woensdag 2 april 2008
Nieuwjaar in Tokyo

woensdag 5 maart 2008
Eerst Nikko zien, dan sterven
De paar dagen iedere week in Tokyo gaven ruimschoots de gelegenheid om dagtripjes te kunnen maken.We waren er wel vroeg voor opgestaan, want de treinrit duurde een paar uur, maar je moest nu eenmaal 1x in je leven in Nikko zijn geweest ( zoals in Europa in Napels) om daarna met een gerust hart te kunnen sterven, want je had immers het mooiste aanschouwd wat er op deze wereld te zien was ? Toen we na een tijdje de voorsteden van Tokyo, met een ratjetoe van ouderwetse houten huisjes en lelijke betonnen nieuwbouw, achter ons hadden gelaten reden we door een vrij vlak landschap, langs meren met bergen op de achtergrond, wel gingen we geleidelijk omhoog, zodat we toen we uitstapten op het station van Nikko verrast werden door de felle kou. Daar hadden we helemaal niet op gerekend, we hadden wel winterjassen aan maar dat we shawls, handschoenen en bontmutsen nodig zouden hebben was niet in ons hoofd opgekomen.Om warm te blijven probeerden we zo hard mogelijk te lopen, het rode bruggetje over naar het Toshogu tempelcomplex, langs de pagode en onder de houten torii door, het grind knersend onder onze en die van de andere bezoekers' schoenen, wat een oorverdovend lawaai gaf. Prachtige eeuwenoude cipressen torenden hoog boven ons uit en flankeerden het pad . Om de tempels te bezichtigen moet je vele trappen omhoog klimmen, maar als je eenmaal boven bent, vergeet je de inspanningen gauw. Prachtig gekleurd houtwerk schittert je overal tegemoet; in het oog springt het beeldhouwwerk van de drie aapjes, die niets horen, niets zien en zwijgen.
Behalve de tempels, staat er nog een ander beroemd monument, nl. het mausoleum van de eerste Shogun ( vertaald: 'generaal die de barbaren (( de Europeanen)) verslaat'), Iyeasu Tokugawa, die in 1616 stierf. De Tokugawa-clan zou Japan daarna nog 250 jaar lang regeren.
Ik zat een tijdje in de hoofdtempel op de grond en genoot van de leegte binnen, alleen maar tatamimatten en een reusachtige lampion, kijkend naar de prachtige natuur buiten. Ik benijdde de Boeddhistische monniken, die hier hebben gezeten om te mediteren op een onoplosbare 'Zen'-vraag. Helaas kon ik daar niet lang blijven zitten, want we hadden maar beperkt de tijd voordat de trein weer terug naar Tokyo zou vertrekken . We verlangden naar wat warmte, een kop koffie en een hapje eten en we verlieten de tempels op zoek naar een horeca-gelegenheid. Na lang zoeken vonden we een herberg. Eenmaal binnen was er echter een groot probleem, de eigenaar sprak alleen Japans en onze wederzijdse gebarentaal was ook al niet dezelfde. Dat gaf veel hilariteit. Het eten bestellen was niet zo moeilijk, want in de etalage stonden alle beschikbare schotels in plastic nagebootst, dus hoefden we slechts aan te wijzen wat we wilden bestellen. Zo kregen we eten maar ze vergaten van de zenuwen stokjes of ander eetgerei erbij te geven en onze eetgebaren werden niet begrepen. Was het de bedoeling om de noedels met onze vingers naar binnen te werken ? Ik stond teneinde raad maar op, ik was tenslotte de reisgids, om op zoek te gaan naar iets wat op stokjes leek. In een hoekje zag ik ze inderdaad op de toonbank liggen, dus met mijn allerliefste glimlach en buiging bleef ik er voor staan en wees er naar. Veel gebuig terug en inderdaad daar kregen we het. Ik moest al een tijdje nodig naar het toilet, dus vroeg ik naar een plaats, die iedereen wel begrijpt, dacht ik . Ze lieten me wel in een klein kamertje maar er was geen toilet, wastafel of waterkraan te bekennen. Er ging echter wel een deur naar buiten. De nood was hoog dus heb ik maar een bosje opgezocht en daar met gêne mijn behoefte gedaan. Dan maar geen handen wassen, ik zou het wel overleven. De anderen zagen, na mijn verhaal, maar af van een gang naar het kamertje, op het station was vast wel een gat in de grond met twee voetsteunen ernaast, zoals de toiletten er in Japan gewoonlijk uitzien.
Het Nationale Park bevat behalve het tempelcomplex ook nog prachtige natuur, zoals het Chuzenji Meer en meerdere watervallen, maar onze beschikbare tijd liet het niet toe die te gaan bezichtigen. (Deze tocht kan beter in het voor- of najaar worden gemaakt met een overnachting, natuurlijk in een lokale herberg oftewel een 'ryokan' waar je kamertje uit een paar tatamimatten bestaat en je op de grond moet slapen in een zgn. 'futon'.)
De treinreis terug verliep zonder problemen, behalve dat mijn medereizigers een beetje last kregen van het tijdsverschil en de een na de andere in slaap viel, maar dat viel niet op tusen al die Japanners want die reizen sowieso per voorkeur met hun ogen dicht. Ik denk, dat ze dat doen om de andere miljoenen stadgenoten uit hun gedachten te wissen.
Al met al was ik blij, dat ik deze trip gemaakt had. Weer een ervaring, die ik in mijn boekje bijschrijven.
dinsdag 26 februari 2008
Dr. Zhivago in Tokyo

Eenmaal weer terug in het hotel, prees ik me zelf gelukkig dat ik niet verbannen was naar Siberië, maar het volgende weekend gewoon weer lekker in Bangkok aan het zwembad zou zitten, zonder sneeuwstormen en zonder Omar Sharif....Heerlijk !
zondag 24 februari 2008
De verloofde van Noriko

Eenmaal aangekomen bewonderden we het kleine perfecte tuintje voor de ingang. Ons werd verzocht onze schoenen uit te doen en slippers aan te trekken die al klaar stonden, want de tatamimatten mochten niet bezoedeld worden door schoenen . Het vertrek binnen vormde een zit- en slaapkamer tegelijk. Er stonden geen stoelen en tafels want je zat op de grond met een laag tafeltje tussen je in. Voor ons westerlingen is dat heel moeilijk, want op je knieën zitten voor een langere tijd staat gelijk aan marteling. Bovendien is het niet toegestaan met je voeten naar een andere persoon te wijzen, dat is héél onbeleefd, dus schuifel je maar wat van je ene bil op de andere om toch maar het decorum te bewaren.
Nadat de verloofde ons aan het eind van de avond weer had afgezet bij het hotel, bespraken we ons ongemakkelijke gevoel. We vonden het jammer voor Noriko dat ze te maken had met een verloofde die het beroep van stewardess gelijk stelde aan dat van een 'prostituee', maar er was niet veel wat we eraan konden doen, behalve hopen, dat ze in de toekomst een andere, modernere man zou ontmoeten en de huidige verloofde de bons zou geven.
donderdag 21 februari 2008
O Ra N Tsu Shu I Su



zaterdag 16 februari 2008
Ohayo gozaimasu
Helemaal alleen in Tokyo, dat was ik, aan het einde van de herfst, begin van de winter, na anderhalf jaar vliegen.Dat kwam zo. De KLM vloog met twee verschillende types DC8 : de korte over de pool via Anchorage, en een verlengde via Bangkok, naar Tokyo. Op het stukje Tokyo - Bangkok via Manila en vice versa had men één extra stewardess nodig en die bleef in haar eentje drie maanden in Tokyo gestationeerd. Zo kwam het, dat ik begin november voor de allereerste keer in Tokyo aankwam, heg noch steg kennende. Ik had me goed voorbereid door zoveel mogelijk over het land, de geschiedenis, de cultuur, religie, zeden en gewoonten, het landschap etc. te lezen, maar in werkelijkheid blijk je daar bitter weinig aan te hebben, want niemand sprak toen Engels, behalve dan de KLM stationmanager, Mr. Nakamura en zijn secretaresse en één receptionist van het Tokyo Prince Hotel, waar ik een kamer(tje) had op de 21e verdieping met uitzicht op de Tokyo Tower, een replica van de Eiffeltoren in Parijs.
De eerste drie weken waren dan ook het moeilijkste, daarna had ik geleerd om aan de reacties van de Japanners af te lezen of ze me begrepen of niet. Als ze heel ijverig gingen zoeken naar iets, dan wist ik dat ze mijn vraag niet begrepen hadden. Het was nl. niet beleefd om "nee "te zeggen, of "ik begrijp u niet". Zo kwam het bv. voor, dat ik 20 minuten aan de telefoon wachtte, omdat de telefoniste, die me moest doorverbinden, me niet verstaan had. Dan zei ik maar: "arigato gozaimasu" en belde de receptionist, die dan het nummer wat ik wilde bellen, voor haar vertaalde. Gelukkig waren inmiddels de straatnaambordjes en de stationnamen in Tokyo (daarbuiten niet) ondertiteld in de westerse taal zodat ik met een plattegrond en door goed op te letten, me kon verplaatsen. Voordat ik het echter wist, had ik hun manier van bewegen overgenomen en boog met ze mee en als ik moest lachen deed ik een hand voor mijn mond, zoals Japanse vrouwen dat doen en riep vrolijk "hai" i.p.v. "ja" terwijl ik boog.
Vooral het buigen is een hachelijke zaak want er is standsverschil en je moet precies je positie weten in de hiërarchie. De laagste moet het laatste en het diepste buigen. Zo keek ik vaak naar recepties in het hotel, waar mensen bij het afscheid tegenover elkaar stonden en bij het buigen stiekem keken hoe diep de ander boog. Het kon soms wel een tijdje duren voordat het ritueel beëindigd was, omdat ze kennelijk niet konden besluiten wie van de twee de laatste moest zijn.
Overal stonden vrouwen diep te buigen: als je een warenhuis binnenliep stonden ze bij de ingang en wensten je welkom en nog een fijne dag. Ze stonden bij de roltrap, bogen en maakten de band, waar je hand op lag, met een doekje voor je schoon. Bij de ingang van de vele restaurants, coffeeshops, winkeltjes, overal om je heen werd er gebogen en een vriendelijk boodschap gekwetterd.
Iets anders waar ik ook vreselijk aan moest wennen was het eten. Tegenwoordig eet iedereen sashimi en sushi, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, maar toen was het voor de westerling nog onbekend voedsel. Restaurants waar westers werd gekookt, waren er nauwelijks. Eén Duits restaurant, waar je Sauerkraut mit Eisbein kon eten en één Frans restaurant, waar je biefstuk van 75 gr. kon eten met een salade, patates frites en een glas rode wijn, voor een ongehoorde prijs, dat wel. Na een paar weken begon ik vreselijk te verlangen naar een stevige Nederlandse maaltijd.
Op mijn kamer had ik televisie, maar alle zenders waren in het Japans. Wel goed om de aard van de Japanners te leren begrijpen. Ze zonden ook 'soaps' uit, die zich vaak afspeelden in die kleine houten huisjes met tatamimatten en shoji ( schuifdeuren). Iedereen zat op de grond en schuifelde op zijn knieën rond. De emoties liepen vaak hoog op en het leek me allemaal nogal melodramatisch, wat er zich daar afspeelde. Sindsdien ben ik ook van mening, dat de Japanners de 'Italianen' zijn van het Verre Oosten. Het viel me op, dat de vrouwen allemaal met hoge, kleine stemmetjes praatten en de mannen met een lage, barse stem. Later hoorde ik ook, dat de gesproken mannen- en vrouwentaal geheel verschillend van elkaar zijn.
Ik had één favoriet programma. Op vrijdagavond draaide er een samurai-serie met een hele knappe Japanner in de hoofdrol. Over het algemeen vond ik de Japanse mannen, die ik om me heen zag, weinig aantrekkelijk, maar deze was een snoepje. Zonder de taal te begrijpen begreep ik wel waar het over ging. Hij was een held, die opkwam voor de armen en verdrukten en vocht tegen de wrede krijgsheren. Er kwamen veel stok- en zwaardgevechten in voor, die hij natuurlijk allemaal glansrijk won. Zijn beloning kwam in de vorm van aanbiddende geisha's. De sumo-wedstrijden, die daarna werden uitgezonden waren ook fascinerend om te zien. Al die vetgemeste jongemannen met hun dikke billen, die met hun hele gewicht tegen elkaar opbotsten, na wat zout en rijst te hebben gestrooid. De zwaarste won meestal, door de andere bij zijn lendedoek te grijpen en hem buiten de ring te smijten. De scheidsrechter in zijn mooie kimono kraaide wat uit en dan was de volgende aan de beurt. Het talrijke publiek vond het prachtig.
Met de radio had ik geluk, want vanwege de Amerikaanse krijgsmacht, die gebaseerd is op het eiland Okinawa, was er een Amerikaanse zender, die het Japanse-, Amerikaanse- en wereldnieuws uitzond en eigenlijk de hele dag Amerikaanse popmuziek. De no. 1 tophit was toen: Dionne Warwick's Burt Bacharach song: I 'll never fall in love again.
Ik genoot van mijn vreemde standplaats en iedere week het weekend in Bangkok, maar er was één ding waar ik geen rekening mee had gehouden, nl. het gebrek aan een seksleven. Ik was ervan uit gegaan, dat het wel uit te houden zou zijn om drie maanden lang zonder man te leven, maar ik begon na een paar weken mannen aantrekkelijk te vinden die ik anders geen blik waardig zou hebben gekeurd. O,o,o, dat was een zorgelijke ontwikkeling. Héél zorgelijk! Als dat maar goedging....
dinsdag 12 februari 2008
Kippetjes scheuren in Lissabon

Zoals Athene en Beirut een springplank vormden naar het Verre Oosten zo was Lissabon dat voor Zuid-Amerika, samen met Madrid.
Lissabon was een grote favoriet bij de bemanningen. Een mooie stad , die echter in de tijd waarover ik schrijf erg arm was, wat je vooral kon zien aan de slechte staat van de gebouwen, de alomtegenwoordige kinderarbeid en de vele schoenpoetsers. Portugal zuchtte nog onder de dictatuur van Salazar, die zelf wel een prachtig optrekje bezat in Cascais.
Na aankomst in het hotel werd afgesproken elkaar te ontmoeten op het terras van Pastelaria Suiça op het Rossio Plein. Behalve koffie en 'cha com bolos '( thee met gebak) kon je er lekker eten en wat voor de bemanning belangrijk was: bier en wijn drinken. Voor onze neus kwam heel Lissabon voorbij en keken we uit op, de tegenover het plein hoger gelegen wijk, Alfama. 's Morgens, 's middags ,'s avonds of 's nachts, altijd kon je wel KLM-ers op dat terras vinden.
Zo tegen dinertijd ging het in ganzenpas naar een ginjinería vlakbij, eigenlijk niet meer dan een nis in een muur waar, op een toonbank, stopflessen stonden, die gevuld waren met kersen op brandewijn. Een glaasje 'ginja' kostte maar een paar centen. De keuze was 'com o sem frutas' ( met of zonder vruchten) maar we namen meestal 'com', zodat we daarna een wedstrijdje konden houden, wie de pit het verste weg kon spugen. Lokale mensen. die voorbij kwamen moesten vaak verschrikt opzij springen . Grote pret natuurlijk, maar het spul was behoorlijk sterk en om meer dan één glaasje te drinken was dan ook niet aan te raden, daar kan ik uit eigen ervaring over meepraten.... Helaas was de ginja zo goedkoop, dat er altijd wel iemand was, die op nòg een rondje trakteerde. Om de hoek van het plein ging de bemanning daarna veelal naar Churrasco om 'kippetjes te scheuren'. Je kon daar namelijk net zoveel kip eten als je opkon. De favoriet was 'frango piripiri', kip met hete chilisaus. Daarna liepen we over de Avenida da Liberdade terug naar onze hotels op de Praça Pombal, niet zelden opgehouden op één van de vele terrasjes om nog een 'afzakkertje' te nemen. Op onze weg lag de sociëteit van de voetbalclub Benfica, waar we vaak uitgenodigd werden om binnen te treden om de prachtige trofeeën te bewonderen in hun schatkamer; uit louter vriendelijkheid kregen we dan natuurlijk een drankje aangeboden om te drinken op het succes van deze illustere voetbalclub. Het was dus helemaal niet moeilijk om aangeschoten te raken met alle risico's vandien !
Omdat we er vaak een paar dagen overstonden waren er vele mogelijkheden om de tijd prettig door te brengen, maar daar zal ik een andere keer over schrijven.
maandag 28 januari 2008
Bangkok


Het was me al wel opgevallen, dat er sprake was van paarvorming in de bemanningen. Veel stelletjes ( legaal of niet) vlogen samen en degenen, die alleen waren zochten iemand onder de anderen van de moeite waard. Zo had ik ongewoon veel aanspraak, maar het werd me door de jaren heen wel duidelijk dat het niets bijzonders was; alle meisjes kregen wel belangstelling van iemand van het andere geslacht. In Bangkok hadden de mannen echter nog een alternatief, ze konden nl. naar het 'badhuis' gaan. Van die mogelijkheid werd dan ook ruimschoots gebruik gemaakt en daar werd helemaal niet geheimzinnig over gedaan.
Die eerste avond kreeg ik onderricht in het tafelvoetbal van iemand uit een andere bemanning. Samen versloegen we ieder ander paar. Niet omdat ik er iets van kon, maar hij was er heel goed in. Daarna praatten we nog wat en omdat ik het zonde vond om in mijn eerste tropennacht binnen in een rokerige ruimte rond te hangen stelde hij voor naar buiten te gaan. Aan de rand van het zwembad vonden we ligstoelen en een tafeltje. Hij dronk Schotse whisky met ijs en hoewel ik dat nog nooit gedronken had, nam ik ook een glas. Ons gesprek was heel geanimeerd en ik genoot van de prachtige nacht, tot... op een gegeven moment de hemel aan de horizon licht begon te kleuren en de eerste vogels begonnen te kwetteren. Oh nee... ik constateerde, dat ik op de rand van dronkenschap was en wilde zo snel mogelijk naar mijn kamer. Heel galant bracht mijn gesprekspartner me daar naar toe en we spraken af elkaar later, bij het zwembad, te treffen. Toen ik wakker werd had ik hoofdpijn, dus draaide me nog maar een paar keer om. 's Middags ging het gelukkig weer een beetje beter en was ik in staat om naar het zwembad te gaan en wat fruit te eten. Het was heet en alle bedden aan het zwembad waren bezet door zonnende crewleden. Mijn gesprekspartner van de vorige avond maakte een bed voor me vrij en zette een parasol op. In het zwembad(je) trok hij me door het water, zodat ik me niet in hoefde te spannen. Ik zag nu ook dat we omringd waren door plassen,' klongs 'genaamd en begreep hoe de naam Plaswijck was ontstaan.
Hij moest die avond vliegen en we zouden elkaar op die reis niet meer tegenkomen.
iepen we naar het Oriental Hotel, één van de beroemdste hotels ter wereld. Op het terras keek ik met belangstelling naar het verkeer op de Chao Phrya Rivier ; snelle watertaxi's scheerden voorbij afgewisseld door jonken met roodgekleurde zeilen, punterende vrouwtjes en lange vrachtschuiten, die aan elkaar gekoppeld waren. De tuin van het hotel stond vol met orchideeën in allerlei prachtige kleuren. Voortaan zou een bezoek aan dit terras een vast ritueel worden, iedere keer als ik in Bangkok verbleef.Krabbetjes vangen in Karachi

zaterdag 12 januari 2008
nachtstoppen

De dagelijkse Europa-vluchten werden soms aangenaam onderbroken door een nachtstop. Ze waren weliswaar erg kort, te kort eigenlijk om iets van die plaatsen te zien, maar toch kreeg je wel een indruk van de sfeer in die steden.
Zo logeerden we in Rome in een hotel, dat tegenover het Forum Romanum lag en zaten we op een zwoele zomeravond buiten op het terras, met een glaasje Cinzano of Campari voor ons, te genieten van het prachtige uitzicht. Het Colosseum was vlakbij, maar na een paar glaasjes hadden we geen puf meer om ernaartoe te lopen. De volgende morgen reden we erlangs, zodat we het toch nog in het voorbijgaan konden bewonderen.
Op de terugvlucht kregen we panne. Òf het lampje was kapot, òf het neusvliegwiel wilde er niet uit. Om dat te controleren werd er op Schiphol even over de verkeerstoren gevlogen. Van daaruit keken ze met een verrekijker of hij eruit hing, dat was gelukkig het geval, maar nu wisten ze weer niet of het 'geborgd' was. De brandweer en de ambulances stonden aan de kant van de baan toen we landden, maar alles ging gelukkig goed. Je schrikt dan wel een beetje en je realiseert je dat het ook fout had kunnen gaan.
Op een herfstige dag vlogen we naar Boekarest. We reden door een statige stad, waar nauwelijks verkeer te zien was. Er reden trams en wat ik me nog herinner is een paard en wagen, sukkelend door een lege mistroostige straat. Het waren de hoogtijdagen van Ceauçescu. Enorme paleizen voor hem, niets voor de Roemenen. In het hotel, kwamen we in een enorme, rokerige, kale eetzaal terecht . Daar zaten allemaal mannen aan lange tafels, die duidelijk een feestje vierden. De ober vertelde ons, dat het eten op was en gaf ons met tegenzin een fles wijn en wat glazen. We waren met zijn vijfen, dus was die fles gauw leeg. De bediening was verdwenen, maar de Purser had er iets op gevonden. Hij ging 'even' naar achteren en kwam terug langs de tafel waar de flessen wijn voor de feestgangers stonden. In het voorbijgaan kwam zijn hand per ongeluk tegen een fles aan, later vond zijn hand ook nog wat lekkere hapjes, dus hadden we toch nog een leuke avond.
Naar Ankara vlogen we in hartje winter. Ook daar kwamen we laat aan, dus reden we door donkere straten. In het hotel was de etenstijd al voorbij, maar konden we in de eetzaal nog wat drinken. Evenals in Boekarest zaten er alleen maar mannen in de zaal en was ik de enige vrouw..... tot er een Oosters muziekje klonk en een buikdanseres ten tonele verscheen. Omdat wij achter een pilaar zaten, stonden we op om haar kunsten te bewonderen. De mannen staarden gebiologeerd naar het kronkelen van haar buik, borsten en heupen. Het hoogtepunt was echter toen ze op de tafel klom en al dansend tussen de schalen, flessen, borden en glazen door laveerde. Ze moest zo nu en dan voorover buigen zodat de mannen geld in haar kleding konden stoppen. Klein geld in haar BH en groot geld in de harembroek.
De volgende ochtend reden we nog even de stad uit, de bergen in , om naar een albast-fabriek te gaan waar we tegen lage prijzen konden kiezen uit duizenden uitgestalde voorwerpen .
Zo heb ik hier nog steeds een mooie vaas en een sigarettendoosje staan, die ik toen gekocht heb.
Naar Beirut zou ik in de komende jaren vele malen vliegen en langere tijd overstaan, maar de eerste keer was een nachtstop. Het was volgens de bemanningsleden een heerlijke stad en ze vertelden me allemaal smakelijke verhalen over hun avonturen daar. We verbleven in Hotel Riviera dat mooi gelegen lag aan de boulevard die langs de Middellandse Zee liep. Ik vond het jammer, dat we nauwelijks 8 uur de tijd hadden, want ik was ongeduldig en kon haast niet wachten tot ik op de langere vluchten ( de zgn. ICA-vluchten) zou worden ingedeeld
dinsdag 1 januari 2008
Hou je maar vast aan de BWK

Ik lag net in bed toen er op de deur werd geklopt. Eerst reageerde ik niet, maar het kloppen hield aan, dus stond ik op en keek door het uikijkgaatje. En wie stond daar ? De BWK.
vrijdag 21 december 2007
My Way

In 1968, toen ik ging vliegen werd er een nieuw type stewardess gïntroduceerd: de zgn. SAR ( allround stewardess).
Vóór 1968 deden de stewardessen niets in de pantry, dat was het domein van de hofmeesters. Maar met de komst van een nieuw type vliegtuig, de verlengde DC 8 ( DC 8-63), door de bemanning 'lange-8' gedoopt, was er plaats voor een extra stewardess, die voorin het vliegtuig haar eigen cabine had, met haar eigen keuken, zodat ze het werk van de hofmeester met die van de stewardess combineerde . In het eerste jaar vloog de 'lange-8' alleen op Noord Atlantische vluchten, zoals Montreal en New York.
Normaal werden we ingezet op Europese vluchten, maar zo nu en dan stond er Montreal of New York op ons indelingskaartje en dan was het natuurlijk feest.
In New York kwam ik er al snel achter dat het de gewoonte van de bemanning was, om onmiddellijk na het aankomen in het hotel ( Edison), te douchen, om te kleden en dan naar "Jimmy's Bar" te gaan, om de hoek van de 47ste St. op de 8ste Ave, voor de crewborrel. Die bar was nog lekker ouderwets. Er stond een jukebox in de hoek en als je doorliep moest je door van die halve klapdeurtjes, die je vaak op western-films ziet, waarachter zich een soort eetzaal bevond. Dus als we honger kregen hoefden we niet ver te lopen en kon je daar een bowl met chili con carne of een hamburger bestellen.
Die bewuste avond was het erg gezellig en de 'Buds' gingen er goed in, want van de droge lucht aan boord krijg je erge dorst. Dan kan je natuurlijk beter water drinken, maar een biertje is dan wel zo lekker, vooral het eerste. De jukebox werd veelvuldig volgegooid met quarters en de topnummers schalden door de bar. Tophit no. 1 was indertijd "My Way" gezongen door Frank Sinatra. Wie kent het niet, zou ik zeggen. A2 en ik konden het goed met elkaar vinden. Hij had van die leuke lachrimpeltjes om zijn ogen. Op een gegeven ogenblik besloten we dat we eigenlijk best wilden dansen toen "My Way"weer eens opklonk, dus klommen we van onze krukken af en voegden de daad bij het woord. We dansten goed samen en we vermaakten ons kostelijk, maar de bareigenaar, Jimmy dus, zei tegen ons dat we moesten ophouden want hij had geen danslicense. OK, wat nu ? Maar voegde hij eraan toe, een paar straten verderop was er een Dance Hall, "Cheetah "genaamd, waar we net zoveel konden dansen als we maar wilden. We informeerden bij de rest van de bemanning of er nog iemand anders zin had om met ons mee te gaan, maar dat was niet het geval, dus gingen we met zijn tweeën.
Wat een belevenis ! We kwamen in een enorme zaal terecht, waar honderden paren dansten op een live optreden van een damesgroepje, wiens muziek je het beste zou kunnen vergelijken met die van de "Supremes". Na een tijdje gedanst te hebben, gingen we op zoek naar een bar en kwamen er toen achter, dat er nog meer zalen waren. Naar boven : dan kwam je bij een live jazz-optreden en naar beneden : dan kwam je in een stikdonkere zaal terecht, met alleen maar een klein vloerlichtje in het midden. Er waren geen stoelen en de vloerbedekking was hoogpolig en zacht. We struikelden over de her en der verspreide paartjes, die daar lagen te vrijen. We waren vermoeid, dus zochten we een leeg plekje op om ons neer te vleien. Zo lagen we wat bij elkaar en moesten lachen om een grapjas, die kennelijk onder een vleugel lag, want zo nu en dan klonken er een paar akkoorden, pling-plong, of plang-plieng-pleng om, volgens ons, aan de stemming in zijn vrijpartij uitdrukking te geven
Maar goed, we kregen behoorlijk veel slaap, want het was in Nederland al 8 uur 's morgens, dus besloten we uiteindelijk terug te gaan naar het hotel.
donderdag 20 december 2007
The Age of Aquarius

Flower Power, Make Love not War, Ban the Bomb, dat waren de slogans van de eind-zestiger, begin-zeventiger jaren van de vorige eeuw. De 'baby-boom' kinderen, na de laatste grote wereldoorlog geboren, waren nu allemaal twintig jaar en ouder en het optimisme van die tijd, dat wij alles beter zouden gaan doen dan al die andere mensen die vóór ons op aarde hadden geleefd, werd gevoed door astrologen, die beweerden, dat wij nu in het 'Tijdperk van de Waterman' terecht waren gekomen ( sinds 1962) ; zij voorspelden dat de mensheid een 'gouden tijd' tegemoet zou gaan.
In deze atmosfeer werd de musical "HAIR" geboren. In New York en later in Londen en Sydney, was deze musical zo'n enorm succes, dat je wel gek zou zijn dat als je de gelegenheid kreeg om hem te gaan zien, je het niet deed.
In New York werd de musical opgevoerd in het theater tegenover ons hotel ( Edison in de 47ste straat bij Broadway). Mijn vriendin zat op de vroege vlucht naar JFK, zoals het vliegveld heet(te) ( naar President John Fitzgerald Kennedy, die op 22 november 1963 vermoord was) en zou de kaartjes kopen, zodat ik, die op de late vlucht binnenkwam me alleen nog maar hoefde om te kleden om de voorstelling bij te kunnen wonen. Zogezegd, zogedaan. Onze vluchten waren gelukkig op tijd en een beetje zweverig van vermoeidheid ( New York had een tijdsverschil met Nederland van - 5 uur ) zat ik in de zaal te kijken en te luisteren naar de eerste , echte "Tribal Love-Rock Musical" .
Ze begonnen met de song "Aquarius" :
When the moon is in the seventh house
And Jupiter aligns with Mars
Then peace will guide the planets
And love will steer de stars.
en verder:
As our hearts go beating through the night
We dance until the dawn of day
To the bearers of the water
Our light will lead the way
Het hoogtepunt van de musical kwam in het laatste nummer voor de pauze waar de hele 'cast' zijn kleren uitdoet en geheel naakt op het podium staat. In die tijd een absolute breuk met de Victoriaanse moraal, die tot dan al meer dan 100 jaar had geheerst.
Hèt symbool voor de nieuwe vrijheid was hoe je je haar droeg. Je moest het laten groeien en "let it fly in the breeze and get caught in the trees". Dat laatste lijkt me erg gevaarlijk, maar dat is misschien wel het spannende eraan.
Dit zongen ze over "hair":
I want it long, straight and fuzzy
Snaggy, shaggy, ratty, matty
Oily, grease ( weer een andere musical en film, 10 jaar later) fleecy, shining
Gleaming, steaming, flaxen, waxen
Knotted, polka-dotted; Twisted, beaded, braided
Powdered, flowered and confettied
Bangled, tangled, spangled and spaghettied !
De geschiedenis van een aantal jongelui, die pro-love, pro-sex, and anti-establishment waren en die ondertussen : "attended be-ins, scared tourists, protested , re-created a war or two, smoked pot, took off their clothes, sang in the streets, made love and otherwise amused themselves" ging in de tweede helft van de voorstelling grotendeels aan mij voorbij, omdat het in Nederland al na 4 uur 's nachts was en ik mijn ogen nauwelijks kon openhouden. Het nummer "Easy to be hard" maakte nog indruk, maar toen ging bij mij het licht uit.
Maar goed, " Been there ,done that".
In Nederland moesten we het in die jaren nog doen met de musical "En nu naar bed" van Annie M.G. Schmidt, met liedjes zoals "Vluchten kan niet meer", waar, in de tekst, heel wat minder romantisch met planeten wordt omgegaan, zoals blijkt uit deze zinnetjes :
Zelfs de maan staat vol met kruiwagentjes
En op Venus zijn instrumenten
En op aarde sterft de laatste vogel
In de laatste lente......
Het tijdperk, van Joop van den Ende, om alles te ' vernedermusicaliseren' was toen nog niet aangebroken. Och, leve die goeie ouwe tijd !
woensdag 5 december 2007
Achter het ijzeren gordijn

Wat een bevoorrechte positie; ik had twee paspoorten ! Eén voor de V.S. en één voor de Sovjet Unie. De Koude Oorlog was de oorzaak van deze vreemde situatie. Ze mochten nl. in de V.S. niet weten, dat ik nog de vorige week in Moskou was geweest en andersom.
Zo ging ik voor het eerst op een 'nachtstop' naar Moskou in de zomer van 1968.
Op het vliegveld, Sheremetyevo, aangekomen, werden we erg lang opgehouden door de marechaussee en de douane. Ze bekeken uitgebreid onze paspoorten, maar ik zag, dat ze die op de kop hielden. Daarna moest onze bagage worden geïnspecteerd. Ondanks het feit, dat we maar weinig bij ons hadden, want de stop was nauwelijks 12 uur, kregen ze het toch voor elkaar ons een uur te laten wachten voordat we 'het groene licht' kregen.
Eindelijk gingen we dan op weg naar ons hotel. De wegen waren leeg, geen auto te bekennen. We passeerden de bekende berkenbossen waar ik over gelezen had, met hier en daar een dacha ertussen. Daarna reden we voorbij de voorsteden van Moskou. Grauwe hoogbouw, waarover ik later las, dat de gebouwen geen liften hadden en geen waterleiding. We zagen daarom ook watertrucks in de straten staan, waar de bevolking emmertjes water kon halen.
We logeerden in Hotel Ukraïna, een typisch sovjet-gebouw, zoals op de foto rechtsonder, rechts, te zien is. Er waren weinig liften , dus moest je lang wachten om naar je verdieping te kunnen. Daar aangekomen, zat een vrouw, strategisch gesitueerd, aan een tafel, die je je sleutel gaf. Ze had uitzicht op de gang waar alle deuren op uit kwamen en het was haar taak om in de gaten te houden, wanneer je je kamer inging en weer verliet, met wie en hoe laat je wegging en weer terugkwam. Het was niet toegestaan bij elkaar op de kamer te komen. Samenzweringstheorieën? We vonden het natuurlijk belachelijk, gewend als we waren om te doen en te laten waar we zin in hadden. Tot onze grote hilariteit had ze een doek om haar kin gebonden, met een knoop bovenop haar hoofd. Kiespijn, ja, was wat wij begrepen. Dat zag je toch alleen nog maar in cartoons?
Omdat er niks te eten was, want er was geen restaurant in het hotel en ook niet in de rest van Moskou, besloten we te gaan lopen naar het Rode Plein . Dat was een voettocht van ong. een uur. We hadden gehoord, dat daar ergens een barretje was, waar je kon betalen met dollars. Niet eten , dan maar drinken ! En inderdaad vonden we het. Eén screwdriver ( wodka + orangejuice) kostte 1 dollar. Gezellig was het er niet, maar dat vonden we niet belangrijk, we waren in Moskou !
Toen we een aantal uren later terugliepen kwam ons een brandweerauto tegemoet, die de trottoirs schoonspoot, ongeacht of daar nog mensen liepen, zoals wij , nietsvermoedende westerlingen. Gelukkig was het warm. We ontmoetten nog een aantal mensen van onze leeftijd, die met ons een gesprek wilden aanknopen, wat nogal moeilijk was, want ze spraken een gebrekkig soort Duits. Maar het kwam er op neer, dat ze het sovjetregime haatten en weg wilden, maar niet konden. Het bleken Oekraïners te zijn. Maar wat konden wij doen ?
De volgende morgen stonden we vroeg op, om nog even het Rode Plein bij daglicht te bekijken. De tombe van Lenin ; de aflossing van de wacht; de basiliek en het grote warenhuis Gum, waar niets te koop was, behalve dan jurken met een "groentensoep"-dessin, zoals ik die noemde.
Op het vliegveld, hadden we nog de tijd om wat inkopen te doen. De enige munteenheid, waar je mee kon betalen waren dollars. Ik zag een LP met muziek van Rachmaninov, die ik wilde kopen, maar de sjachrijnige mevrouw, die daaar verantwoordelijk voor was, zei: "njet", waarom ? dat was niet duidelijk. OK, dan kocht ik die muziek ergens anders ter wereld ! Toen bedacht ik me, dat ik wel een "Matroesjka" kon kopen, zo'n pop, met nog 10 poppetjes erin. De mevrouw, die dáár zat zei ook :"njet".Wij moesten er eigenlijk wel om lachen, maar het was een les , hoe het communistische systeem nu eigenlijk werkte ( of niet): het maakte niemand wat uit, of ze iets verkochten of niet, hun salaris zou hetzelfde zijn. Iedereen was onvriendelijk en niet behulpzaam.
Eenmaal aan boord zetten we gelijk de koffiemachines aan met onze vertrouwde DE-koffieblikken. De, overwegend Nederlandse, passagiers die aan boord kwamen waren bijna allemaal unaniem : hè, heerlijk, die geur van vertrouwde Nederlandse koffie en, na een paar weken, eindelijk weer eens vriendelijke gezichten.
zaterdag 1 december 2007
Mathilde

In de zomer van 1968 vond ik op mijn deurmat mijn allereerste indelingskaartje met daarop een' ICA-reis' ( betekent : intercontinentaal,) zoals dat bij de KLM werd genoemd: naar Montreal , één dag overstaan en dan weer terug.
Vol verwachting meldde ik me aan op het bemanningencentrum, heel benieuwd uit welke personen mijn 'crew' zou bestaan. Uiteraard kende ik niemand, daar vloog ik nog te kort voor. Omdat de vlucht een paar uur vertraging had opgelopen, werden we uitgenodigd in het restaurant van Schiphol de lunch te gaan gebruiken. Daar kon ik mijn mede-reisgenoten goed bestuderen. Tegenover me zat de 'Royal Class stewardess' ( de meest seniore stewardess aan boord). Die zag er nogal opvallend uit. Ze had een haardracht, waarvan ik zeker wist, dat die officieel niet was toegestaan. De regels waren, dat je herkenbaar moest zijn als stewardess en dat betekende, dat je altijd je hoedje op moest zetten naar en van het vliegtuig èn in het het geval, dat we een noodlanding zouden moeten maken, omdat het hoedje je onderscheidde van de rest van de mensen. Dat zou ik wel eens willen zien, hoe op deze hoog opgestoken haren, het hoedje zou balanceren als een notedop op een bruidstaart ! Later vroeg ik haar, hoeveel tijd het kostte om haar haren zo hoog opgestapeld te krijgen en ze antwoordde, dat ze er drie uur mee bezig was geweest ; zo draaide ze haar lange haar om groffe krulspelden , die ze er gewoon in liet zitten.
"Maar hoe doe je dat dan als je moet vliegen, sta je dan eerder op ?" vroeg ik nieuwsgierig. "Welnee", zei ze," ik slaap rechtop in mijn bed, zodat het gewoon dagenlang kan blijven zitten ". "O", zei ik.
Verder had ze nogal opvallende make-up. Zeer 'levendige' kleuren en hele lange, fel roodgelakte, nagels. Dat viel des te meer op omdat ze nogal grove handen had, die ze verder nog accentueerde door aan iedere vinger ringen te dragen.
Tijdens de lunch sprak ze met één van de bemanningsleden over ' Willink' , met een dikke Zeeuwse 'l' ( waardoor het leek op ze een beetje dronken was) en over andere schilders, die ze kennelijk goed kende. Ze heette Mathilde de Doelder.
Aan boord moesten we hard werken en spraken we elkaar niet zoveel. De purser zei, dat ze misschien niet helemaal voldeed aan de KLM-normen, maar dat ze heel lief was voor de passagiers. Hij was echter een 'roddelnicht' en vertelde me met een duidelijk genoegen , dat ze een keer, tijdens een nachtstop in Teheran met 6 mannen op stap was geweest en dat ze toen een jurk aan had gehad met een bolero er over heen . Op een gegeven moment, zei ze, dat ze het warm had en dat ze die laatste wilde uittrekken. De captain was heel galant opgestaan om haar jasje aan te nemen. Tot grote consternatie van de KLM-ers en de Iraanse mannen, was ze onder het jasje 'topless'. Ze had haar doel bereikt : ze had ieders aandacht gehad ! Een andere keer had ze gedreigd zich van een, hoog genoeg, balkon te werpen, omdat een man haar had laten zitten. De purser had op haar in moeten praten, zodat ze van haar zelfmoordplan had afgezien.
In Montréal aangekomen vroeg de captain of ik het leuk vond de volgende dag een tochtje te maken met de auto. Hij had Mathilde ook gevraagd en die had toegezegd mee te gaan. Echter de volgende dag kwam ze niet opdagen, ze had hoofdpijn of i.d. Jammer.
Dat was de enige keer, dat ik haar gezien heb als stewardess.
Een paar jaar later zou ik haar nog één keer zien: in het Concertgebouw van Amsterdam .Ze was gekleed in één van de beroemde Fong Leng creaties en in haar slipstream liepen wat jongemannen. "Hé ",dacht ik, "Mathilde, wie had dat ooit gedacht, dat je nog eens beroemd zou worden? "
zaterdag 24 november 2007
Een vrouw en een kip
Je kunt dergelijke impulsen vergelijken met ademhalen, eten, drinken, poepen en plassen. Als je niet kunt ademhalen en iemand gaat je zuurstof toedienen, wil je dat dan niet ? Als je in de woestijn zit en je hebt vreselijke dorst, weiger je dan een glas water ? Als je ongelofelijke honger hebt omdat je dagenlang niet te eten hebt gehad en je wordt aan een rijk gevulde tafel gezet, zeg je dan : nee, vandaag maar niet ? Als je blaas helemaal vol is en je staat voor een toilet, is het dan logisch om te besluiten volgende week maar eens een keertje te gaan? "
Sindsdien, tijdens de voortgang in de geschiedenis van de mensheid, zijn er profeten geweest die wat orde in de chaos probeerden te scheppen, door volgens hun zeggen, via 'goddelijke' interventie , de mensen wetten op te leggen die weliswaar prachtig waren, maar daarmee de menselijke natuur niet veranderden. Zo daalde Mozes van de berg Sinaï af met de twee tafelen, waar 'God' de 10 geboden op had gekerfd, waaronder : no. 7 = Gij zult niet echtbreken, no. 10= Gij zult niet begeren uw naasten vrouw, ezel etc., noch zijn dienstmaagd ( deze wetten waren duidelijk voor mannen geschreven, een vrouw was net zoveel waard als een ezel, schaap of kameel). In de westerse wereld is de Christelijke godsdienst aanleiding geweest ,de nationale wetten op deze geboden te baseren. In de Islamitische wereld is hetzelfde gebeurd. Waar de Sharia weer is ingevoerd, kan je als je overspel pleegt, gestenigd worden, tot de dood erop volgt.
In 1968 was de naoorlogse generatie bezig zich te ontdoen van de Victoriaanse preutsheid en hypocrisie , die tot dan toe hadden gegolden. "Make love, not war" was hun devies. Een optimistische gedachte, die uiteindelijk tot niets heeft geleid. Idealistische geluiden, die prachtig klonken, maar die geen rekening hielden met de oorlogsindustrie , die de economieën van deze wereld draaiende houden.
Zo begonnen wij , vrouwen , in 1968 aan een avontuur. We moesten ons staande zien te houden in een wereld waar een dubbele moraal gold. Er zou op ons gejaagd worden. Als we toegaven, waren we : ' van losse zeden' of ' gemakkelijk' en als we weigerden: 'frigide'. Zoals het mannen niet uitmaakt waar ze hun zaad deponeren ( hun spottende uitdrukking was, dat je nog altijd een kussen over hun gezicht kon leggen als het gezicht van de vrouw lelijk was) is het voor vrouwen uitermate belangrijk te zorgen voor een donor, die in staat is en ook daartoe bereid is, voor hun nageslacht te zorgen. Hetzelfde wat toen gold is ook nu nog van kracht : wie het kind krijgt mag het houden !
Een kwestie van balanceren om je eigenwaarde te behouden.
vrijdag 23 november 2007
Coffee, tea or me ?
De cursus hadden we met succes doorlopen, nu was het tijd om alles wat we geleerd hadden in de praktijk te gaan brengen.Precies in die tijd was er een Amerikaanse bestseller op de markt verschenen, die de avonturen beschrijft van twee vriendinnen, die als stewardess bij een grote Amerikaanse airline waren gaan werken met het doel om een man te 'vangen'. Natuurlijk las ik dat boek, maar dat dat de reden was waarom vrouwen gingen vliegen was voor mij nieuw. Maar dat was eigenlijk wel logisch want op onze cursus had iedereen al een vriend of verloofde , dus was dat niet onze motivatie geweest om deze baan te ambiëren. Toch begrepen we al snel, dat er mannen waren die stewardessen wel aantrekkelijk vonden, niet om mee te trouwen maar om een leuk avontuurtje mee te hebben. Zo kreeg ik vaak visitekaartjes van Onassis-achtige types, die me uitnodigden hen te bellen als ik in hun stad arriveerde. Maar ik was van het romantische slag en kon me niet voorstellen, dat ik voor een glas champagne, een toastje kaviaar en misschien wel een bontjas of diamanten sieraad mezelf zou verkopen.
Mijn eerste vlucht ging naar Milaan Linate met een Lockheed Electra, een' propjet' zoals zo'n type vliegtuig heette. Ik ging mee als extra stewardess en mocht tijdens het laatste halfuur in de cockpit zitten. Dat was een schitterende ervaring. Het was prachtig helder weer en we vlogen laag over de met sneeuw bedekte Alpen. Ik maakte me zorgen, omdat het er optisch uitzag alsof we tegen de toppen van die bergen zouden aan vliegen. De BWK stelde me gerust : het leek misschien wel zo, maar dat was gezichtsbedrog. In Milaan hadden we een paar uur de tijd op de grond voordat we terug naar Schiphol zouden vliegen. Daar werd gebruik van gemaakt om uitgebreid te gaan lunchen. Het is, dat er geen wijn bij geserveerd werd, maar verder was het een luxe aangelegenheid. Wat een verschil met mijn vorige baan ! Iedereen was aardig en ontspannen en vol aandacht voor een aankomende collega zoals ik.
Vol optimisme begon ik de volgende dag aan mijn nieuwe baan.



