
woensdag 17 februari 2010
Arm en rijk in Rio

zondag 1 maart 2009
Waterskiën op de klong

woensdag 4 februari 2009
Het leukste van Curaçao


dinsdag 2 september 2008
Een week in Brazza
Daar heb ik het nog niet over gehad: Donker Afrika.
woensdag 5 maart 2008
Eerst Nikko zien, dan sterven
De paar dagen iedere week in Tokyo gaven ruimschoots de gelegenheid om dagtripjes te kunnen maken.We waren er wel vroeg voor opgestaan, want de treinrit duurde een paar uur, maar je moest nu eenmaal 1x in je leven in Nikko zijn geweest ( zoals in Europa in Napels) om daarna met een gerust hart te kunnen sterven, want je had immers het mooiste aanschouwd wat er op deze wereld te zien was ? Toen we na een tijdje de voorsteden van Tokyo, met een ratjetoe van ouderwetse houten huisjes en lelijke betonnen nieuwbouw, achter ons hadden gelaten reden we door een vrij vlak landschap, langs meren met bergen op de achtergrond, wel gingen we geleidelijk omhoog, zodat we toen we uitstapten op het station van Nikko verrast werden door de felle kou. Daar hadden we helemaal niet op gerekend, we hadden wel winterjassen aan maar dat we shawls, handschoenen en bontmutsen nodig zouden hebben was niet in ons hoofd opgekomen.Om warm te blijven probeerden we zo hard mogelijk te lopen, het rode bruggetje over naar het Toshogu tempelcomplex, langs de pagode en onder de houten torii door, het grind knersend onder onze en die van de andere bezoekers' schoenen, wat een oorverdovend lawaai gaf. Prachtige eeuwenoude cipressen torenden hoog boven ons uit en flankeerden het pad . Om de tempels te bezichtigen moet je vele trappen omhoog klimmen, maar als je eenmaal boven bent, vergeet je de inspanningen gauw. Prachtig gekleurd houtwerk schittert je overal tegemoet; in het oog springt het beeldhouwwerk van de drie aapjes, die niets horen, niets zien en zwijgen.
Behalve de tempels, staat er nog een ander beroemd monument, nl. het mausoleum van de eerste Shogun ( vertaald: 'generaal die de barbaren (( de Europeanen)) verslaat'), Iyeasu Tokugawa, die in 1616 stierf. De Tokugawa-clan zou Japan daarna nog 250 jaar lang regeren.
Ik zat een tijdje in de hoofdtempel op de grond en genoot van de leegte binnen, alleen maar tatamimatten en een reusachtige lampion, kijkend naar de prachtige natuur buiten. Ik benijdde de Boeddhistische monniken, die hier hebben gezeten om te mediteren op een onoplosbare 'Zen'-vraag. Helaas kon ik daar niet lang blijven zitten, want we hadden maar beperkt de tijd voordat de trein weer terug naar Tokyo zou vertrekken . We verlangden naar wat warmte, een kop koffie en een hapje eten en we verlieten de tempels op zoek naar een horeca-gelegenheid. Na lang zoeken vonden we een herberg. Eenmaal binnen was er echter een groot probleem, de eigenaar sprak alleen Japans en onze wederzijdse gebarentaal was ook al niet dezelfde. Dat gaf veel hilariteit. Het eten bestellen was niet zo moeilijk, want in de etalage stonden alle beschikbare schotels in plastic nagebootst, dus hoefden we slechts aan te wijzen wat we wilden bestellen. Zo kregen we eten maar ze vergaten van de zenuwen stokjes of ander eetgerei erbij te geven en onze eetgebaren werden niet begrepen. Was het de bedoeling om de noedels met onze vingers naar binnen te werken ? Ik stond teneinde raad maar op, ik was tenslotte de reisgids, om op zoek te gaan naar iets wat op stokjes leek. In een hoekje zag ik ze inderdaad op de toonbank liggen, dus met mijn allerliefste glimlach en buiging bleef ik er voor staan en wees er naar. Veel gebuig terug en inderdaad daar kregen we het. Ik moest al een tijdje nodig naar het toilet, dus vroeg ik naar een plaats, die iedereen wel begrijpt, dacht ik . Ze lieten me wel in een klein kamertje maar er was geen toilet, wastafel of waterkraan te bekennen. Er ging echter wel een deur naar buiten. De nood was hoog dus heb ik maar een bosje opgezocht en daar met gêne mijn behoefte gedaan. Dan maar geen handen wassen, ik zou het wel overleven. De anderen zagen, na mijn verhaal, maar af van een gang naar het kamertje, op het station was vast wel een gat in de grond met twee voetsteunen ernaast, zoals de toiletten er in Japan gewoonlijk uitzien.
Het Nationale Park bevat behalve het tempelcomplex ook nog prachtige natuur, zoals het Chuzenji Meer en meerdere watervallen, maar onze beschikbare tijd liet het niet toe die te gaan bezichtigen. (Deze tocht kan beter in het voor- of najaar worden gemaakt met een overnachting, natuurlijk in een lokale herberg oftewel een 'ryokan' waar je kamertje uit een paar tatamimatten bestaat en je op de grond moet slapen in een zgn. 'futon'.)
De treinreis terug verliep zonder problemen, behalve dat mijn medereizigers een beetje last kregen van het tijdsverschil en de een na de andere in slaap viel, maar dat viel niet op tusen al die Japanners want die reizen sowieso per voorkeur met hun ogen dicht. Ik denk, dat ze dat doen om de andere miljoenen stadgenoten uit hun gedachten te wissen.
Al met al was ik blij, dat ik deze trip gemaakt had. Weer een ervaring, die ik in mijn boekje bijschrijven.
dinsdag 26 februari 2008
Dr. Zhivago in Tokyo

Eenmaal weer terug in het hotel, prees ik me zelf gelukkig dat ik niet verbannen was naar Siberië, maar het volgende weekend gewoon weer lekker in Bangkok aan het zwembad zou zitten, zonder sneeuwstormen en zonder Omar Sharif....Heerlijk !
zondag 24 februari 2008
De verloofde van Noriko

Eenmaal aangekomen bewonderden we het kleine perfecte tuintje voor de ingang. Ons werd verzocht onze schoenen uit te doen en slippers aan te trekken die al klaar stonden, want de tatamimatten mochten niet bezoedeld worden door schoenen . Het vertrek binnen vormde een zit- en slaapkamer tegelijk. Er stonden geen stoelen en tafels want je zat op de grond met een laag tafeltje tussen je in. Voor ons westerlingen is dat heel moeilijk, want op je knieën zitten voor een langere tijd staat gelijk aan marteling. Bovendien is het niet toegestaan met je voeten naar een andere persoon te wijzen, dat is héél onbeleefd, dus schuifel je maar wat van je ene bil op de andere om toch maar het decorum te bewaren.
Nadat de verloofde ons aan het eind van de avond weer had afgezet bij het hotel, bespraken we ons ongemakkelijke gevoel. We vonden het jammer voor Noriko dat ze te maken had met een verloofde die het beroep van stewardess gelijk stelde aan dat van een 'prostituee', maar er was niet veel wat we eraan konden doen, behalve hopen, dat ze in de toekomst een andere, modernere man zou ontmoeten en de huidige verloofde de bons zou geven.
donderdag 21 februari 2008
O Ra N Tsu Shu I Su



zaterdag 16 februari 2008
Ohayo gozaimasu
Helemaal alleen in Tokyo, dat was ik, aan het einde van de herfst, begin van de winter, na anderhalf jaar vliegen.Dat kwam zo. De KLM vloog met twee verschillende types DC8 : de korte over de pool via Anchorage, en een verlengde via Bangkok, naar Tokyo. Op het stukje Tokyo - Bangkok via Manila en vice versa had men één extra stewardess nodig en die bleef in haar eentje drie maanden in Tokyo gestationeerd. Zo kwam het, dat ik begin november voor de allereerste keer in Tokyo aankwam, heg noch steg kennende. Ik had me goed voorbereid door zoveel mogelijk over het land, de geschiedenis, de cultuur, religie, zeden en gewoonten, het landschap etc. te lezen, maar in werkelijkheid blijk je daar bitter weinig aan te hebben, want niemand sprak toen Engels, behalve dan de KLM stationmanager, Mr. Nakamura en zijn secretaresse en één receptionist van het Tokyo Prince Hotel, waar ik een kamer(tje) had op de 21e verdieping met uitzicht op de Tokyo Tower, een replica van de Eiffeltoren in Parijs.
De eerste drie weken waren dan ook het moeilijkste, daarna had ik geleerd om aan de reacties van de Japanners af te lezen of ze me begrepen of niet. Als ze heel ijverig gingen zoeken naar iets, dan wist ik dat ze mijn vraag niet begrepen hadden. Het was nl. niet beleefd om "nee "te zeggen, of "ik begrijp u niet". Zo kwam het bv. voor, dat ik 20 minuten aan de telefoon wachtte, omdat de telefoniste, die me moest doorverbinden, me niet verstaan had. Dan zei ik maar: "arigato gozaimasu" en belde de receptionist, die dan het nummer wat ik wilde bellen, voor haar vertaalde. Gelukkig waren inmiddels de straatnaambordjes en de stationnamen in Tokyo (daarbuiten niet) ondertiteld in de westerse taal zodat ik met een plattegrond en door goed op te letten, me kon verplaatsen. Voordat ik het echter wist, had ik hun manier van bewegen overgenomen en boog met ze mee en als ik moest lachen deed ik een hand voor mijn mond, zoals Japanse vrouwen dat doen en riep vrolijk "hai" i.p.v. "ja" terwijl ik boog.
Vooral het buigen is een hachelijke zaak want er is standsverschil en je moet precies je positie weten in de hiërarchie. De laagste moet het laatste en het diepste buigen. Zo keek ik vaak naar recepties in het hotel, waar mensen bij het afscheid tegenover elkaar stonden en bij het buigen stiekem keken hoe diep de ander boog. Het kon soms wel een tijdje duren voordat het ritueel beëindigd was, omdat ze kennelijk niet konden besluiten wie van de twee de laatste moest zijn.
Overal stonden vrouwen diep te buigen: als je een warenhuis binnenliep stonden ze bij de ingang en wensten je welkom en nog een fijne dag. Ze stonden bij de roltrap, bogen en maakten de band, waar je hand op lag, met een doekje voor je schoon. Bij de ingang van de vele restaurants, coffeeshops, winkeltjes, overal om je heen werd er gebogen en een vriendelijk boodschap gekwetterd.
Iets anders waar ik ook vreselijk aan moest wennen was het eten. Tegenwoordig eet iedereen sashimi en sushi, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, maar toen was het voor de westerling nog onbekend voedsel. Restaurants waar westers werd gekookt, waren er nauwelijks. Eén Duits restaurant, waar je Sauerkraut mit Eisbein kon eten en één Frans restaurant, waar je biefstuk van 75 gr. kon eten met een salade, patates frites en een glas rode wijn, voor een ongehoorde prijs, dat wel. Na een paar weken begon ik vreselijk te verlangen naar een stevige Nederlandse maaltijd.
Op mijn kamer had ik televisie, maar alle zenders waren in het Japans. Wel goed om de aard van de Japanners te leren begrijpen. Ze zonden ook 'soaps' uit, die zich vaak afspeelden in die kleine houten huisjes met tatamimatten en shoji ( schuifdeuren). Iedereen zat op de grond en schuifelde op zijn knieën rond. De emoties liepen vaak hoog op en het leek me allemaal nogal melodramatisch, wat er zich daar afspeelde. Sindsdien ben ik ook van mening, dat de Japanners de 'Italianen' zijn van het Verre Oosten. Het viel me op, dat de vrouwen allemaal met hoge, kleine stemmetjes praatten en de mannen met een lage, barse stem. Later hoorde ik ook, dat de gesproken mannen- en vrouwentaal geheel verschillend van elkaar zijn.
Ik had één favoriet programma. Op vrijdagavond draaide er een samurai-serie met een hele knappe Japanner in de hoofdrol. Over het algemeen vond ik de Japanse mannen, die ik om me heen zag, weinig aantrekkelijk, maar deze was een snoepje. Zonder de taal te begrijpen begreep ik wel waar het over ging. Hij was een held, die opkwam voor de armen en verdrukten en vocht tegen de wrede krijgsheren. Er kwamen veel stok- en zwaardgevechten in voor, die hij natuurlijk allemaal glansrijk won. Zijn beloning kwam in de vorm van aanbiddende geisha's. De sumo-wedstrijden, die daarna werden uitgezonden waren ook fascinerend om te zien. Al die vetgemeste jongemannen met hun dikke billen, die met hun hele gewicht tegen elkaar opbotsten, na wat zout en rijst te hebben gestrooid. De zwaarste won meestal, door de andere bij zijn lendedoek te grijpen en hem buiten de ring te smijten. De scheidsrechter in zijn mooie kimono kraaide wat uit en dan was de volgende aan de beurt. Het talrijke publiek vond het prachtig.
Met de radio had ik geluk, want vanwege de Amerikaanse krijgsmacht, die gebaseerd is op het eiland Okinawa, was er een Amerikaanse zender, die het Japanse-, Amerikaanse- en wereldnieuws uitzond en eigenlijk de hele dag Amerikaanse popmuziek. De no. 1 tophit was toen: Dionne Warwick's Burt Bacharach song: I 'll never fall in love again.
Ik genoot van mijn vreemde standplaats en iedere week het weekend in Bangkok, maar er was één ding waar ik geen rekening mee had gehouden, nl. het gebrek aan een seksleven. Ik was ervan uit gegaan, dat het wel uit te houden zou zijn om drie maanden lang zonder man te leven, maar ik begon na een paar weken mannen aantrekkelijk te vinden die ik anders geen blik waardig zou hebben gekeurd. O,o,o, dat was een zorgelijke ontwikkeling. Héél zorgelijk! Als dat maar goedging....
dinsdag 12 februari 2008
Kippetjes scheuren in Lissabon

Zoals Athene en Beirut een springplank vormden naar het Verre Oosten zo was Lissabon dat voor Zuid-Amerika, samen met Madrid.
Lissabon was een grote favoriet bij de bemanningen. Een mooie stad , die echter in de tijd waarover ik schrijf erg arm was, wat je vooral kon zien aan de slechte staat van de gebouwen, de alomtegenwoordige kinderarbeid en de vele schoenpoetsers. Portugal zuchtte nog onder de dictatuur van Salazar, die zelf wel een prachtig optrekje bezat in Cascais.
Na aankomst in het hotel werd afgesproken elkaar te ontmoeten op het terras van Pastelaria Suiça op het Rossio Plein. Behalve koffie en 'cha com bolos '( thee met gebak) kon je er lekker eten en wat voor de bemanning belangrijk was: bier en wijn drinken. Voor onze neus kwam heel Lissabon voorbij en keken we uit op, de tegenover het plein hoger gelegen wijk, Alfama. 's Morgens, 's middags ,'s avonds of 's nachts, altijd kon je wel KLM-ers op dat terras vinden.
Zo tegen dinertijd ging het in ganzenpas naar een ginjinería vlakbij, eigenlijk niet meer dan een nis in een muur waar, op een toonbank, stopflessen stonden, die gevuld waren met kersen op brandewijn. Een glaasje 'ginja' kostte maar een paar centen. De keuze was 'com o sem frutas' ( met of zonder vruchten) maar we namen meestal 'com', zodat we daarna een wedstrijdje konden houden, wie de pit het verste weg kon spugen. Lokale mensen. die voorbij kwamen moesten vaak verschrikt opzij springen . Grote pret natuurlijk, maar het spul was behoorlijk sterk en om meer dan één glaasje te drinken was dan ook niet aan te raden, daar kan ik uit eigen ervaring over meepraten.... Helaas was de ginja zo goedkoop, dat er altijd wel iemand was, die op nòg een rondje trakteerde. Om de hoek van het plein ging de bemanning daarna veelal naar Churrasco om 'kippetjes te scheuren'. Je kon daar namelijk net zoveel kip eten als je opkon. De favoriet was 'frango piripiri', kip met hete chilisaus. Daarna liepen we over de Avenida da Liberdade terug naar onze hotels op de Praça Pombal, niet zelden opgehouden op één van de vele terrasjes om nog een 'afzakkertje' te nemen. Op onze weg lag de sociëteit van de voetbalclub Benfica, waar we vaak uitgenodigd werden om binnen te treden om de prachtige trofeeën te bewonderen in hun schatkamer; uit louter vriendelijkheid kregen we dan natuurlijk een drankje aangeboden om te drinken op het succes van deze illustere voetbalclub. Het was dus helemaal niet moeilijk om aangeschoten te raken met alle risico's vandien !
Omdat we er vaak een paar dagen overstonden waren er vele mogelijkheden om de tijd prettig door te brengen, maar daar zal ik een andere keer over schrijven.
maandag 28 januari 2008
Bangkok


Het was me al wel opgevallen, dat er sprake was van paarvorming in de bemanningen. Veel stelletjes ( legaal of niet) vlogen samen en degenen, die alleen waren zochten iemand onder de anderen van de moeite waard. Zo had ik ongewoon veel aanspraak, maar het werd me door de jaren heen wel duidelijk dat het niets bijzonders was; alle meisjes kregen wel belangstelling van iemand van het andere geslacht. In Bangkok hadden de mannen echter nog een alternatief, ze konden nl. naar het 'badhuis' gaan. Van die mogelijkheid werd dan ook ruimschoots gebruik gemaakt en daar werd helemaal niet geheimzinnig over gedaan.
Die eerste avond kreeg ik onderricht in het tafelvoetbal van iemand uit een andere bemanning. Samen versloegen we ieder ander paar. Niet omdat ik er iets van kon, maar hij was er heel goed in. Daarna praatten we nog wat en omdat ik het zonde vond om in mijn eerste tropennacht binnen in een rokerige ruimte rond te hangen stelde hij voor naar buiten te gaan. Aan de rand van het zwembad vonden we ligstoelen en een tafeltje. Hij dronk Schotse whisky met ijs en hoewel ik dat nog nooit gedronken had, nam ik ook een glas. Ons gesprek was heel geanimeerd en ik genoot van de prachtige nacht, tot... op een gegeven moment de hemel aan de horizon licht begon te kleuren en de eerste vogels begonnen te kwetteren. Oh nee... ik constateerde, dat ik op de rand van dronkenschap was en wilde zo snel mogelijk naar mijn kamer. Heel galant bracht mijn gesprekspartner me daar naar toe en we spraken af elkaar later, bij het zwembad, te treffen. Toen ik wakker werd had ik hoofdpijn, dus draaide me nog maar een paar keer om. 's Middags ging het gelukkig weer een beetje beter en was ik in staat om naar het zwembad te gaan en wat fruit te eten. Het was heet en alle bedden aan het zwembad waren bezet door zonnende crewleden. Mijn gesprekspartner van de vorige avond maakte een bed voor me vrij en zette een parasol op. In het zwembad(je) trok hij me door het water, zodat ik me niet in hoefde te spannen. Ik zag nu ook dat we omringd waren door plassen,' klongs 'genaamd en begreep hoe de naam Plaswijck was ontstaan.
Hij moest die avond vliegen en we zouden elkaar op die reis niet meer tegenkomen.
iepen we naar het Oriental Hotel, één van de beroemdste hotels ter wereld. Op het terras keek ik met belangstelling naar het verkeer op de Chao Phrya Rivier ; snelle watertaxi's scheerden voorbij afgewisseld door jonken met roodgekleurde zeilen, punterende vrouwtjes en lange vrachtschuiten, die aan elkaar gekoppeld waren. De tuin van het hotel stond vol met orchideeën in allerlei prachtige kleuren. Voortaan zou een bezoek aan dit terras een vast ritueel worden, iedere keer als ik in Bangkok verbleef.Krabbetjes vangen in Karachi




