donderdag 29 oktober 2009

Rondje Caïro met Khatab
























Gelukkig werd het Europa-vliegen op de DC 9 soms afgewisseld met een vlucht op de DC 8. Eén van de bestemmingen was Cairo waar we vaak heen vlogen voor alleen maar een nachtstop, maar soms stonden we er een paar dagen over op weg naar Dar es Salaam. Fantastisch natuurlijk, want dat was in feite een gratis vakantie die we met beide handen aangrepen.
Omdat ik er al een aantal jaren niet geweest was, wist ik vanzelfsprekend niet dat ondertussen de kruier, Khatab, die onze koffers van het vliegtuig via de douane naar de crewbus vervoerde, een toeristenbureau was begonnen waarvan hij de manager en uitvoerende gids was.
In de aankomsthal, die er uitzag als een ouderwetse loods, waar door de hoge ramen het zonlicht stoffige banen trok en in het tegenlicht, tot onze grote hilariteit, het katoen van de witte jurken van de mannen doorschijnend bleek te zijn, volgden we hem door de chaotische menigte heen, naar buiten.
Daar vroeg hij ons, voor we naar ons hotel vertrokken, of we de komende dagen misschien een tochtje met hem wilden maken? Vier van de crewleden gingen daar op in.

De volgende morgen stond hij keurig op tijd voor het Hilton Hotel klaar met een luxe wagen, waar we gemakkelijk met zijn vieren in pasten. We wilden graag het authentieke Egyptische leven leren kennen en daarom reed hij ons naar een dorpje, waar een familielid van hem een boerenbedrijf runde in de Nijldelta.
We ondervonden het gebruikelijke fileleed om uit Cairo weg te komen, maar na een paar uur kwamen we op het platteland aan bij een oude boerderij, die er nogal primitief uitzag. Trots stelde Khatab zijn oom aan ons voor en we werden hartelijk uitgenodigd om binnen te komen en plaats te nemen in de pronkkamer. Die was kaal en afgebladderd. Langs de muur stond een bank met wat kussens erop waar we op moesten gaan zitten. Zo nu en dan kwamen wat familieleden verlegen om de hoek van de deur kijken om ons te bezichtigen alsof we marsmannetjes waren, wat voor hen waarschijnlijk ook zo was. Daarna werden er etenswaren naar binnen gebracht waarvan we niets durfden te eten, behalve ( voorzichtig) wat brood en kaas, vanwege voedselvergiftigingsgevaar, omdat we wisten dat het niet beleefd zou zijn om niets te nemen. Khatab begreep onze bezwaren wel en zag erop toe dat het water voor de thee tot 100 graden C werd gekookt en at zelf de meeste binnengebrachte lekkernijen op. Zodoende redde hij onze eer, maar misschien had hij ook niet zo goed ontbeten als wij.

Daarna reden we naar een restaurant aan de Nijl, van weer een ander familielid, dat eigenlijk die dag gesloten was maar speciaal voor ons geopend werd. We bestelden garnalen en verse vis uit de Nijl en omdat het nog wel even kon duren voordat de vis opgediend zou worden, dronken we alvast, onder goede gesprekken, uit de aangeboden flessen witte Egyptische wijn. Vanuit het raam hadden we een panoramisch uitzicht over de groene velden langs de Nijl. In de nevelige verte waren de piramides nog net zichtbaar en langs het water spoedden zich ezeltjes, met of zonder hun bejurkte begeleiders, voorbij. Ik peinsde bij het aanschouwen van deze bijna bijbelse taferelen erover, dat de tijd hier had stilgestaan en dat het er 2000 jaar geleden precies zo moet hebben uitgezien.

De volgende dag maakten we een tocht naar Memphis en de piramides van Sakkara. Vooral de buitenwijken van Cairo waar we doorheen reden lieten ons zien, dat Egypte een derdewereldland was. Alles zag er onafgemaakt, smerig en krakkemikkig uit, maar dat was omdat we er met onze Nederlandse ogen naar keken. We wisten inmiddels wel uit eigen ervaringen dat er plekken op deze aarde waren, waar de situatie nog heel wat slechter was.

Memphis is een openlucht-museum, omdat de meeste historische schatten nog steeds onder de Nijl-modder begraven liggen. We bekeken de meest opvallende overblijfselen en reden toen naar Sakkara, waar we zwetend door het hete zand van de ene naar de andere piramide liepen om in
























de grafkelders de prachtige muurschilderingen en de hieroglyphen te bewonderen. Daarvoor moesten we wel enge houten ladders op en af klimmen, maar het was de moeite waard.

Na onze toeristische tocht reden we terug naar Cairo en Khatab stond erop dat hij ons, als laatste specialiteit, zijn huis zou laten zien, voordat hij ons zou afzetten bij het hotel.
In een stille straat van een buitenwijk parkeerde hij zijn auto voor een groot modern paleis. Dat was zijn huis !! De klandizie van de KLM -bemanningen was kennelijk een goudmijntje ! We werden binnengeleid in een grote zaal waar een tafel stond met wel honderd stoelen erom heen. Wow... Had hij zoveel familieleden aan wie hij regelmatig hele banketten voorzette ? Hij stelde ons voor aan zijn zoons en dochters, waarvan de laatsten zorgden voor hapjes en drankjes. Zijn vrouw kwam ook nog even tevoorschijn om zich voor te stellen, maar zoals de gewoonte is in het Midden Oosten werd zij verondersteld onzichtbaar te zijn. Zij hoorde in de keuken thuis samen met alle andere vrouwelijke familieleden.

Op de dag van onze terugvlucht reed hij op het vliegveld met zijn kar onze koffers van de bus naar de douane en vandaar naar het vliegtuig.
We namen hartelijk afscheid van hem, hoewel we wel wisten dat zijn interesses nu natuurlijk bij de binnenkomende bemanning lagen .

zondag 25 oktober 2009

AP DC 8 /Purser DC 9



















13-7-1980 Ibiza. Captain: Jaap Steketee, Copiloot : Martin Venhuizen, stewardessen : Henriëtte Bakels, Rina Diedenhoven.

In 1978 was ik weliswaar weer als jongste stewardess in dienst getreden, maar het verschil met tien jaar daarvoor was, dat ik nu carrière kon gaan maken en om dat te doen moest ik spreekvaardigheidsdiploma 's in Engels, Frans, Duits en Spaans gaan halen.
Om in aanmerking te komen voor de functie van Purser op de DC 9 ( de eerste Eerste had eindelijk erkenning gekregen,) die tevens dienst deed als Assistent Purser op de DC 8, moest je minimaal 2 spreekvaardigheidsdiploma 's en 2 toetsen in vreemde talen halen.
Waarom de KLM dat genoeg vond om een leidinggevende functie aan boord te gaan vervullen is voor mij altijd een raadsel gebleven en de gevolgen van deze 'policy' waren soms dan ook duidelijk ( negatief) merkbaar.
Maar goed, ik besloot toch maar om die diploma's zo snel mogelijk te gaan halen en meldde me aan voor de diploma's spreekvaardigheid Engels, Duits en Frans, omdat dat de talen waren waarvan ik dacht dat ik die redelijk goed beheerste en er dus niet speciaal voor hoefde te gaan studeren.

Engels ging goed, Frans ook, maar bij het Duitse examen liep het faliekant fout. Niet omdat ik niet goed Duits sprak, maar omdat ik ruzie kreeg met de gedelegeerde, die mij op mijn eigen onderwerp, studie sociologie, een paar vragen ging stellen ( overigens in een afschuwelijk steenkolen Duits) die ik niet kon beantwoorden. Hij had zo'n typisch, uit meerdere woorden samengesteld, Duits woord van wel twintig letters ergens in een encyclopedie opgezocht en ik had echt geen flauw idee waar hij het over had. Hij beweerde dat als ik zijn vraag niet kon beantwoorden ik geen Duits sprak en ik zei dat dit geen examen sociologie was maar een examen Duits. Oei, dat was tegen het zere been. Ik kreeg een 6 voor uitspraak, een 6 voor spreken over algemene onderwerpen en een 5 voor mijn eigen onderwerp. Gezakt ! Ik hoorde later dat die man berucht was en bijna iedereen liet zakken, maar daar had ik op dat moment niets aan. Ik was zo kwaad dat ik eenmaal thuisgekomen, mijn jogging outfit heb aangetrokken en zeker 10 kilometer vreselijk hard heb gelopen totdat de adrenaline uit mijn bloed verdwenen was.

Twee maanden later heb ik het examen alsnog gedaan en slaagde toen met een 8 voor uitspraak, een 8 voor algemene onderwerpen en een 8 voor mijn eigen onderwerp. Er was gelukkig een andere gedelegeerde die heel aardig was, maar achteraf gezien lijkt het me toch niet te verdedigen dat ik in die twee maanden plotseling zo veel beter Duits was gaan spreken, dat dat het verschil in cijfers kon verklaren, omdat ik er immers niets extra's voor gedaan had?

Bij de KLM mocht je een toets doen voor de taal waar je nog niet spreekvaardig in was. In mijn geval was dat Spaans. Daar ben ik toen een cursus voor gaan volgen en na 2 maanden haalde ik die toets.

Zo kwam ik kort daarna op de cursus voor AP terecht. Henk van Dalfsen onderwees ons in het uitspreken van het Public Address, het schrijven van Service Remarks, het ontvangen van Diplomatieke Post en allerlei andere bijzonderheden die je tegenkwam als je ' baas' was.

















Mijn eerste vlucht was onder begeleiding van een ervaren collega: Annemiek de Boer- Esman naar LIN ( Milaan).
Mijn crew bestond uit : Captain: Jan Ophorst, Copiloot : Nico Wester, Cocopiloot: Jaap Boer, Stewardessen : Monique Groote en Ineke Vos.

Europa vliegen bestond in die tijd uit meestal korte vluchten, waarbij je voor de meeste erg vroeg de veren uit moest. 's Morgens om 4.30 opstaan was geen uitzondering, want ik moest uit Utrecht komen met het openbare vervoer. Niet echt iets wat ik leuk vond, maar je moet er iets voor over hebben als je carrière wilt maken. Mijn eerste week zag er dan ook als volgt uit : LIN/BOD/ZAG-BEG/OSL/CDG/ en LHR. En zo zouden er nog vier lange jaren volgen, gelukkig zo nu en dan afgewisseld met ICA vliegen, omdat er in die tijd een overschot aan vliegend personeel was, vanwege een dip in de economie ( what's new ?)

zaterdag 17 oktober 2009

Orkaan in de Caribische Zee

De telefoon rinkelde me uit een diepe slaap. Even wist ik niet waar ik was en had ik moeite om me te oriënteren. Gelukkig had ik me aangewend om in vreemde hotelkamers in de badkamer een lichtje te laten branden en de deur op een kiertje te laten staan, zodat ik als ik wakker werd, in ieder geval kon zien aan welke kant van mijn bed de lamp te vinden was. Ja, nu herinnerde ik me het weer: ik was in Lissabon, waar ik met mijn bemanning een paar uur geleden was aangekomen uit Amsterdam. Na een gezellige crewborrel, bij de captain op de kamer, lag ik net een paar uur in bed. Ik keek op mijn reiswekkertje dat 04.00 uur 's nachts aanwees. Wie wilde me nu om deze tijd opbellen? Er was toch hopelijk geen sterfgeval in mijn familie? Aarzelend nam ik de telefoon op : " Hello ?"
"Good morning, this is your calling-time, " klonk het opgewekt uit de hoorn. " This must be a mistake, my calling time is tomorrow-night." "No ma'am, your calling-time is now."
Ik geloofde mijn oren niet. Was dit een practical joke, of toch niet ? Ik besloot de purser te bellen. Die bevestigde dat het inderdaad calling time was, omdat de bemanning die van ons had overgenomen nog steeds op het vliegveld van Lissabon stond en nu niet meer mocht vertrekken omdat zij anders over de werktijdenlimiet zouden gaan. De vertraging was te wijten aan orkaan David, die precies op dat moment door het Caribische gebied raasde.














Nou, erg uitgerust waren we niet na maar een paar uur slaap en geeuwend zaten we een uur later in de bus naar het vliegveld. We vroegen ons af wat er nu met ons schema zou gebeuren, want een paar crewleden, waaronder de captain, hadden familieleden bij zich, omdat we vijf dagen in Curaçao zouden gaan slippen.

Om 8.00 uur vertrokken we dan eindelijk op weg naar Caracas.

Doodmoe zaten we 's avonds in het Macuto Sheraton, weer bij de captain op de kamer te crewborrelen, toen de telefoon ging. De captain hield zijn hand op, als teken dat we even op moesten houden met kakelen. Hij had de stationmanager aan de lijn! Of we ons maar weer even in ons pak wilden hijsen, want we moesten doorvliegen naar Curaçao (weliswaar als passagier met de ALM) want daar kwamen ze een bemanning tekort. Spijtig keken we naar ons bed, trokken ons uniform weer aan en zaten even later uitgeblust in het busje van Papi op weg naar het vliegveld.

Half slapend zaten we in de DC9 en kwamen als zombies in het Frommer Hotel op Curaçao aan waar er natuurlijk niet genoeg kamers waren. Opdubbelen in de bungalows was één van de oplossingen. Na uren wachten lagen we dan eindelijk in bed.

Ons schema was nu veranderd. Niks vijf dagen vakantie in Curaçao, maar de volgende morgen terug naar Lissabon. De vrouw van de captain had pech. Ze had haar verjaardag groots langs de route willen vieren, maar dat zou nu aan boord moeten gebeuren, want de cockpitcrew vloog vanaf Lissabon gelijk, als pax, door naar Amsterdam.

In de kranten lazen we later, dat orkaan David in zijn genre de meest verwoestende sinds mensenheugenis was geweest. De wind die snelheden van 278 km. per uur bereikte, richtte voor $1.54 miljard schade aan; in Martinique veroorzaakte de storm een tsunami van 14 meter hoog en in totaal 2068 mensen verloren het leven.

Wij kwamen er beter vanaf. Ons gebrek aan slaap en het overtreden van de rusttijdenwet leverde ons 21 extra vrije dagen op.


zondag 4 oktober 2009

Naar Taxco

Drie hele dagen in Mexico Stad, dat was fantastisch natuurlijk, want dan zijn er vele mogelijkheden om een reisje te gaan maken buiten Mexico Stad.

De vorige keer, toen we een paar dagen over stonden hadden we een auto gehuurd en waren naar Guernavaca gereden. Een schilderachtig stadje met een mooie omgeving, waar echter verder niet veel te beleven viel. Bovendien was het weer koud en regenachtig geweest en hadden we om warm te blijven een paar koppen koffie met een flinke scheut Tía María erin gedronken. Dat hielp wel tegen de kou maar de herinnering aan de rest van de dag is daardoor een beetje wazig geworden.

Na navraag binnen de crew bleek dat één andere stewardess en de purser wel met me mee wilden gaan naar Taxco, een stad in de bergen die beroemd is vanwege de zilvermijnen. Als we onze kamers in het hotel ( Holiday Inn, Zona Rosa) inleverden konden we gratis overnachten in de Holiday Inn in Taxco, die wonderschoon boven op een berg lag met prachtig uitzicht over de stad.

Vanaf het busstation in Mexico gingen we met een touringcar op pad.

















We reden ruim vier uur door de bergen en het uitzicht vanuit de raampjes was soms adembenemend. Vooral de vele haarspeldbochten en de diepe afgronden naast de weg vond ik spannend, maar ook vermoeiend.

In Taxco bewonderden we onze mooie hotelkamer, die typisch Mexicaans was ingericht met felle oranje en gele kleuren, maar wat hadden we een fantastische uitzicht! Ik had graag de hele middag op mijn terras willen blijven zitten en het brede bed zag er ook uitnodigend uit, want door de tijdsverschillen had ik wel zin in een siësta gekregen. Dat zou natuurlijk zonde van de tijd zijn geweest, dus óp naar het centrum met de bekende VW kever die overal in Mexico als taxi dienst doet (voor mensen met lange benen een crime.)
We slenterden wat door de schilderachtige straatjes
























met de vele toeristische zilver- en andere souvenirwinkeltjes, naar de protserige Prisca Kathedraal.
Terwijl we daar naar toe onderweg waren werd ik door een man die mij tegemoet kwam, in het voorbijgaan onzedelijk betast. Mijn adrenalinegehalte schoot binnen een milliseconde omhoog, zodat ik me zonder na te denken omdraaide en de achtervolging inzette om hem, woedend, zo hard mogelijk een paar rake klappen te verkopen, vergezeld van een paar Nederlandse krachttermen met een hoop G's erin. Gelukkig schrok hij zich daarvan zo'n ongeluk dat hij er als een speer vandoor ging.

Na het overdadige interieur van de kathedraal te hebben bezichtigd, dat bekleed was met geroofd goud, moest er gewinkeld worden. Behalve dat ik als arme standby-stewardess geen geld had en me bij vorige reizen al voorzien had van kleding, schaakborden, beschilderde boombasten, keramiek en ander folkloristisch aanbod, heb ik eigenlijk een enorme hekel aan winkelen. Zilver had ik nog niet, maar dat wilde ik ook niet. In een toeristenwinkel zag ik echter een spaarpot in de vorm van een wit beschilderd paardje van aardewerk. Ik dacht aan een cadeautje voor een pas geboren neefje en kocht het na flink te hebben afgedongen.



















Dan eindelijk gingen we, na veel winkeltjes in en uit te zijn geweest, wat drinken en nog ergens een hapje eten en daarna terug naar het hotel op de berg.

's Nachts was het heerlijk stil op de kamer. Alles wat je hoorde was gezoem van cicaden en zo nu en dan, in de verte, het geluid van een eenzame auto.

De volgende morgen gingen we weer de bus in voor de terugweg.
Het was een vermoeiende trip geweest, maar ik was wel tevreden met het feit dat ik in Taxco was geweest en dus weer iets van mijn verlanglijstje had kunnen afstrepen.


woensdag 30 september 2009

Mombasa


















Als we 's morgens de gordijnen open schoven hadden we een fantastisch uitzicht op een palmenstrand en de Indische Oceaan.

A5 en ik hadden elkaar, na zes jaar onderbreking, weer ontmoet in New York. Na een hernieuwde kennismaking vonden we uit dat we allebei gescheiden waren en dat de relaties die we sindsdien onderhouden hadden op een mislukking waren uitgelopen. Na vele verwikkelingen, waarbij zijn tienerkinderen, voor wie hij de zorg had, en andere kapers op de kust ( zowel voor hem als voor mij) geprobeerd hadden roet in het eten te gooien, waren we uiteindelijk bereid geweest onze relatie een kans te geven.
Deze reis naar Mombasa had dan ook iets huwelijksreisachtigs.

De vlucht hier naartoe was vermoeiend geweest, hoewel we van Amsterdam naar Nairobi samen in de 1e klas mochten zitten ( ik had geen recht op 1e klas) en we volop van de kaviaar en champagne hadden genoten. Echter in Nairobi kwam er een kink in de kabel, toen na lang wachten bleek dat de kist naar Mombasa vol zat.
Gelukkig hadden ze nog ergens een Fokkertje in de reserve, waarin we letterlijk opgepropt, met nog een aantal andere passagiers, hadden gezeten. Na een lange taxirit naar het Trade Winds Hotel op Diani Beach bleek dat ook al vol te zitten, maar na een nachtje uitwijken naar een ander hotel, Jadini Beach Hotel, hadden we de volgende morgen deze luxe kamer kunnen boeken.

Overdag luierden we onder de palmbomen, hoewel je wel op moest letten dat er niet een kokosnoot op je hoofd viel. Zo nu en dan hoorde je een plof en dan kwam een mannetje met een kapmes, die hem voor je open spleet zodat we de melk konden drinken en het witte vruchtvlees opeten.
Heerlijk boekjes lezen, zwemmen in de branding (waar ik leerde hoe ik door het kopje van een golf heen moest duiken,) een strandwandeling maken en 's middags een siësta houden. Een bediende kwam ons iedere middag om 16.00 uur wakker maken met de 'afternoon tea', die hij op het terras van onze kamer neerzette. Als we niet opschoten, aten aapjes met blauwe ballen onze cucumbersandwiches, koekjes en scones op. Dat vonden we op zichzelf niet zo heel erg, want we aten hier drie maal per dag van een uitgebreid buffet en het eten was voortreffelijk, dus de verleiding was groot om veel te veel te eten (en te drinken.)

Iedere avond traden inheemse groepjes op met dansjes en liedjes voor de toeristen.
Dat vind ik altijd een crime, vooral als we mee moeten dansen, maar de hotelmanager scheen te denken dat het bij zijn taken hoorde om ons deze vertoningen voor te zetten. Door ons beroep beschouwen we onszelf echter nooit als toeristen maar meer als wereldreizigers.
























Toen we voldoende waren uitgerust maakten we een dagtocht naar Mombasa, een stad die in de Afrikaanse geschiedenis, door zijn ligging aan de Indische oceaan, sinds de 12e eeuw, een belangrijke functie heeft gehad als belangrijkste doorvoerhaven voor o.a. ivoor, goud en kokosnoten. Vele verschillende volkeren hadden zich hier gevestigd en deze verschillende culturele invloeden waren nog duidelijk zichtbaar. We bekeken de belangrijkste toeristische trekpleisters: Fort Jesus, de oude stad, de haven met ouderwetse dhows, de hindoeistische Jain tempel, de olifantentanden die over de belangrijkste straat staan gebogen en de Afrikaanse markt, waarvan we vonden dat er een nare sfeer heerste. De mensen waren soms openlijk vijandig en fotograferen mochten we ze niet. We kochten wel wat souvenirs, zoals olifantjes van ebbenhout.










Afgezien van zo nu en dan een fikse regenbui en het regelmatig uitvallen van de elektriciteit beleefden we een romantische week en de meegebrachte champagne en de bestelde kreeft zorgde voor een fantastische laatste avond, en nacht, onder de mooiste Afrikaanse sterrenhemel.

Op de terugreis verliep de vlucht naar Nairobi gesmeerd: voor onze lange benen was er zelfs plaats bij de noodluiken van de Kenya Airways' DC 9.
In Nairobi verbleven we nog twee nachten in het New Stanley Hotel. Op onze vrije dag lieten we ons door een taxi naar het Arboretum rijden. Daar bewonderden we de prachtige cacteeën, bamboebossen, palmen en eucalyptusbomen. De paadjes waren soms moeilijk begaanbaar en het viel ons op dat de 'blanken' hier hun hondjes kwamen uitlaten.
In Nairobi lagen de etalages van alle winkels vol met groene sprinkhanen. Eén van de vele plagen waar het Afrikaanse continent onder te lijden heeft.

Op onze terugvlucht naar Amsterdam vond captain IJ het niet goed dat ik bij A5 in de eerste klas mocht zitten, dus zat A5 bij mij in de economy class. Dat vonden we helemaal niet erg, want we hadden daar, omdat de kist halfleeg was, veel meer de ruimte. We beleefden een perfecte afsluiting van onze 'honeymoon' , waarvan ik vermoed, dat ook die niet de goedkeuring van de captain had kunnen wegdragen. Tant pis pour lui !















dinsdag 15 september 2009

Kinderleed
























"Mbwaaaahhh, mbwaaaaaagh, ieeeeeeeeeeeeerrrggggggg..........," klonk het op de rij achter me.
Nee hè, dat heb ìk weer! Het zal toch niet dat zelfde kleine meisje zijn dat in de vertrekhal al zo hard had zitten huilen ? Schattig om te zien, dat wel, met haar oudroze jurkje aan, dezelfde kleur als die van haar moeder's T-shirt, maar kennelijk was er iets niet naar haar zin, want ze krijste zo hard dat je zonder gehoorbeschermers maar beter weg kon wezen. Toen ik in de gaten had gekregen dat de ouders haar niet stil konden krijgen was ik inderdaad snel ergens anders gaan zitten, maar hier aan boord had ik die optie niet.
Een stewardess kwam het gebruik van de kinder-stoelriem en- zwemvest uitleggen. Het kind moest met haar gezicht in dezelfde richting zitten als de ouder, maar daar verzette ze zich tegen.
Wel allemachtig. Venijnig trappelden haar voetjes tegen de achterkant van mijn rugleuning. Ik keek tussen de stoelleuningen door naar achteren, en ja hoor, wat ik al gevreesd had was werkelijkheid geworden: ik zag iets oudrozigs onder een van drift, rood aangelopen, kindergezichtje.

Tja, wat doe je in zo'n situatie? Ik dacht terug aan de tijd dat ik tijdens mijn werk als cabin attendant vaak te maken had gehad met allerlei kinderperikelen. Bv. als de ouders de krant gingen lezen en de kinderen in het gangpad lieten spelen. Ze renden dan vaak op en neer en niet alle passagiers waren daar even gecharmeerd van. Wij ook niet, want vaak zagen we ze niet van achter de trolley, of voor onze voeten als we met plateaus aan het zeulen waren. Niet zelden was dan ook een onaangename botsing het gevolg, zodat we ze onder zachte dwang terug naar hun ouders moesten brengen.
























Illustratie uit Astrid van Verschuer's "Life Aloft"

Een keer, tijdens een lang nachttraject op de B747, was er één kind geweest dat maar bleef krijsen, zodat de passagiers geen oog dicht konden doen. Ik zat daar een tijdje naar te luisteren totdat ik het verschrikkelijk zat werd. Ik pakte een zaklantaarn en liep in het stikdonker, want alle lichten waren uitgedaan, naar de bron van ergernis. Ik scheen met mijn zaklantaarn recht in de ogen van het kind en sprak haar streng toe. In de trant van: als ze niet onmiddellijk ophield met krijsen dat ik dan heel kwaad zou worden. Ze keek me verschrikt aan en hield onmiddellijk haar mond. Hèhè, wat een goddelijke stilte! Ik vroeg aan de moeder wat er aan de hand was maar die had geen idee. Thuis hadden ze een kindermeisje die dag en nacht voor het kind zorgde, zodoende wist ze niet wat ze moest doen als het van streek was.
De hele nacht was het verder stil gebleven tot we het ontbijt gingen uitdelen. Heel zachtjes begon er een gedrein boven het geluid van de motoren uit te stijgen. Toen ik er langs liep, hoorde ik de mevrouw tegen haar kind zeggen : "Pas op hoor, als je zo doorgaat roep ik de boze stewardess!"

Zou eenzelfde aanpak hier ook helpen ? Bij nader inzien zag ik er maar vanaf. Niemand vindt het leuk om voor boeman/vrouw te spelen, ik ook niet.
De mevrouw die op mijn rij aan het raam zat ging onverdroten door met het oplossen van kruiswoordraadsels en ik concentreerde me op mijn boek.
Nadat we geland waren feliciteerde ik haar en mij, omdat we geen kik hadden gegeven en ons die paar uur voorbeeldig hadden beheerst.
Ze moest lachen om mijn felicitatie en we betreurden die arme ouders die nog een tijdje aan het kind vast zouden zitten. Zij liever dan wij, vonden we, en stapten opgelucht van boord.

maandag 14 september 2009

Laatste vlucht van de Lockheed Electra

Wat was het gezellig op de VOC Soos op 5 september 2009, vooral omdat oud-collega's van het KLM Cabinepersoneel die begonnen zijn met vliegen tussen 1965 en 1970 uitgenodigd waren voor een speciale reünie. Ook wel spannend, want zouden we elkaar nog herkennen na zoveel jaren ? Het is natuurlijk wel een groot verschil of je 24 of 65 jaar oud bent.

Bij één van de leuke herontmoetingen sprak ik met een hofmeester KV die me vertelde dat wij samen op de laatste vlucht van de Lockheed Electra naar Brussel waren geweest op 31 december 1968. Ja natuurlijk, dat wist ik nog. Onze vlucht was niet de geplande laatste vlucht geweest maar door het slechte weer, het ijzelde in Brussel, waren we met vertraging binnengekomen en op die manier hadden we de oorspronkelijke 'laatste' vlucht verslagen. Hij vertelde me dat hij die speciale Wolkenridder had bewaard waarin er een reportage stond over dit gebeuren. Ik was al een tijdje op zoek geweest naar deze uitgave van de Wolkenridder en als door een wonder had ik hem nu teruggevonden.


























































































































Ik vond het eigenlijk wel best dat die 'propjet' eruit ging, want de DC 9 vloog veel sneller en een vlucht naar bijvoorbeeld Moskou duurde een uur langer. Alles trilde zo hard dat ik wel eens dacht dat de bagagerekken ( we hadden toen nog geen bakken) naar beneden zouden komen en als ik op de laatste stoel zat zag ik door het raampje zo nu en dan zwarte roetproppen voorbij vliegen.
Het enige wat ik wel leuk vond, was dat er maar één stewardess aan boord was, dus die werd helemaal in de watten gelegd. Wat een verschil met mijn vorige baan, waar ik als informatrice bij de NS alleen maar vrouwen als collega's had die elkaar het licht in de ogen niet gunden, zeker niet als er een man aan de horizon verscheen.

Laatste vlucht op de Lockheed Electra.Tevens het einde van het kleinschalige luchtvervoer.
Hier is geschiedenis geschreven.


donderdag 27 augustus 2009

Als natte katten in Karachi
























We zaten elkaar over de tafel, in de eetzaal van het KLM Hotel 'Midway House' in Karachi, een beetje verveeld aan te kijken. Het inmiddels familiaire eten van het overbekende menu dat werd opgediend door de ons welbekende obers, werkte niet echt inspirerend voor goede gesprekken. Het licht was ook niet gezellig en sommigen hadden misschien tijdens de crewborrel een beetje teveel gedronken en wisten alleen nog maar onzin uit te kramen.

Ik had geen zin gehad om gelijk al na het eten naar bed te gaan of verder te drinken in de crewroom. Van mensen uit vorige bemanningen had ik wel eens verhalen gehoord dat ze 's nachts, bij volle maan, met de zeilboot van Kapitein Ali naar het strand van Sands Pit waren gevaren om daar te gaan kijken naar de duizenden zeeschildpadden, die om deze tijd van het jaar uit zee kwamen gekropen om eieren te leggen op het strand. Een zeer imposant gebeuren, dat je zeker moest gaan bekijken als je op de juiste nacht in Karachi was. Dus stelde ik aan mijn metgezellen aan tafel voor om een dergelijke tocht te gaan maken. Ze keken me allemaal, behalve één, lodderig aan. "Nu nog ? Was ik niet goed bij mijn hoofd ? " Dat was de algemene reactie. Die ene die wel belangstelling had was een knappe copiloot van de andere bemanning.

Na enig overleg besloten we, als de anderen geen zin hadden, maar met zijn tweeën te gaan. Hup, de taxi in en naar de haven gereden. Op de achterbank van de taxi maakten we wat nader kennis met elkaar.
Bij de haven aangekomen, waar het 's nachts net zo druk met liggende, lopende en bedelende figuren was als overdag, vonden we de boot van Kapitein Ali die kennelijk 24 uur per dag klaarlag, wachtend op avontuurlijk geïnclineerde KLM-ers.

Wij in de boot, ankers opgehaald, touwen los, zeilen gehesen en daar gleden we al de haven uit.. Knus gingen we dicht naast elkaar op de, met zachte kussens bedekte, bank zitten. We genoten volop, maar alsof er een duiveltje boven onze hoofden zat toe te kijken die het een beetje al te knus vond worden, begon het zachtjes te spetteren. Kapitein Ali wist daar wel raad mee, dus hesen hij en zijn maatje een stuk plastic boven onze hoofden, zodat we droog verder konden smoezen. Het duurde echter niet lang of het begon wat harder te spetteren en even daarna nog een beetje harder en toen kregen we zo'n hevige tropische bui over ons uitgestort, dat we geen hand meer voor ogen zagen. Dat zou ons leren. Romantisch? Ha...! Daar had zelfs Kapitein Ali geen antwoord meer op en stuurde zijn boot naar de pier van het dorpje waar we altijd de vissenkoppen kochten als we krabbetjes gingen vangen.
Hij vond het beter dat we gingen schuilen in een lokale kroeg. Wij van boord. Er stond al zoveel water op de kade, dat je geen grond meer onder je voeten zag. Eng ! Maar het was nog veel enger in de kroeg. Daar zaten woest en primitief uitziende mannen, die bij olielampjes onduidelijke drankjes zaten te drinken. Ik hoopte maar dat de copiloot, Ali en zijn maat afdoende bescherming boden, want zoals mijn doordrenkte kleding aan mijn lichaam vastplakte moet ik voor deze mannen een aanblik zijn geweest waarvan ze dachten dat ze die alleen maar te zien zouden krijgen als ze als martelaar zouden sterven. Ali beval ons de lokaal gestookte whisky aan, maar omdat we bang waren blind te worden, kozen we voor thee die, naar we hoopten, door het gekookte water veiliger was voor onze gezondheid.

Na een paar uur eindeloos theedrinken was de tropische storm voorbij en konden we ontsnappen aan de starende blikken van de Pakistani. We waadden terug naar de boot en besloten dat het beter was om terug te gaan naar het hotel om ons op te drogen. Arme kapitein Ali, hij moest een motorboot huren om ons terug te trekken naar de haven van Karachi.

De volgende morgen werd ik verkouden wakker. Het duiveltje kon alsnog tevreden zijn.
Hij was echter wel te laat geweest om dit unieke avontuur van ons af te nemen.



zaterdag 15 augustus 2009

Groupie

Laten we haar maar Michelle noemen, want ze was tenslotte een fervente fan van de Beatles.

Het was haar laatste reis als stewardess voor de KLM, en ze wilde graag nog een keer naar het Verre Oosten: Amsterdam-Dubai-Bangkok-Singapore-Karachi-Kuweit-Amsterdam.
Ik was opgeroepen als standby-stewardess omdat er op het laatste moment iemand ziek was geworden en verzeilde zodoende in een crew die wel in was voor een feestje.















Jammer, dat het cockpitcrew-schema niet synchroon liep met het onze, maar gelukkig bestond de cabinebemanning uit een aantal leuke en sympathieke mensen, die wel bereid waren haar een onvergetelijke laatste reis te bezorgen.

Gedurende die reis praatte ik veel met Michelle want ik was bijzonder geïnteresseerd in de vraag, waarom ze, juist nu het 5-jaarscontract werd afgeschaft en zij tot haar pensioen door kon vliegen, met ontslag ging. Haar verklaring verbaasde me een beetje. Ze zei dat ze het vliegen zó fijn vond dat ze bang was geworden er verslaafd aan te zullen raken en daarom hield ze er maar mee op. Daar begreep ik niets van: het was toch fantastisch als je gelukkig was met je baan? Hierbij dacht ik aan mensen die aan de lopende band moesten werken of aan diegenen die veertig jaar lang als ambtenaren achter een bureau doorbrachten en werk verrichten waar ze geen enkele binding mee konden voelen.
Ze legde me uit, dat ze dacht dat ze aanleg had voor verslaving omdat ze sinds haar tienerjaren verslaafd was geweest aan, of een popgroep, of aan een sportheld, en dat het haar alleen maar teleurstellingen had opgeleverd.

Het was allemaal begonnen met de Beatles, die in 1964 voor de eerste keer naar Nederland waren gekomen. Ze was helemaal hoteldebotel van die vier jongens geweest, die als hoogtepunt van hun verblijf in Amsterdam een grachtentoer hadden gemaakt. Zij was toen één van die fans geweest die, op het moment dat de boot onder een brug doorvoer, in het water was gesprongen om hun aandacht te trekken. 's Avonds tijdens hun concert had ze zo hard gegild dat ze van pure hysterie flauw was gevallen en door de EHBO-assistenten uit de zaal moest worden gedragen.

















Een paar jaar later was er in Nederland een andere hype ontstaan, deze keer rond twee bijzondere schaatstalenten: Ard (Schenk) en Keessie ( Verkerk). Ze had op slag de Beatles vergeten, want ze was nu verliefd op Ard. Ze heeft hem jarenlang, als een echte groupie, overal naar toe gevolgd. Zij was echter niet de enige en de concurrentie onder de meiden was moordend geweest. Maar uiteindelijk was het haar één keer, ergens in Noorwegen, gelukt om zijn aandacht te trekken. Ze was toen helemaal in de zevende hemel geweest. Helaas had hij daarna geen belangstelling mee voor haar getoond en beantwoordde de brieven, die ze hem stuurde, niet. Ze had werkelijk van alles geprobeerd: hem opbellen en bij nacht en ontij urenlang voor zijn huis staan om te proberen een glimp van hem op te vangen. Soms, als ze geluk had, zag ze zijn schim acher de gordijnen bewegen. In een uiterste poging heeft ze toen een keer aangebeld. Hij had haar binnen gelaten en haar vriendelijk maar duidelijk gezegd dat hij geen interesse had. Bovendien had hij, aan boord bij de KLM een stewardess, de Brabantse Christine Schermeij ontmoet, waar hij zich nu mee ging verloven.
Dat was voor alle groupies een harde slag geweest, maar het had wel als gevolg gehad dat zij toen besloten had om bij de KLM te gaan solliciteren.

Ze had het vliegen heerlijk gevonden. Je ging naar de prachtigste oorden met (meestal) aardige collega's en je kreeg nog geld toe ook. Maar ze vond het mooi geweest, ze moest eindelijk maar eens serieus werk gaan maken van haar leven. Ze wilde een nieuwe start, zonder al die verleidingen.
























Na op iedere slipplaats een klein feestje te hebben gebouwd, kwamen we op Schiphol aan met nog steeds een brede grijns op ons gezicht. Zelfs de douanecontrole kon ons goede humeur niet verpesten.
De purser overhandigde Michelle, namens de bemanning, de bloemen en cadeaus en we wensten haar allemaal het beste voor de toekomst.
Toen gingen we ieder ons weegs.

zaterdag 8 augustus 2009

Gekke Jongens

Tijdens de vijf jaren van 1973 tot 1978, die ik als standby-stewardess heb gevlogen hadden er nogal veel veranderingen plaatsgevonden. Eén daarvan was dat het vijfjaarscontract voor stewardessen, in het kader van de emancipatie, werd afgeschaft en zij dus, net als de mannen van het 'kernkorps', carrière konden gaan maken. Er was nog heel wat gedoe ( rechtszaak) over de beloning van de nieuwe vrouwelijke assistent-pursers en pursers, maar toen dat was opgelost kwam de KLM met een geheel andere CAO voor nieuw aan te nemen cabinepersoneel. Er waren nu een aantal vrouwen, de zgn. 'Bouma-groep' die onder de oude' kernkorps'-regeling vielen, en alle anderen niet.
Het doorvliegen van de stewardessen hield logischerwijze in dat de maximum leeftijd van 34 jaar werd afgeschaft. Dat kwam voor mij toen precies op tijd.
Op 1 nov. 1978, ruim tien en een half jaar na mijn eerste vijfjaarscontract, tekende ik voor een tweede, met dien verstande dat ik weer onder aan de ladder moest beginnnen ( ik mocht niet langs 'af' en ik ontving geen fl. 200,- om het maar te vergelijken met het Monopoly-spel).

Een andere verandering was dat, na lange tijd, er ook weer mannelijk cabinepersoneel werd aangenomen. De baan van hofmeester zou uitsterven en de opengevallen plaatsen werden voortaan ingenomen door een zgn. pantry-steward(ess), een stap in je loopbaan als c(abin) a(ttendant).
Vol nieuwsgierigheid bekeken we de nieuwe stewards. Wat een opwinding om al die jonge kerels (! ?) te zien. Sinds de hofmeesters-kort verband verdwenen waren was ik gewend geraakt aan mannen die minimaal 7 jaar ouder waren dan ik, de meesten zelfs zo'n 12 à 13 jaar als het niet nog meer was, maar nu werkten we ineens met mannen die jonger waren! En wat voor types !
Op het bemanningencentrum werd al gauw geroddeld over een Belgische steward die altijd zijn 'beautycase' bij zich had en zeer nauw bevriend was met een (ook Belgische) collega die er uit zag als een fotomodel. Dan waren er weer anderen die van de Hotelschool uit Maastricht kwamen, aangevuld met oud-hofmeesters, die na hun 3-jaarscontract bij de KLM in dienst waren gebleven in een andere functie, en nu weer, samen met nog wat oud-stewardessen waaronder ik, terugkeerden bij het cabinepersoneel.

Zo gebeurde het dat ik in 1978 op een Verre Oosten reis ging met een 'jonge'crew. Aan boord was het een dolle boel, want hun fantasie kende geen grenzen en ze bedachten allerlei gekke scenario's om de eindeloze nachten door te komen, die anders meestal nogal slaapverwekkend verliepen. Ik werkte samen met Martin en waarom ik op de foto sta, met zijn ochtendjas om ons beiden heen gesjord en een keukenrol op het serveerplateautje weet ik niet meer, maar we hebben duidelijk de slappe lach dus zal er wel iets pikants door de anderen zijn gesuggereerd.
























Op iedere stop, in Dubai ( Club 58), Singapore en Karachi, gingen we naar de discotheek en voor het eerst zag ik stewardessen die door stewards de lucht in werden gegooid en na het opvangen tussen de benen door werden gehaald. Het deed me denken aan de film 'Flying High' waarin ook een dergelijke scene, waar ik vreselijk om heb moeten lachen, voorkomt. Ik herinner me dat vooral een nummer van Boney M. : 'The rivers of Babylon' heel populair was. Als dat nummer werd gespeeld kregen we een prachtige performance te zien van Gert Jan en Evelien. Gert Jan kon overigens ook een prachtige imitatie geven van John Travolta.

De verjonging bij de cabinebemanningen ging gelijk op met die van de cockpitcrews en vanaf die tijd veranderde ook langzamerhand de 'cultuur' binnen de bemanningen.
Maar zo gaat het nu eenmaal : oude gekke jongens worden opgevolgd door jonge gekke jongens.


maandag 3 augustus 2009

Coca Cola



















"Good evening, sir, goedenavond mevrouw, alstublieft hier rechtsaf, of linksaf, of door de pantry en dan rechtsaf." Deze instructies herhaalde ik tot uit den treure, na het checken van de stoelnummers op de mij getoonde instapkaarten.
We waren aan het 'boarden' in Toronto en ik stond een lange tijd bij deur 12 van de B747, want we hadden een volle bak. Er leek maar geen eind aan het aantal passagiers te komen, maar uiteindelijk zaten ze er dan allemaal in.
Nèt voordat de deur dicht zou gaan, kwam een grondstewardess door de slurf aanhollen en vertelde me, buiten adem, dat we de meneer op seat 28B, die alleen reisde, absoluut geen coca cola mochten serveren.
"Waarom niet ?" vroeg ik. "
"Dat weet ik niet, maar zijn familie drukte ons zojuist op het hart, dat we het vooral niet moesten vergeten dat tegen jullie te zeggen. "
"OK, bedankt."
Nu zat die meneer in mijn gedeelte, dus dat was makkelijk te onthouden. Ik zei het tegen mijn maatje en dat was dat.
Na de start gingen we de cabine in met de drankjes en ik vroeg de man op 28B wat hij wilde drinken. Hij was in de veertig, schatte ik, en zag er niet al te snugger uit.
"Coca cola, graag", antwoordde hij.
Ik zei hem dat ik dat niet aan hem mocht serveren, maar of hij iets anders wilde drinken ? Hij keek me kwaad aan en zei dat hij niets anders lustte. Tja, dan maar niets.
Tijdens het uitdelen van de maaltijd, vroeg ik wederom wat hij wilde drinken.
" Coca cola, " klonk het weer.
Ik gaf hem met een uitgestreken gezicht een glaasje water en ging verder.
We wilden net met de koffie de cabine ingaan, toen we een enorm kabaal hoorden.
Passagiers waren opgestaan, mensen belden en ik zag van alles door de lucht vliegen. Bij de oorzaak van de commotie aangekomen zag ik dat meneer 28B, schuimbekkend, half onderuit in zijn stoel, wild om zich heen lag te slaan en te schoppen. De man, die naast hem aan het gangpad had gezeten had weg kunnen komen, maar die arme vrouw bij het raam kreeg de volle laag. De plateaus lagen met inhoud en al over de grond en de spaghetti met tomatensaus en de roompuddinkjes drupten langs de stoelleuningen naar beneden.
Ik herkende de situatie meteen want ik had het al eens eerder meegemaakt: hij had een epileptische aanval. Wat waren de voorschriften ook alweer ? Een lepel tussen de tanden doen, zodat hij zijn tong niet in stukken kon bijten. Lepels waren er genoeg, maar hoe kwam ik dichtbij ? Bovendien leek het me al veel te laat. De purser was ondertussen op het lawaai afgekomen en enkele medici hadden zich ook al gemeld. Toen de man weer een beetje bij zijn positieven kwam, leek het ons het beste dat hij daar tussen die twee onschuldige passagiers werd weg gehaald, maar waarheen, want de kist zat werkelijk propvol. We besloten hem op de Crewrest Seats te plaatsen, die naast de pantries voorin het vliegtuig waren gelegen. Hij zat daar net, toen hij al weer een volgende toeval kreeg en dat zou zo de hele nacht door blijven gaan. Ertussen door was hij enorm suf en moe en vroeg om coca cola, die wij hem echter niet gaven.
Vlak voordat we het ontbijt zouden gaan serveren kwam een stewardess, die helemaal achterin het vliegtuig werkte, even naar voren om iets te komen halen en ze zag de man op onze rust- stoelen zitten.
"Hé," zei ze, "wat is er met hèm aan de hand? "
"Och, hij heeft wat last van epileptische aanvallen en hij was niet te handhaven tussen twee vreemde passagiers in."
"Ik vond al, toen hij bij mij in de pantry kwam, dat hij een beetje raar deed."
"Wat? Was hij bij jou achterin? Wat had hij daar te zoeken? "
"Hij zei, dat jullie het veel te druk hadden en of we hem een glaasje coca cola konden geven, want hij had zo'n vreselijke dorst."
Er ging gelijk een lichtje bij me op. Dàt was het dus geweest wat de familie verzuimd had te vertellen : coca cola veroorzaakte bij hem epileptische aanvallen!
Ze hadden natuurlijk van tevoren geweten dat, als ze bij het boeken van zijn vlucht hadden vermeld dat hij een zware epilepticus was, iedere maatschappij hem als passagier zou weigeren ( misschien was dat al gebeurd en wilden ze per se van hem af) dus hadden ze hem op deze slinkse manier aan boord van een vliegtuig weten te smokkelen. En wij zaten met 'de gebakken peren' en die twee arme mensen waar hij tussenin had gezeten.

Of hij ooit nog eens heeft kunnen vliegen, met ons of met een andere maatschappij, betwijfel ik.


woensdag 29 juli 2009

Route-relatie

Het was twee uur 's nachts en A2 en ik zaten nog in de zwoele Portugese zomernacht buiten op een terrasje te genieten. We hadden eigenlijk allang moeten gaan slapen maar in plaats daarvan hadden we nog een fles wijn besteld.
We haalden herinneringen op aan de vorige keren dat we elkaar ergens ter wereld waren tegengekomen.

















Naar de eerste keer toen we in New York in Jimmy's Bar gedanst hadden op 'My Way' van Frank Sinatra en daarna nog naar Dance Hall 'Cheetah' waren gegaan. De volgende dag hadden we, in de zon, op het grote grasveld van het Central Park gelegen en naar de New Yorkers om ons heen gekeken.

Een andere keer in Montreal, waar we logeerden in dat saaie Holiday Inn motel ' La Seigneurie', dat ergens in een industriegebied tussen snelwegen ingeklemd lag. Het bestond uit één hele lange gang met aan weerszijden deuren. Wij stewardessen zaten meestal helemaal aan het eind. Toen had hij me laten zien hoe je kon voorspellen hoeveel kinderen je kreeg en of het jongetjes of meisjes zouden worden. Je rukte gewoon een haar uit je hoofd en daar reeg je dan je trouwring aan. Je moest daarna de uiteinden van de haar doodstil tussen duim en wijsvinger houden en als de ring ging draaien kreeg je een jongetje en als hij heen en weer ging pendelen dan kreeg je een meisje. Ik vond het allemaal maar grote onzin maar had toch braaf de test gedaan. De ring bewoog niet !!! Ik had het je toch gezegd ? : "Ik wil helemaal geen kinderen. Ik vind het veel te leuk zonder !"

Tijdens mijn stationering in Tokyo hadden we elkaar een paar keer gezien. De laatste keer was ik 's morgens vroeg uit Bangkok aangekomen en ging hij een paar uur later naar Anchorage. Door het raam had de opkomende zon door de Tokyo Tower heen naar binnen geschenen. Slaperig had ik geluisterd naar het grappige verhaal van die keer toen hij ontdekt had dat zijn jongste zoontje aan een kettinkje om zijn hals, een héél klein sleuteltje droeg. Dat sleuteltje had A2 een keer, zonder dat ik het gemerkt had, van mijn BH af gesloopt en in zijn portemonnee verstopt. Nu wist hij dat zijn zoontje in zijn portemonnee moest zijn geweest maar hij had er uiteraard niets van kunnen zeggen.We hadden er een beetje om moeten grinniken. O,o,o..., zo vader, zo zoon!
























Daarna hadden we elkaar in Bombay ontmoet, waar we een middag hadden doorgebracht op een terras met uitzicht over een leeg strand. Het enige wat voorbij was gekomen was een kudde geiten geweest.



















Daarna die keer in de winter, toen we voor een nachtstop naar Athene waren gestuurd.
's Avonds waren we naar de Plaka gelopen om lekker te gaan eten en hadden ontdekt dat we allebei dol waren op garnalen met knoflook, héél véél knoflook. Met natuurlijk zo'n kilo Retsina erbij. Wat hadden we genoten, maar de volgende morgen toen we aan boord waren gekomen, waren de collega's demonstratief achteruit gedeinsd. De knoflookwalm, nog versterkt door de wijn die we hadden gedronken, was niet om te harden geweest. Ik werd verbannen naar achteren, naar de economy class, hoewel ik denk dat de zweetvoetenlucht en de geur van krèteks de knoflookluchten aardig neutraliseerden. Samenzweerderig hadden we, over de drankenkar heen, naar elkaar geglimlacht.
Het had zoiets betekend als: "Voel jij je ook zo katterig ?"
"Jawel, maar ik had niets ervan willen missen."
"Nee, ik ook niet !"
Tenslotte was het maar een paar uur vliegen naar Amsterdam, dat redden we nog wel.

Dan die winterzondag in New York. Onder het vertrouwde geluid van de sirenes lagen we naar de loodgrijze lucht te kijken en zagen grote sneeuwvlokken dwarrelend aan het hotelraam voorbij zweven. Zo nu en dan bleven er een paar vlokken aan het raam kleven om daarna zachtjes naar beneden te glijden. We hadden geen zin gehad om op te staan, hoewel het na calling time natuurlijk onvermijdelijk was. Daarna waren we, voordat de 'teckel-limousine' ons zou komen oppikken, nog gauw even door de sneeuw naar de tent naast het hotel gegaan om een broodje pastrami te eten met zo'n kop van die waterige koffie erbij.

Nu waren we dus in Lissabon, niet met dezelfde vlucht maar we waren die avond, bij toeval, tegen elkaar opgelopen in de lift van het Sheraton Hotel.
We hadden een restaurant gezocht en hadden op de Avenida da Liberdade een grote eettent gevonden met van die ongezellige neonlichten, maar het zat er wel tjokvol met alleen maar 'lokalen', er was geen toerist te bekennen. Wij waren naar binnen gegaan en hadden geluk gehad dat er gelijk een tafeltje vrij was gekomen. We bestelden de 'camarao ao alho' met een fles droge Vinho Verde, en veel vers stokbrood erbij om ermee in de kokendhete bubbelende olijfolie, waartussen de garnalen gemengd met hele tenen knoflook en chili's dreven, te 'dopen'. Na de eerste portie hadden we nog een tweede besteld. Vurrukkulluk !

Ik kon die dag uitslapen, maar hij had een paar uur later alweer calling time gehad.
Later hoorde ik, dat hij algemeen door zijn crew was gemeden vanwege de knoflookgeuren, maar dat hij niets van die avond had willen missen.
Nee, ik ook niet !

Jerry verloofd, Jerry verliefd. Een soap opera.



















Er waren eens twee mannen, die allebei Jerry heetten.
Ze waren tegelijkertijd aan de Rijks Luchtvaart School afgestudeerd en daarna als copiloot op de Fokker Friendship te werk gesteld. Als iemand met Jerry moest vliegen was de logische vraag: met welke Jerry dan?
De ene Jerry was berucht omdat hij, al tijdens de opleiding, tegen iedereen die het maar horen wilde uitweidde over de fantastische kwaliteiten van zijn verloofde Afke. Geen enkele vrouw ter wereld kon aan haar tippen, want ze was de mooiste, slimste, intelligentste, nou ja... enzovoort en zo verder, en nog veel meer van die superlatieven. Iedereen werd er helemaal tureluurs van, dus werd hij al snel tot 'Jerry verloofd' omgedoopt.
De andere Jerry was wat stil, maar het duurde niet lang tot zijn collega's in de gaten kregen dat hij wel heel veel aandacht besteedde aan Blanca, een mooie slanke stewardess. Zoals hij naar haar keek...! Ja, die was duidelijk smoorverliefd. Zo kreeg hij de bijnaam: 'Jerry verliefd'.
Blanca was echter verliefd op Philip, een student in de archeologie, en als hij afstudeerde was ze van plan met hem te gaan trouwen en te stoppen met vliegen.
Zo vlogen ze een paar jaar rond op die Friendship en 'Jerry verloofd' trouwde met zijn Afke en samen kregen ze binnen de kortste keren twee kinderen, Jerry junior en Jeltje. Helaas werd 'Jerry verloofd' steeds minder gelukkig. Afke had het zo druk gekregen met de luiers en de flessen, de was, de boodschappen, het koken, het schoonmaken, etc. dat ze geen tijd meer had om voor zichzelf te zorgen. Ze maakte zich niet leuk meer op, haar nagels bleven ongelakt en ze liep nog steeds rond in haar positiekleding.
Op een goede dag vloog 'Jerry verloofd' met Blanca en ineens wist hij, alsof hij een goddelijke ingeving had gekregen, dat zìj de vrouw van zijn leven was. Ze was de mooiste, slimste, interessantste etc. vrouw die op deze aarde rondliep . Zij was zijn toekomstige vrouw, dat wist hij zeker.
Blanca was echter nog steeds verliefd op Philip en wilde niets van hem weten.
De twee Jerry's en Blanca waren ondertussen van de Friendship verhuisd naar andere type vliegtuigen. 'Jerry verloofd' ging naar de DC 8, 'Jerry verliefd' naar de B747 en Blanca ging ICA vliegen.
Ondertussen lag 'Jerry verloofd' in de scheiding en huurde een flatje. Hij troostte zich zolang met een losvaste, vastlosse en een losse vriendin, die hem voorzagen van de broodnodige afleiding, en zo...Als hij zijn kinderen ging opzoeken maakte hij ruzie met Afke, die niets meer van hem begreep, zeker niet dat van die harem.
Philip studeerde af en hij en Blanca trouwden kort daarna. 'Jerry verloofd' had een uitnodiging gekregen voor de receptie en reed in zijn auto naar de plek van actie. Onderweg moest hij een spoorwegovergang passeren met van die halve bomen ervoor. Net toen hij aan kwam rijden ging het rode licht knipperen en begonnen de bomen langzaam te dalen. Hij overwoog om razendsnel onder die bomen door te rijden en op de rails te gaan staan, maar hij aarzelde te lang en zzoooeeeffff...de trein was al voorbij. Het was toen alsof een zware last van zijn schouders viel: het was over, hij was niet meer verliefd !
Hij kwam de zaal binnen waar Blanca en Philip het stralende middelpunt vormden. Hij keek naar ze en besloot om ze niet te gaan feliciteren. Hij draaide zich om en verdween.
Blanca had ontslag genomen en ging met haar Philip naar Afrika waar hij werk had gekregen.
'Jerry verloofd' vloog een week later met stewardess Liesje, die zijn aandacht trok. Zij had alles waar hij naar op zoek was: ze was de mooiste, slimste, interessantste vrouw, etc. die hij ooit gezien had en als ze wilde dan zou zij zijn enige vaste vriendin worden en later de moeder van de rest van zijn kinderen.
Na een half jaar kwam Blanca huilend terug uit Afrika. Het bleek dat Philip al haar spaarcentjes er doorheen had gejaagd met zijn vaste vriend. Ze stortte zich in de armen van 'Jerry verliefd', die al die tijd rustig aan de zijlijn had staan wachten. Ze was niet slank meer, want zij had geprobeerd haar verdriet weg te eten, maar dat maakte hem niets uit.
En zo kwam het dat ' Jerry verloofd' verliefd was en 'Jerry verliefd' verloofd.
Eind goed , al goed.
En ze leefden nog lang en gelukkig (?)

donderdag 16 juli 2009

Aurora Borealis

Ik weet nog dat het in de winter was en we op een nachtvlucht zaten van Montreal naar Amsterdam.
Met een zwaar plateau in mijn handen, waar het eten voor de captain op stond, kwam ik de cockpit binnen. Ik overhandigde het hem en draaide me om om weer terug naar de pantry te lopen.
"Heb je even tijd ?" hoorde ik hem zeggen.
"Jawel, waarom ?"
"Dan moet je even op de stoel achter me gaan zitten en naar buiten kijken.
Wat zou er in het donker te zien zijn ? Nieuwsgierig ging ik zitten en keek door het grote raam. Wat ik toen zag zal ik nooit meer vergeten. Grote cascaden van licht stroomden uit de hemel en vormden gordijnen, die heen en weer golfden alsof er een harde wind door het heelal blies. Ze veranderden constant van plaats alsof ze open en dicht werden geschoven, of naar beneden en daarna weer naar boven werden opgehaald.
"Weet je wat dat is ? " vroeg hij, en zonder mijn antwoord af te wachten :"dat is de 'aurora borealis' oftewel 'het noorderlicht'."
Ik had er wel eens iets over gelezen, maar het nog nooit gezien. Ik kreeg een heel vreemd gevoel terwijl ik naar dit natuurverschijnsel zat te kijken, een gevoel dat moeilijk te omschrijven valt. Sommigen hebben het over een 'oceanisch gevoel', of een 'gevoel van totaliteit' . Maarten 't Hart beschreef het in één van zijn essays, in het gelijknamige boek, als 'een eeuwig moment'. Al die beschrijvingen lijken me dicht in de buurt te komen : het gevoel alsof ik even één was met het universum,waarin tijd niet bestaat; beter kan ik het niet uitdrukken. Ik begreep nu ook waar Tristan Jones het in zijn boek "ICE" over had gehad, als hij zìjn beschrijving van dit fenomeen geeft, toen hij met zijn kleine houten bootje in een ijsschots zat vastgevroren, ergens op zee binnen de Noordpoolcirkel.
"I wandered out on the ice and watched the northern lights shining through the ice of the piled up floes. A wondrous sight to behold. The great streaks of pure power and energy streaming across the night, right across the star-laden, blue velvet sky of the Arctic is a vision which still comes into my mind every time I hear someone talk of miracles."

















Terwijl de Grote Beer steeg zou ik nog enige malen terugkeren naar die stoel, om vervuld van verwondering naar dit natuurverschijnsel te kijken.

zondag 12 juli 2009

Zand, Zonde en Zeelichtjes.

Toen ik uitcheckte keek Sheikh Saqr Bin Mohammed-al Quasimi me streng aan vanuit zijn portret dat boven de receptiebalie van het Carlton Beach Hotel in Sharjah, één van de staatjes binnen de Verenigde Arabische Emiraten, hing.
Hij droeg een hoofddoek, had een grote haakneus en zijn ogen stonden een beetje te dicht bij elkaar. Na enige contemplatie vond ik dat hij er eigenlijk meer uitzag als een piratenkapitein, op een schip van de woestijn dan natuurlijk. Ik zou hem zeker niet graag 's nachts ergens tegen willen komen vooral niet omdat hij hier de baas was. En zolang wij in zijn staatje verbleven, was zijn wil wet.


Wat een oord. Wie had deze speciale kwelling voor ons uitgedacht ? We zaten in bungalowtjes, ver van de bewoonde wereld middenin een woestijn aan een strand, dat vol lag met teer vanwege de voorbij varende olietankers. Voor een strandwandeling was het sowieso te heet of te koud, naar gelang het jaargetijde, en eindigde bovendien altijd met een poetsfestijn om de teer van je voeten proberen te verwijderen.























Maar goed, toen ik hier twee dagen geleden, na aankomst uit AMS, wakker was geworden was het zondagmiddag geweest. Waar, o waar henen. Het restaurant was dicht, maar aan het zwembad kon je wèl wat te eten en drinken bestellen. In godsnaam dan maar naar het zwembad, in decent badpak om de aanwezige sheikhs met hun witte jurken, roodwitgeblokte hoofddoeken en bidkralen wriemelende handen, niet te veel in verleiding te brengen. Met interesse keek ik naar hun vele echtgenotes die zwaar gesluierd en in keurige pikorde om hen heen geschaard zaten en hun al even talrijke kroost dat in bedwang moest worden gehouden door Philippijnse kindermeisjes. Zo zaten zij met zijn allen op een rij naar de aanwezige crewleden te staren en wij staarden terug. Zo nu en dan schoof, als enig vertier, een roestige tanker door het decor. God, wat was het heet en vochtig geweest, maar vooral saai want we konden niet eens een biertje bestellen; dat mocht niet van Saqr, alcohol was streng verboden.
























Gelukkig hadden we 's avonds tijdens de crewborrel enige, het land binnengesmokkelde, alcoholische drankjes tot ons kunnen nemen. Na het eten was het nog véél te vroeg geweest om al naar bed te gaan, dus togen zes bemanningsleden, drie mannen en drie vrouwen, naar de bovenste verdieping van het hotel waar een Libanees bandje speelde, om wat te gaan dansen.
Ver na middernacht waren we moegedanst en bezweet teruggesjokt naar onze bungalowtjes, nog nalachend over het feit, dat één van de vele aanwezige mannen met een jurk aan, de captain had benaderd en $100,- had geboden als ik vijf minuten( sic) met hem meeging.
"Hé, jongens, zullen we nog even in zee gaan zwemmen ?" vroeg de Co. We liepen over het strand naar de rand van de Arabische Zee. We vonden het wel een aanlokkelijk idee.
"Zonder of met ( zwemtenue) ? " Nou, zonder natuurlijk. Hup alles uit en plons, daar lagen we al in het lauwe zeewater te spartelen. Toch zat het me niet helemaal lekker, want ik had een waarschuwing gelezen dat er haaien en giftige slangetjes in de kustwateren rondzwemmen, dus ging ik er gauw weer uit.
Een bewonderend gefluit steeg op uit het water. Ik dacht nog: "Nou moeten jullie niet overdrijven", tot ik het zelf ook zag; mijn hele huid was bedekt met blauwe fluorescerende lichtjes. De anderen kwamen nu ook het water uit en we keken verwonderd naar elkaars lichtjes die geheimzinnig op allerlei lichaamsdelen gloeiden. Bij nadere inspectie van de branding zagen we overal diezelfde blauwe lichtjes dansen. Wat was dat voor een vreemd verschijnsel ? De captain zei dat hij dacht dat het lichtgevende algen waren en dat het licht bedoeld was om vissen af te schrikken, of zoiets. Toen de lichtjes op onze lichamen uitgedoofd waren en de betovering was verbroken, zochten we onze douches en bedden op.

Ik betaalde mijn rekening en liep met de bemanning mee naar buiten, waar de crewbus al klaarstond om ons naar het vliegveld te brengen voor onze vlucht naar BKK.
Ik keek nog even om naar het portret van de sheikh om afscheid van hem te nemen. Het was maar goed dat hij niets gemerkt had van het feit dat wij zijn geboden :"Gij zult geen alcohol drinken" en: "Gij zult niet naaktzemmen" plus : "Het is vrouwen streng verboden zich ontkleed aan een andere man dan hun echtgenoot te tonen" op grove wijze hadden overtreden. Gelukkig waren we daarmee waarschijnlijk aan een strenge straf, zoals geseling of steniging, ontsnapt.

"Ma' assalama Saqr, zand erover, het ga U goed! Moge de woestijn U weder tot toevlucht dienen als Uw oliebronnen zijn opgedroogd!"







zaterdag 20 juni 2009

Acht stessen op stap. Een week in L.A.

"Aaaaah..."we gilden het uit terwijl we over de achtbaan voortraasden. Ik was doodsbenauwd dat mijn lange haren die als een waaier achter mij aan wapperden, ergens vast zouden blijven haken, maar ik kon niets doen want we zaten vastgegespt in de gondel die als een razende omhoog en omlaag suisde, door tunnels en bochten scheurde, rotspartijen en de spitsen van torens omzeilde. In ieder geval genoeg om het adrenalinegehalte in ons bloed tot gevaarlijke hoogten te laten stijgen. Ik had eigenlijk een beetje tegenzin gehad maar had me uiteindelijk laten ompraten door mijn collega's die me ervan overtuigden dat dit het hoogtepunt van ons bezoek aan Disneyland zou gaan worden. Toen we weer geland waren wist ik het zeker : een achtbaan/rollercoaster? Daar ga ik nóóit meer in !

Het was trouwens niet de eerste keer, die week, dat we het uitgegild hadden. Gelijk de eerste dag al, toen we met zijn achten er met twee auto's op uit waren getrokken hadden we tijdens een rondrit met een treintje over het terrein van de Universal Studio's de schrik van ons leven gekregen toen we via een overdekte brug over een meertje reden. Plotseling, aangekondigd door gegil vóór ons had, door een gat in de omheining, een enorme haai met wijd opengesperde kaken en hele gemene oogjes, de mensen in de wagons aangevallen. We herkenden hem meteen : het was de mensetende haai uit 'JAWS'.























We kregen een rondleiding door de studio 's, waar je binnen kon zien hoe de opnamen voor films en de vele TV-series werden gemaakt, en daarna buiten, langs de decors van een stadje in het Wilde Westen waar o.a. de vele films met John Wayne en de film 'High Noon' met Gary Cooper en Grace Kelly waren opgenomen. De huizen en de bergen aan de horizon bestonden uit beschilderde panelen die aan de achterkant gestut werden door palen. Een schietscène tussen groepen cowboys waar de acteurs zich demonstratief van het dak af lieten vallen maakte ons duidelijk dat een filmstudio inderdaad een droomfabriek is, want wat we in een film zien is in werkelijkheid bedrog en bordkarton.

De volgende dag waren we met dezelfde acht meiden, de mannen hadden geen zin gehad, met twee auto 's op weg gegaan naar de Grand Canyon. We reden over eindeloze wegen die je helemaal tot aan de horizon kon volgen. We waren nog ongeveer een uurtje van de Canyon verwijderd toen we met één van de auto 's pech kregen. Gelukkig konden we nog op eigen kracht een garage bereiken. Helaas zou de reparatie wel een paar uur gaan duren en in het stoffige dorpje waar we gestrand waren was er helemaal niets te beleven. We hadden ons net afgevraagd hoe we de tijd enigszins nuttig zouden kunnen doorbrengen toen we het bord met een pijl erop zagen die wees naar een adres een paar mijl verderop, waar vandaan een vliegtochtje in de Grand Canyon kon worden gemaakt. De avontuurlijke geest in sommigen van ons had ervoor gezorgd dat we de pijl waren gevolgd naar een ranch waar de boer ons gemoedelijk had ontvangen. Wij wilden een vliegtochtje? Dat kon! Hij zette zijn stetson af en wisselde die in voor zijn vliegpet. We hebben nog onderhandeld of we misschien, als stewardessen, recht hadden op korting en die gaf hij ons ook nog. Voor $ 25,- p.p. nam hij ons voor een uur mee. Eén stewardess had het geld er niet voor over gehad, maar de overigen hadden zich vol verwachting in het kleine vliegtuigje gevouwen.
























We vlogen eerst over een weinig interessant, vlak, bebost landschap. Na een tijdje zette het vliegtuig de daling in. We waren vlak boven de grond toen ineens de bodem onder ons wegviel...
Aaaaahh...we slaakten een kreet van schrik die onmiddellijk over ging in ooooohhh... toen we het schouwspel zagen dat zich onder ons ontvouwde.
De boer/piloot vloog ons rakelings langs de veelkleurige wanden, die door de laagstaande zon de meest fantastische kleuren van goud naar rood en van paars tot indigo, aannamen. Hij cirkelde om de 'kastelen' en 'tempels' ( sommige rotsformaties zagen er inderdaad uit als stupa's) en volgde een tijdje de Colorado Rivier, die als een zilverkleurige ketting tussen de door hem uitgesleten rotsen lag te glinsteren. Veel te snel moesten we al weer terugvliegen, maar het was een ervaring geweest om nooit meer te vergeten en het absolute hoogtepunt van onze trip.

Toen we later bij de Grand Canyon aankwamen was het inmiddels donker geworden en moesten we tot de volgende dag wachten om hem vanaf de begane grond te kunnen bezichtigen. We stonden daarom vroeg op om de kleuren te bewonderen, die de eerste zonnestralen op de rotsen diep beneden ons toverde.

Die dag hadden we nog een heel programma voor de boeg want ons plan was om via de Hoover Dam door een uitgestrekt woestijnlandschap naar Las Vegas te rijden. Gelukkig hielden de auto 's zich goed al waren we zelf behoorlijk gaar toen we in de buurt van het gokparadijs aankwamen. Via de lokale radiozender maakten hotels reclame voor goedkope kamers met als lokkertje een gratis fles champagne op de kamer. Nou dat leek ons, dorstige dames, wel wat. Dus wij moe en bezweet erop af. Jammer, toen we ons gretig bij de receptie van een paar hotels hadden aangemeld kregen we nul op het rekest.
Ze hadden helemaal geen kamers en zeker niet voor zo'n stelletje transpirerende en verkreukelde dames. Teleurgesteld dropen we af en reden de stad weer uit tot we een motel zagen dat aangaf dat er kamers vrij waren. Gelukkig wilden ze ons daar wèl hebben. Alles op de kamer gegooid en snel naar de dichtsbijzijnde bar gelopen want we vergingen van de dorst. Ik bestelde een biertje, maar tot mijn verbazing wilden ze me dat niet serveren vóórdat ze mijn paspoort hadden bekeken om mijn leeftijd te controleren ! Grote hilariteit alom, want ik was de oudste van ons achten met de respectabele leeftijd van 32 jaar. Gelukkig was dat in Las Vegas oud genoeg om bier te mogen drinken. Na onderling overleg besloten we die avond in de stad uit te gaan, maar waar naartoe ? De receptie hielp ons met zoeken want we wilden wel naar een voorstelling . Na ons opgetut te hebben, sommigen hadden zelfs de 'carmen set' bij zich om de haren mooi mee te kunnen krullen, reden we weer terug naar de Strip, waar we danig vermoeid een voorstelling in een Casino bijwoonden die weinig interessant moet zijn geweest, want ik herinner me er niets meer van. Na het gokkende publiek te hebben bekeken dat wezenloos aan allerlei éénarmige bandieten stond te trekken en tussen de tafels, waar geblackjackt en geroulet werd, door te hebben gelopen hadden we het wel gezien.























Terug in L.A. was de volgende dag een ander verplicht nummer aan de beurt : Disneyland.
Het was er druk en dat kon je merken omdat voor alle attracties een lange rij mensen stond te wachten, zodat je niet de tijd had om alle toegangskaartjes (waar je voor betaald had) te gebruiken. Wat weet ik nog van die dag ? Zingende bloemetjes van de wereld, spoken in een huis en een reis door de ruimte. Verder viel een pop op (het was Abraham Lincoln) die in een stoel zat. We schrokken enorm toen hij plotseling met zijn handen de stoelleuning vastgreep, opstond en zijn bekende Declaration of Independence begon uit te spreken. Wow, een sprekende pop, dat was nieuw. Wat ik echt waardeerde was een theater met een 360 graden filmdoek, waar je mooie filmpjes te zien kreeg over iedere staat van de USA. Ik herinner me nog dat ik naast de koetsier op de bok van een paardenkoets zat van waar ik alle richtingen op kon kijken, zelfs achter me. En dan het laag vliegen boven Hawaï. Fantastisch!
Ook leuk vond ik "the Pirates of the Caribbean", waar we nog een keer lekker hard konden gillen toen we met ons bootje een watervalletje afdonderden, zodat we met natte haren en kleren weer naar buiten kwamen. Gelukkig was het mooi weer.

Een week in L.A. , dat maakt niet iedereen mee tijdens zijn werk.

Op de terugweg zetten we i.p.v. onze verplichte hoedjes, de Mickey Mouse petjes op die onze namen droegen en genoten de hele weg naar huis nog na van deze onvergetelijke reis.

Met dank aan Carla Hos-ter Wee voor het met mij willen delen van háár herinneringen aan deze reis en tevens voor haar toestemming de dia's, die zij gemaakt heeft, te gebruiken bij dit verhaal.