Posts tonen met het label 1984. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1984. Alle posts tonen

zondag 5 december 2010

bemanning tussen de schapen
























De door de ondergaande zon gekleurde wolken werden door een harde wind voortgedreven en vanuit de boom waaronder ik stond kwam het exotische gekwetter van honderden parkieten. Hier op deze heuvel, ergens in de outback van 'Down Under', bestond de rest van de wereld even niet meer en had ik wel voor eeuwig willen blijven staan.
Helaas, toen het donker werd moest ik wel terug. Ik rende ( door het overvloedige eten was ik maar gaan hardlopen om dat volle gevoel kwijt te raken,) met tegenzin terug naar de farm waar we met vijf bemanningsleden een paar dagen geleden, vanuit Sydney, naartoe waren gereisd. Onderweg zag ik de silhouetten van boer Struan, Willem en Carolien op hun paarden, die een kudde koeien aan het opdrijven waren en, tegen de horizon, Hans, haast zwevend over de hobbels in de weg: een vliegend figuurtje op een motor met zijn blonde haar achter zich aan stromend.














We hadden de afgelopen dagen doorgebracht met het kijken naar de manier waarop de schapen werden geschoren, de koeien opgedreven en de kalfjes, de kippen en de ezeltjes gevoerd.
Als uitstapje hadden we, in een bos op een uitstekend rotsblok gezeten met uitzicht over een prachtige vallei. Pat, de vrouw van Struan had een lekkere picknick voor ons bereid en de bekende Lindemans wijn' in a 5 quart carton' ontbrak natuurlijk ook niet. Onderweg, lopend op het bospad, waren we verrast door een overstekende' Skippy' . Geinig hadden we dat gevonden ! Zo kreeg je vanzelf een Australië-gevoel !

In het woonvertrek van de farm stond een krakkemikkige piano met een honkey-tonk geluid, waar ik, gelukkig, zeker drie uur per dag achter zat. Ik speelde de klassieke stukken waarvan ik het bladpapier had gevonden, maar ook wel songs van de Beatles. Iedereen vond het prachtig, vooral de 1e Arabesque van Debussy, die ik uit mijn hoofd speelde.
Vóór het eten, dat door Pat bereid werd ( zij had een Cordon Bleu-opleiding gedaan) zaten we met een glaasje wijn voor de open haard te genieten. Daarna aten we schapenbout, of schapenribstuk, of schapenfilet,( ja wat anders op een schapenfarm ? ) met nog wat meer wijn.
Daarna werd er gepraat, vooral héél véél gepraat, soms tot in de kleine uurtjes. Tjonge, er was nogal veel trouble op de farm! Daarna sliepen we met zijn vijfen op één kamer ! Wel zo gezellig, want het was behoorlijk koud in de Australische winternacht !

De laatste avond van ons verblijf waren we uitgenodigd om met Struan mee te gaan naar een bijeenkomst van de Rotary Club in zijn dorpje, dat een aantal mijlen verderop lag. De aanwezige boeren vonden het wel interessant! Een airline-crew in hun midden, dat gebeurde maar 1 x in hun leven...!
Ieder van ons moest een voordracht houden over ons werk en ons leven. Ik was daar heen gegaan als Texas Jane, compleet in cowboy-outfit, dus dat moest ik wel op de één of andere manier verbinden met mijn werk. Het was wel gezellig hoor, maar ik moest er niet aan denken dat ik hier zou moeten wonen, wat zou ik me vreselijk vervelen !
























Op de terugweg, reden we in onze gehuurde auto langs een wijnproeverij. Mmmm...Jammer dat we niet meer flessen konden meenemen dan we konden dragen. Tenslotte moesten we ook nog met de trein.

Na vier dagen op de farm te hebben doorgebracht kwamen we weer, een aantal ervaringen rijker, terug in de bewoonde wereld! We realiseerden ons voor de zoveelste keer wat een fijne baan we eigenlijk hadden, want zouden we zelf boer(in) zoals Struan en Pat willen zijn ver weg van de 'beschaving', met als enig gezelschap de dieren? We waren het met elkaar eens : niet voor ons, dankjewel !


zaterdag 25 september 2010

Naar Kandy met Randy
























Het was op 26 december 2004, dat we met verbijstering keken naar de gevolgen van de tsunami, die niet alleen de kust van Thailand maar ook die van Sri Lanka, teisterde. Vooral het bericht dat de trein van Colombo naar Galle in zijn geheel uit de rails was gelicht en een eind verderop door de reusachtige golven was neergesmeten, maakte het nieuws voor mij aanschouwelijker, omdat ik met een groep collega's daar, halverwege de 80-er jaren, zelf in gezeten had. We waren op weg geweest naar een vakantieplaatsje aan het strand om daar van onze vrije dagen te genieten. Het treintje zag er primitief uit met zijn harde houten banken en rechte zittingen en dan zaten wij nog in de eerste klas ! Het hotelletje was ook nogal basic, maar we vonden het wel avontuurlijk om midden tussen de 'lokalen' te zitten. Hoe lokaal bleek wel 's avonds toen we, met onze blote voeten in het zand, op het terrasje van een strandrestaurant hadden gezeten en verse kreeft, waarvan we hadden gezien dat die even daarvoor uit de zee was gehaald, hadden besteld. Na een tijdje moest ik naar het toilet, maar toen ik daar binnen kwam en de toestand in het kleine kamertje overzag, en vooral toen ik de geur gewaarwerd die me tegemoet walmde, ben ik snel omgedraaid en naar buiten gegaan. In het voorbijgaan van de keuken zag ik dat de hygiënische toestand aldaar niet veel beter was. Daar de nood hoog was heb ik ten einde raad een plaatsje in de struiken opgezocht. Mijn vermoeden was overigens dat ik die avond niet de enige op dat eiland ben geweest die dat heeft gedaan, want de herinnering aan de, hurkende mensen op de 'shitting fields' in India stond me nog levendig voor ogen.
Sri Lanka, vanaf 1984 landden we in Colombo en naar gelang het reisschema, bleven we daar meerdere dagen overstaan.
De eerste paar jaren logeerden we in een hotel aan het strand. Daar verbleef ik echter nooit, want zodra we aangekomen waren kwam Randy, die met een Nederlandse getrouwd was, naar het crewhotel om zich aan te bieden als onze reisleider.

Als kennismaking herinner ik me een ééndagstrip in de richting van Kandy. Nieuwsgierig keek ik naar het landschap. Het zag er romantisch uit met overal wuivende palmen en kleurige bloemen in een golvend heuvellandschap. Er tussendoor lagen de rijstvelden waarin de hogere bergen aan de horizon zich spiegelden. De huisjes varieerden van witte bungalows tot houten kotjes, maar allen hadden een tuin eromheen. Als je nog iets beter keek zag je in iedere tuin een vuilnishoop en als je uit de auto zou gaan, zou je die ook nog kunnen ruiken. Als ik mijn ogen dicht deed waande ik me in Pakistan of India door het doordringende " kra-kra" geroep van de enorme kraaien die je overal, met hun sinistere zwarte verenpak en dreigende kraalogen, leken te volgen ( iedere vergelijking met Hitchcock's film 'The Birds' is niet toevallig.)
De enige weg van Colombo naar Kandy in het centrum van het eiland en naar Trincomalee in het noordoosten was smal en vol kuilen en hobbels, dus echt comfortabel was het zitten in de auto niet en het ging ook niet snel, maar als je iets wilt zien moet je dat er voor over hebben.
We werden naar een olifantenreservaat gebracht en zagen daar grote en kleine olifanten naast en in het water. Wat me opviel was dat geen van de olifanten nog hun slagtanden hadden. Een olifant is een olifant en wij als doorgewinterde reizigers die wel eens meer een olifant hadden gezien, wilden dan ook snel weer verder. Een bezoek aan een theefabriek was het volgende toeristische uitstapje. We keken naar de vrouwtjes die thee aan het sorteren waren in een stoffige ruimte. Na de beroemde Ceylon thee en zakken met kruiden voor het thuisfront te hebben gekocht, reden we weer terug naar het hotel.

De tweede keer dat ik er kwam hadden we vier dagen om een uitstapje te maken. We besloten naar Trincomalee, een havenstadje in het noordoosten van het eiland, te gaan. Over diezelfde smalle weg als op mijn eerste trip hobbelden we, zes eindeloze uren lang, in een gammel busje naar onze bestemming. Randy bracht ons op de hoogte van de politieke situatie op het eiland en afgaande op wat hij ons vertelde, was de situatie niet bepaald rooskleurig. Hij verhaalde over de spanningen die er recentelijk waren ontstaan tussen de Tamils en de Singalese bevolking. Hoewel de Tamils met 18% in de minderheid waren, bezetten ze vrijwel alle belangrijke posten en dat zette kwaad bloed bij de anderen. Bovendien wilden de Tamils zich afscheiden en een onafhankelijke staat vormen, samen met de Tamils in Zuid-India aan de overkant van het water. Behalve dat ze verschillende talen spreken, vermoed ik dat de verschillende religies ook wel een rol zouden hebben kunnen spelen, als je in aanmerking neemt dat de Tamils Hindoes zijn en de Singalezen voornamelijk Boeddhisten. Aan welke kant Randy stond werd duidelijk toen hij bevestigde dat hij zelf een Singalees was.

In Trincomalee, de hoofdstad van de Tamils, aangekomen kregen we bungalows toegewezen met een open dak. 's Nachts als we vanuit bed omhoog keken zagen we de sterren schitteren aan ons plafond en 's morgens werden we gewekt door het gezellige kwetteren van de vele aapjes, die nieuwsgierig naar beneden keken. We maakten een tochtje over zee, snorkelden in het heldere zeewater, bezichtigden een protserige Hindoe tempel en de oude havenmuren van de stad. Daarna was het tijd om op weg naar Kandy te gaan om de processies van de ‘Esala Perahera’ ( een festival als eerbetoon aan Boeddha’s belangrijkste relikwie, de heilige tand, die ieder jaar bij volle maan in juli of augustus plaatsvinden,) te gaan bekijken.
's Avonds stonden we langs de kant van de weg en bij het licht van fakkels zagen we rijkversierde olifanten met daartussen dansers, acrobaten, steltlopers, zwaardvechters, slangenbezweerders en vuurspuwers, voorbij trekken. Dit spektakel vormde het hoogtepunt van onze trip, we waanden ons soms zelfs even terug in de Middeleeuwen.

Helaas werd het op mijn volgende stops duidelijk dat, zoals Randy al voorspeld had, er een burgeroorlog was uitgebroken. Eerst gingen we nog wel naar een hotel in de stad, maar daar werd ons aangeraden niet de straat op te gaan, want er werd regelmatig geschoten of er explodeerde ergens een bom. Soms als we op het vliegveld aankwamen konden we niet eens meer naar de stad omdat er maar één toegangsweg was en daar werd op dat moment gevochten.
Soms vraagt een weldenkend mens zich af, of al dat geld dat nu aan wapens werd uitgegeven niet beter gebruikt had kunnen worden voor het verbeteren van, bijvoorbeeld, de gebrekkige infrastructuur of aan een efficiënte vuilnisophaaldienst, riolering, of waterleiding, om maar een paar dingen op te noemen. Helaas zal het wel nooit, of anders zeer langzaam, veranderen zolang op dat eiland de strijd om de macht tussen en onder de invloedrijkste families ( Bandaranaike..!) belangrijker voor hen is dan het welzijn van het volk, dat merendeels in grote armoede leeft.

Kort daarna werd Colombo helemaal niet meer aangedaan en dat was jammer voor ons, want nu waren er geen tripjes meer naar Kandy, maar het moet vooral jammer geweest zijn voor Randy.